logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Poverty and wealth: an economic psychological reality based on qualitative and quantitative methods

woensdag, 30 november, 2005 - 18:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Psychology and Educational Sciences
D
2.01
Ellen Loix
doctoraatsverdediging

Sociale ongelijkheid is een onmiskenbaar kenmerk van elke maatschappij. Sedert eeuwen trachten
voornamelijk economisten en sociologen het bestaan van armoede en rijkdom te beschrijven en te
verklaren, terwijl bijdragen van psychologen werden opgevat als culpabiliserend omwille van hun
individuele benadering. Via dit onderzoek willen we deze bewering weerleggen en aantonen dat
sociale ongelijkheid ook een psychologische dimensie heeft.

Specifiek werd een economisch psychologisch paradigma gehanteerd voor de beschrijving en
verklaring van armoede en rijkdom. Meer bepaald werd in dit onderzoek zowel ingegaan op
individuele ervaringen als op individueel gedrag.

Via een kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de individuele ervaringen van Vlamingen werd de
sociale cognitie over armoede en rijkdom nagegaan. Meer bepaald werd onderzocht in hoeverre men
hierover een stigmatiserend beeld heeft omdat de persoon zelf als oorzaak van beide situaties wordt
beschouwd. Vanuit ons onderzoek wordt deze hypothese overwegend bevestigd. We vonden echter
niet dat de armen en de rijken elkaar stigmatiseren, noch dat mensen met een hoge werkethiek de
armen zouden stigmatiseren terwijl ze de rijken positief zouden beschrijven.
Naar onze mening is het belangrijk om in de toekomst aandacht te schenken aan het beeld dat mensen
hebben van sociale ongelijkheid in onze maatschappij. Er wordt immers aangenomen dat een
stigmatiserende perceptie van armoede en rijkdom - zoals wij aan de hand van ons onderzoek
gevonden hebben – leidt tot het voortbestaan ervan. Enerzijds heeft dit een invloed op het sociale
beleid omdat o.a. mensen met een stigmatiserend beeld over armen niet gemotiveerd zijn om het
sociale zekerheidssysteem te ondersteunen. Anderzijds heeft het een dehumaniserend effect op de
personen die worden gestigmatiseerd omdat o.a. armen aldus een laag zelf-beeld kunnen ontwikkelen
wat hun ontplooiing in de weg kan staan.

Vervolgens werd via een representatief kwantitatief onderzoek o.a. de relatie tussen individueel
financieel gedrag en armoede en rijkdom onderzocht. In de economisch psychologische literatuur
werd eerder reeds aangetoond dat verschillende factoren een invloed hebben op financieel gedrag, nl.
economische factoren (vb. inkomen), sociale factoren
(vb. opvoeding), culturele factoren (vb. werkethiek) en psychologische factoren
(vb. materialisme). In ons onderzoek trachten we het relatieve belang van deze factoren na te gaan via
het testen van een geïntegreerd model. Ondanks het feit dat het initiële model sterk vereenvoudigd
diende te worden, konden we aantonen dat psychologische en sociale factoren de belangrijkste invloed
hadden op het financieel gedrag, terwijl financieel gedrag op zich de meeste invloed had op armoede
en rijkdom.

Aan de hand van dit onderzoek kunnen we concluderen dat psychologische variabelen zoals
aangebracht vanuit de economische psychologie, een onmiskenbaar domein vormen in het onderzoek
naar sociale ongelijkheid.