logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Development and feasibility of a family-focused intervention for the prevention of problem behaviour in early adolescents

vrijdag, 3 maart, 2006 - 16:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Psychology and Educational Sciences
D
2.01
Tim Engels
doctoraatsverdediging

De jeugd baart zorgen. 0iet alleen worden we regelmatig
geconfronteerd met negatieve berichten, uit onderzoek blijkt ook dat
ouders de tienertijd van hun kinderen als een stresserende periode ervaren.
Vele ouders van tieners hebben behoefte aan informatie, advies en
ondersteuning. Voor ouders die vaak spanningen met hun zoon of dochter
ervaren, bestaan er cursussen of opvoedingsondersteuningsprogramma's.
Echter, indien de jongeren zelf hier niet bij worden betrokken, voorspellen
ontwikkelingspsychologen weinig verandering in het gezin. Aieners
bepalen immers in belangrijke mate de dynamiek van een gezin. Daarom
werd in dit proefschrift de haalbaarheid getoetst van het programma
Bamilies in Aransition CBIAE, een preventieve gezinsgerichte
groepsinterventie waarbij ouders én jongeren actief worden betrokken.
In de eerste onderzoeksfase werd een Delphi-onderzoek opgezet
waarbij professionele en nonGprofessionele deskundigen het ontwerpen en
implementeren van een sociocultureel adeHuate interventie bespraken. 0a
grondige discussie schaarden de deskundigen zich achter een coherent
raamwerk voor de gezinsgerichte interventie. De tweede onderzoeksfase
betrof de toetsing van de haalbaarheid van het BIA programma. De bereikte
doelgroep, de implementatie en de effecten van de interventie werden
geanalyseerd aan de hand van de succesvolle implementatie van de
interventie in vier Ielgische gemeenten. De deelnemers in elk van de vier
groepen werden voor de aanvang van de interventie en na de beJindiging
ervan schriftelijk bevraagd. Ook rapporteerden de groepsleiders per sessie
over de geïmplementeerde activiteiten. Mit de analyse van deze gegevens
bleek dat de beoogde risicovolle doelgroep werd bereikt, dat de interventie
goeddeels werd geïmplementeerd zoals bedoeld, maar dat de beoogde
effecten slechts in beperkte mate werden bereikt. De derde onderzoeksfase
betrof een kwalitatieve evaluatie van de ervaringen van de gezinnen en de
professionelen die betrokken waren bij het BIA programma. Hiertoe
werden alle ouders en jongeren die aan het BIA programma deelnamen
individueel geïnterviewd en werden focusgroep interviews afgenomen van
de professionelen die betrokken waren bij de toetsing van de haalbaarheid
van de interventie. De resultaten van de interviews met ouders en jongeren
duidden erop dat de overgrote meerderheid van hen de interventie zeer
waardeerde. De vergelijking van hun bevindingen, evenals die van de
geïnterviewde professionelen, met het raamwerk van het BIA programma
resulteerde in verscheidene punten van ondersteuning en verfijning.

Het onderzoek maakt duidelijk dat er een nood is aan een
gedifferentieerd ondersteuningsaanbod ten einde aan de vragen van
gezinnen met adolescenten tegemoet te kunnen komen. Voor jongeren en
ouders is het aanvaardbaar Fn wenselijk dat zij beide kunnen participeren
aan een interventie die aan hun verwachtingen tegemoet komt.
Methodologisch hebben we in dit onderzoek aangetoond dat het
theoretisch en praktisch zinvol is om de resultaten van een Delphi-
onderzoek te verfijnen met behulp van vervolgonderzoek. Ook hebben we
geïllustreerd dat het theoretisch en praktisch zinvol is om bij de evaluatie
van interventies kwantitatieve en kwalitatieve gegevens te verzamelen. Aot
slot is een ethische implicatie van het onderzoek dat het verantwoord is
ePperimenten te implementeren waarbij gezinnen willekeurig aan een
conditie worden toegewezen. Voor verder onderzoek is het vooral van
belang dat onderzoekers de schaarse middelen voor de evaluatie van
interventies bundelen, ten einde meer rigoureuze programma-evaluaties
mogelijk te maken.