logo

Menselijke rechter


De vrouw die ooit protestliederen zong tegen de vietnamoorlog, is nu juridisch experte.

Beroep
Professor, rechter en auteur

Geboren
2 april 1952, Antwerpen

Nationaliteit
Belgische

Gerespecteerde stem


Ze zetelt in rechtbanken zoals het Joegoslaviëtribunaal en het Kosovo-tribunaal.

Van auditoria naar rechtbanken en weer terug


Ze begon als studente in de rechten, werkte zich omhoog naar de praktijk en verrijkte later auditoria met haar eigen werken.

Eredoctoraten
4 eredoctoraten in 4 verschillende landen

Humaniste
Prijs voor mensenrechten, ambassadeur van de vrede en ereteken van de vlaamse gemeenschap.

Rechtvaardigheidsrechter en -vechter

Chris Van den Wyngaert is nog adolescente als ze in de jaren ’60 met bekende muzikanten Ferre Grignard en Wannes Van de Velde rondtrekt – zij als gitarist en zangeres – om met protestliederen de Vietnamoorlog aan te klagen. 

Ze wil haar muziek combineren met studeren en laat zich vertellen dat de rechtenstudie hiervoor geschikt is. De eerste drie jaar verveelt ze zich te pletter. Maar nadat ze een cursus strafrecht volgt, is ze verkocht.  

Ze bijt zich na haar licentiaatsjaren vast in een doctoraat en behaalt het met grootste onderscheiding. Haar thesis wordt in 1980 bekroond met de Henri Rolin-prijs. Die eert vijfjaarlijks een werk dat bijdraagt tot de studie van het internationaal recht. Van den Wyngaert blijft actief aan de VUB als NFWO-vorser (Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek). 

1985. Van den Wyngaert gaat aan de Antwerpse universiteit straf(proces)recht doceren, waar ze als gewoon hoogleraar haar studenten begeestert en doctorandi promoot. Haar onderzoekswerk vertaalt zich in een imposante lijst van nationale en internationale publicaties over straf(proces)recht, vergelijkend strafrecht en internationaal strafrecht. 

Maar haar expertise beperkt zich niet alleen tot de academische wereld. Ze is ondervoorzitter van de Commissie Franchimont, die staat voor de modernisering van het strafprocesrecht en pleit voor meer rechten voor slachtoffers en daders. Het is ondertussen 1993. Van den Wyngaert legt mee de hand aan de genocidewet, die de universele bevoegdheid van de Belgische rechtbanken voor ernstige schendingen van het internationaal recht invoert. 

Van den Wyngaert zoekt ook internationale educatieve territoria op. Ze is visiting fellow aan de universiteit van Cambridge van ’94 tot ’97 en wordt aan de universiteit van het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch hartelijk ontvangen als gasthoogleraar. 

Er loopt een menselijke rode draad door de carrière van Chris Van den Wyngaert. Ze verbindt betrokkenheid en expertise op het vlak van strafrecht, internationaal recht en mensenrechten. Ze fungeert als rapporteur op congressen in Buenos Aires (1994) en Budapest (1999) die draaien rond mensenrechten en georganiseerde misdaad. Ze komt naar voren als expert voor de Europese Unie in verschillende strafrechtelijke projecten.  

Als het nieuwe millennium aanbreekt, wordt Van den Wyngaert rechter ad hoc in het Internationaal Gerechtshof en blijft dat tot 2002. Tussen 2003 en 2009 krijgt ze de verantwoordelijkheid van rechter in het Joegoslaviëtribunaal. Ze is er aanwezig bij cruciale debatten die – vaak voor de eerste keer – uitspraak moeten bieden over enkele uiterst belangrijke elementen van modern internationaal strafrecht.  

In 2009 wordt Van den Wyngaert benoemd tot rechter bij het Internationaal Strafgerechtshof voor een mandaat van negen jaar. Ze wordt daarna rechter in het Kosovo-tribunaal.  

Haar handboek 'Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen' is hét standaardwerk voor studenten en rechtspractici.  

VUB Eredoctoraat

In 2009 ontvangt Chris Van den Wyngaert het eredoctoraat van de VUB.

Straf recht

Haar inspanningen voor de ontplooiing van het nationale en internationale straf(proces)recht zijn van een groot(s) kaliber. Ze is rechter, academicus maar ook mens. Haar uitgelezen expertise en integere aanpak bezielt en inspireert student, leermeester en maatschappij. Haar drang naar rechtvaardigheid vertaalt zich in constructieve acties met een immer verantwoordelijke blik naar de samenleving. De VUB spoort existentieel op dezelfde rail.  

“The quality of a court shouldn’t be measured in the number of convictions, but in whether-or-not the trials are fair.”

Recht gaat niet over gratuit veroordelen. Over kortzichtig denken en straffen evenmin. Aan de voet van elk proces ligt een verhaal dat het lezen verdient. Dader en slachtoffer staan in een context die objectieve inzichtelijkheid vraagt. Wie zoet is krijgt soms lekkers, wie stout is niet altijd de roe. Een rechtbank moet niet scoren met het aantal veroordelingen. Waar beslist wordt over vrijheid en vonnis, over waarheid en leugen, moeten eer en geweten het luidst spreken. Het vertrouwen in het (ge)recht hoort op het hoogste echelon te (blijven) liggen.