logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Essays on Elections and Coalition Formation

donderdag, 4 mei, 2006 - 16:30
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Social Sciences and Solvay Business School
D
0.08
Jan Vermeir
doctoraatsverdediging

Het proefschrift omvat vijf empirische essays in het domein van Public
Choice, of de economische analyse van de politieke besluitvorming. De
eerste vier essays analyseren de impact van economische en fiscale
variabelen op verkiezingsuitslagen of opiniepolls. Het laatste essay
handelt over coalitievorming.

In het eerste essay onderzoeken we de electorale impact van het
belastingbeleid op het niveau van de Vlaamse
gemeenteraadsverkiezingen. Recente theoretische modellen voeren aan
dat kiezers het belastingniveau in hun eigen gemeente vergelijken met het
belastingniveau in de buurgemeenten. Hun appreciatie van politici in de
eigen gemeente hangt op die manier ook af van wat politici in andere
gemeenten doen. Een empirisch onderzoek van de
gemeenteraadsverkiezingen van 1988 tot 2000 toont dat bestuurspartijen
afgestraft worden voor hoge belastingtarieven in de gemeente. Hoge
belastingtarieven in de buurgemeenten hebben een positief effect op de
kiesuitslag van het gemeentebestuur.

In een tweede essay onderzoeken we hoe de populariteit van de federale
regeringspartijen in België wordt beïnvloed door de economische
omstandigheden. De empirische analyse beschouwt de de populariteit
van de federale regeringspartijen in Vlaanderen en Wallonië, en dit aan de
hand van de poll van La Libre Belgique (1984-2004). Voor Vlaanderen
vinden we een negatief effect van de inflatiegraad op de populariteit van
de regeringspartijen. Dat is in overeenstemming met de zogenaamde
verantwoordelijkheidshypothese die stelt dat regeringen verantwoordelijk
worden gehouden voor economische ontwikkelingen. Werkloosheid en
lage groei hebben echter een positief effect op de populariteit. Dat effect
is eerder in overeenstemming met de stabiliteitshypothese die stelt dat
tegenvallende economische omstandigheden electoraal ten goede komen
aan de traditionele regeringspartijen. In Wallonië vinden we geen
systematisch effect van economische variabelen op de geaggregeerde
populariteit van de federale regeringspartijen.

In het derde essay onderzoeken we het effect van economische en andere
variabelen op het succes van het Vlaams Blok in de
gemeenteraadsverkiezingen van 2000. We vinden dat het Vlaams Blok
vooral scoort in rijkere gemeenten met een grote aanwezigheid van Turkse
en Maghrebijnse migranten. Sociaal kapitaal, gemeten als het aantal
socio-culturele verenigingen, heeft een negatief effect op het succes van
het Blok. Gunstige economische omstandigheden en een hoge
criminaliteitsgraad verhogen de kans dat het Vlaams Blok meedoet aan de
verkiezingen in een gemeente. De bevindingen op gemeentelijk vlak
worden bevestigd in een analyse van de federale verkiezingen van 1999.
De relatie tussen belastingbeleid en populariteit – reeds het onderwerp van
essay 1 - staat eveneens centraal in het vierde essay. Daar analyseren
we de impact van fiscale variabelen op de ‘approval ratings’ van de
Amerikaanse president in de periode 1957-2004.

We vinden dat hogere belastingen en een groter begrotingstekort de
populariteit van de zittende president negatief beïnvloedt. Dit bevestigt
resultaten van eerder onderzoek. Onze bijdrage bestaat erin dat we
aantonen dat ook wijzigingen in de belastingstructuur (de manier waarop
de totale belastingopbrengst is samengesteld uit vaak erg verschillende
belastingen) de ‘approval ratings’ van de Amerikaanse president negatief
beïnvloeden. Dergelijk negatief effect wijst erop dat diegenen die baat
hebben bij een belastinghervorming minder positief zijn dan dat verliezers
negatief staan tegenover de wijziging. Dit komt overeen met ‘loss
aversion’ in de psychologisch-economische literatuur en met de
zogenaamde ‘grievance asymmetry’ in de empirische literatuur over
verkiezingen. Ook kan een wijziging in de belastingstructuur de aandacht
richten op de (hoge) belastingdruk en zodoende een negatief effect
hebben op de populariteit.

In het laatste essay onderzoeken we het effect van institutionele factoren
op coalitievorming. Met name gaan we het effect na van het cordon
sanitaire en de aanwezigheid van het Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) op
de vorming van zogenaamde minimale coalities. In een analyse van de
coalitievorming in de Vlaamse gemeenten in de periode 1982-2000,
vinden we dat het aantal zetels voor het Vlaams Blok in de gemeenteraad
de kans verhoogt dat ‘minimal winning’ en ‘minimal size’ coalities gevormd
worden. Partijen vormen dus coalities die niet groter zijn dan
mathematisch nodig, wanneer ze geconfronteerd worden met de uitdaging
van een anti-systeem partij. Een mogelijke reden is dat kleinere coalities
een slagvaardiger beleid kunnen voeren.

Bijlage: 
PDF icon 200605042i.pdf