logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Het portfolio als professioneel gericht eindwerk. Een onderzoek binnen de lerarenopleidingen kleuter- en lager onderwijs

dinsdag, 16 mei, 2006 - 17:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Psychology and Educational Sciences
auditorium Q.d
Wil Meeus
doctoraatsverdediging

Het eindwerk in de professionele bacheloropleidingen van het hoger onderwijs maakt
de brug tussen de opleiding en het werkveld. Het is van bijzondere waarde voor het
bevorderen van het zelfstandig leren van de studenten. Inhoudelijk is het
bacheloreindwerk in vele gevallen een afgeleide van de masterthesis. De kritieken
binnen het onderwijsveld en in de onderwijskundige literatuur op de weinig
‘professioneel gerichte’ invulling van het eindwerk weerspiegelen de nood aan een
geschikt alternatief. Dit proefschrift doet verslag van het onderzoek naar het eindwerk
in de opleidingen tot Bachelor in het onderwijs: kleuter- en lager onderwijs, twee
driejarige lerarenopleidingen die door de Vlaamse hogescholen ingericht worden. De
bedoeling was een eindwerkmodel te ontwikkelen dat beter aansluit bij de professionele
finaliteit van deze opleidingen.

Het onderzoek is multimethodisch van aard en werd uitgevoerd in drie fasen. De eerste
fase betreft een exploratief onderzoek naar de eindwerkpraktijk in de
onderzoekssetting. Semi-gestructureerde diepte-interviews werden op cyclischinterpretatieve
wijze afgenomen van focusgroepen. Zo werd een gefundeerde theorie
ontwikkeld omtrent de realisatie van het eindwerk en de gangbare eindwerkmodellen en
-formules. De ‘literatuurstudie met praktische verwerking’ werd geïdentificeerd als het
dominante eindwerkmodel. Volgens de studenten, de promotoren en de
opleidingshoofden leidt de sterke theoriegerichtheid van dit eindwerkmodel binnen de
professionele bacheloropleidingen gemakkelijk tot onvrede. Vrij recent maakte het
portfolio opgang in het hoger onderwijs. Via een omvangrijke literatuurstudie werd een
kader gecreëerd met de basiscomponenten van het portfolio voor de lerarenopleidingen. De tweede fase van het onderzoek richt zich op de constructie van een portfolio als
volwaardig alternatief eindwerkmodel. Volgens de methode van de interactieve
modelbouw werden een reeks richtlijnen geformuleerd aan de hand waarvan een
praktische handleiding voor dit portfolio werd uitgewerkt. Daartoe werden
panelgesprekken, vragenlijsten en member checks gebruikt. De derde fase van het
onderzoek betreft een effectiviteitsonderzoek naar de eventuele meerwaarde van het
portfolio als nieuw eindwerkmodel. Een pre- en posttest quasi-experimenteel design
werd gecombineerd met een evaluatief onderzoek. Zelfrapportagevragenlijsten,
enquêtes en studietijdmeting werden daarbij gebruikt. Methodologisch is het verzoenen
van strenge wetenschappelijke validiteitseisen en praktische bruikbaarheid van de
onderzoeksresultaten een delicate evenwichtsoefening gebleken. Dat was enkel
mogelijk dankzij een zorgvuldig uitgekiend multimethodisch onderzoeksopzet, het
hanteren van triangulatie en het combineren van een ruim gamma aan
onderzoeksinstrumenten en -technieken is.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat het portfolio, in tegenstelling tot de
literatuurstudie met praktische verwerking, het zelfstandig leren van de studenten
bevordert. Het portfolio leidt tot een grotere metacognitieve kennis en meer
metacognitieve vaardigheden bij de studenten. Wat betreft het laatste is de rol van de
promotoren echter cruciaal. De metacognitieve vaardigheden nemen pas toe wanneer de
promotoren hun begeleiding richten op het zelfstandig leren van de studenten. Vorming
van de promotoren is daarvoor noodzakelijk. Verder nemen bij het portfolio de
ongunstige leeroriëntaties en de nadelige mentale leermodellen van de studenten af.
Daarentegen neemt de leerwinst tegenover de literatuurstudie met praktische
verwerking toe, met name voor wat betreft het hanteren van klassieke en digitale media,
het lesgeven, het reflecteren, het doorzetten, het assertief zijn, het verwerken van
informatie, het plannen en het creatief zijn. Het portfolio leidt tot een grotere inzet en
vraagt van de studenten ook een grotere spreiding van de studietijd over de trimesters.
Over het algemeen wordt het portfolio als eindwerkmodel door de studenten en de
promotoren meer gewaardeerd dan de literatuurstudie met praktische verwerking.

Dit onderzoek heeft aangetoond dat innovaties op het niveau van een
opleidingsonderdeel een relatief grote positieve impact kunnen hebben.
Lerarenopleidingen kleuter- en lager onderwijs en aanverwante professionele
bacheloropleidingen worden geadviseerd om aandacht te hebben voor en werk te
maken van de realisatie van de eindwerken. De invulling van het eindwerk dient
herbekeken te worden zodat het beter aansluit bij de professionele finaliteit van de
opleidingen. Het nieuw ontwikkelde portfolio heeft als eindwerkmodel duidelijk de
voorkeur op de gangbare literatuurstudie met praktische verwerking.

Bijlage: 
PDF icon 200605161i.pdf