logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Een winkel in de buurt? Kleinhandel en kleinhandelaren in Maastricht, 1680-1805

donderdag, 15 september, 2005 - 15:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Arts and Philosophy
D
2.01
Erwin Steegen
doctoraatsverdediging

Recent is het onderzoek naar detailhandel in de vroegmoderne tijd meer in de aandacht komen
te staan. Studies over consumptiegeschiedenis hadden aangetoond dat zich belangrijke
veranderingen voordeden in de verbruiksgewoonten in de zeventiende en achttiende eeuw. Er
wordt in dit verband verwezen naar het bestaan van de zogenoemde “consumer revolution”.
In dit proefschrift over detailhandel wordt de rol van kleinhandelaren onderzocht in de
verspreiding en marketing van consumptiegoederen; op welke wijze wisten winkeliers zich te
positioneren tussen de productie van goederen enerzijds en de consument anderzijds?
De geschiedenis van de kleinhandel staat nog in zijn kinderschoenen en bevat daarom thema’s
die nog niet zijn behandeld of onderbelicht zijn gebleven. Bovendien vormen de huidige
bevindingen over detailhandel in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden slechts het
resultaat van terreinverkennende studies.


In de bestaande internationale literatuur over kleinhandel in de pre-industriële periode werd
tot nu toe weinig aandacht besteed aan de ontwikkeling van de verkeersinfrastructuur en de
communicatiemogelijkheden in relatie met de evolutie van kleinhandelssystemen. In dit
onderzoek gingen we hier dieper op in. Het onderzoek beslaat de periode 1680 tot 1805.
Hierin grepen de meest opvallende en vergaande veranderingen in consumptiegedrag plaats.
Toch wordt ook aandacht besteed aan een langer tijdsperspectief vetrekkend vanaf de late
Middeleeuwen. Deze lange termijnanalyse verschilt van de meeste andere studies over
kleinhandel. Verder wordt ook gekeken naar de sociale verhoudingen tussen de
kleinhandelaren onderling en het welvaartsniveau dat werd bereikt. Ten slotte onderzoeken
we welke verkoopsstrategieën winkeliers ontwikkelden.


Dit onderzoek behelst een detailstudie over de stad Maastricht, die vanuit een aantal factoren
te verklaren valt. Maastricht was in de vroegmoderne tijd één van de belangrijkste
vestingsteden in West-Europa en huisvestte een groot en internationaal samengesteld
garnizoen. Bovendien werd de stad een aantal keren door vreemde troepen bezet. Verder was
de grensstad Maastricht gesitueerd in een staatkundig sterk verdeelde regio en op het snijpunt
van drie taalgebieden (Duits, Frans en Nederlands). Ligging, internationale contacten en het
omvangrijke garnizoen dat voor winkeliers een belangrijke consumentengroep vormde, maakt
van Maastricht een interessant onderzoeksobject voor een studie over detailhandel.


In hoofdzaak bestaat het onderzoeksmateriaal uit drie bronnenbestanden. Het eerste betreft het
archief van het kramersambacht dat over een lange periode loopt van de Middeleeuwen tot
1796. De leden van kramersambachten lieten zich in tegenstelling tot die van de meeste
andere ambachtsgilden niet met de productie van goederen in: zij kochten waren aan met het
doel deze aan de verbruiker te verkopen. Ondanks de misleidende term ‘kramer’ verhandelden
deze ambachtsleden via een winkelruimte. Het kramersambacht kan dan ook worden
beschouwd als het ambacht van de detailhandelaren of winkeliers. Een tweede
bronnenbestand bestaat uit archiefmateriaal met betrekking tot de inning van accijnzen op
genotsmiddelen, zoals koffie, thee en tabak (1730-1762). Als laatste bron worden hier de
patentregisters uit de Franse Tijd in combinatie met ‘de volkstelling van 1802’ genoemd.


De resultaten geven aan dat het aantal leden van het kramersambacht vanaf ca. 1680
vermeerderde, met als meest opvallende periode de ledenontwikkeling tussen 1745 en 1795.
Aangetoond kon worden dat de transportinfrastructuur en het communicatieverkeer in de
achttiende eeuw uitbreiding onderging, gedeeltelijk zelfs werd afgestemd op het distributie van kleinhandelswaar en dat de goederenstroom naar het Midden-Maasgebied, waarin
Maastricht zich situeerde, een grotere variatie kende aan het einde van de onderzochte periode
in vergelijking met 1680.


De sociale verhoudingen tussen de leden van het kramersambacht wijzigden eveneens. Dit
leidde ertoe dat er een groep kramers bestond die nauw verbonden was met de corporatieve
organisatie en vaak meerdere generaties winkeliers uitmaakte, en een tweede groep die van bij
de registratie als lid van het ambacht weinig interesse toonde om nauw betrokken te raken bij
de corporatieve structuren en gebruiken. Vrouwen als zelfstandig winkelier braken vanaf de
tweede helft van de zeventiende eeuw door, maar bleven een minderheid vormen op het totale
aantal kramers. Immigranten in Maastricht die een winkel openden kwamen vaker voor; in de
achttiende eeuw tot zelfs meer dan 40 procent van het jaarlijkse aantal nieuwe winkeliers. De
meerderheid van deze immigranten was echter wel afkomstig uit de onmiddellijke omgeving
van Maastricht.


Winkeliers behoorden tot de sociale middenlaag en de betere middengroepen. De sociaaleconomische
posities vertoonden soms grote verschillen. Toch was het aantal winkeliers in de
laagste sociale categorie klein, net zoals dat het geval was voor de gefortuneerde
kleinhandelaren. Eén van de opvallendste verkoopsstrategieën die detailhandelaren
ontwikkelden in de achttiende eeuw was het aan huis leveren van kruidenierswaren, zoals
koffie of thee, op het omliggende platteland. Hiermee wordt duidelijk dat winkeliers handig
hadden weten in te spelen op de gewijzigde consumptiegewoonten in het achterland.
De kleinhandelsscène in de vroegmoderne tijd was complex en tijdens de late zeventiende en
achttiende eeuw onderhevig aan verandering. Deze ontwikkelingen verliepen eerder
geleidelijk en brachten geen volledig vernieuwd kleinhandelssysteem na 1680 teweeg.