logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Niet formeel, wel professioneel. Onderzoek naar kunde, context en kansen van de sociaal-cultureel vormingswerker

vrijdag, 16 juni, 2006 - 18:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Psychology and Educational Sciences
D
0.08
Tom Vanwing
doctoraatsverdediging

De internationale literatuur wijst uitvoerig op het stijgende belang van
niet formele en informele volwasseneneducatie voor tal van aspecten in
de persoonlijke, sociale en professionele levenssfeer. Wat onderzoek
naar niet formele en informele educatie betreft doemt echter ook de
‘ijsberg’-metafoor op: nog veel is nauwelijks zichtbaar, bevindt zich
onder het water.

Het doctoraatsproefschrift stelt het niet altijd even zichtbare, maar
fascinerende beroep van vormingswerker in het sociaal-cultureel
volwassenenwerk ter studie. Een bij uitstek agogisch beroep. Het
begeleiden en educatief ondersteunen van mensen die op vrijwillige
basis hun ervaringen willen vergroten of op zoek zijn naar nieuwe
mogelijkheden en ontdekkingen, en het coördineren van dergelijke
activiteiten, daar draait het bij deze beroepskrachten om. Het
gezelschap van de sociaal-cultureel vormingswerkers vormt het
‘studieobject’, maar niet zonder dat de leden hiervan zelf uitgebreid aan
het woord komen. We gaan zowel de specifieke professionele en
educatieve kenmerken van dit werk na als de interdependenties of
afhankelijkheden van de vormingswerker met betrekking tot zijn
professionele, sociale, en maatschappelijke omgeving.

Middels individuele en groepsinterviews komen de beroepskrachten en
representanten uit de sector van het erkende sociaal-cultureel
volwassenenwerk aan het woord over uitgangspunten, kenmerken en
voorwaarden met betrekking tot hun vormingswerk. Met deze opzet
willen we verschillen en gemeenschappelijkheden in benadering,
aanpak en verwachting in de sector nagaan. We hebben hierin ook
aandacht voor het gehalte en de vormen van professionele
verbondenheid doorheen de werksoorten, en voor mogelijke kloven
tussen theorie, beleid en praktijk. Middels een survey komen ook 112
(N=116) educatieve medewerkers en coördinatoren van de 13 nieuw
opgerichte volkshogescholen of Vormingplus-centra aan bod met
betrekking tot onder meer opleiding, motieven, normatieve
uitgangspunten, professionele rollen, taakvaardigheden, hun kijk op het
beleid en wenselijke veranderingen. Zo maken we bij deze
beroepsgemeenschap in transformatie een zo volledig mogelijke
momentopname, in thema én in getal.

Er bestaan verschillende meningen over hoe het beroep van sociaalcultureel
vormingswerker zich verder zou moeten ontwikkelen. Vanuit
onderzoek en theorie wijzen we op een aantal problemen en kansen
betreffende het professionaliseringsproces, de normatieve oriëntaties
inherent aan het werk, de beleidsvoorwaarden en sectoraal ontwikkelde
kaders en visies, en de ‘catch-22’ positie waarin de sociaal-cultureel
vormingswerker zich steeds opnieuw begeeft en van waaruit hij zijn
werk vorm geeft. Deze problematiseert de zelfstandige positie van de
sociaal-cultureel vormingswerker naast de deelnemers en het publiek
enerzijds en naast overheid, maatschappij en beleid anderzijds. Hierbij
laten we het niet na om het één en andere te situeren ten opzichte van
maatschappelijke discoursen, eigen ingesleten sectorale paden en
achterliggend gedachtengoed, en de hoe-vraag naar zuurstof voor het
sociaal-cultureel vormingswerk.

Bijlage: 
PDF icon 200606162i.pdf