logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Als rozen in de wijngaard en andere verhalen: discoursanalyse van het project Integrale Jeugdhulpverlening

vrijdag, 6 oktober, 2006 - 16:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Psychology and Educational Sciences
D
2.01
Katrien De Koster
doctoraatsverdediging

Eind jaren negentig werd in het Vlaams Parlement beslist om, in antwoord op een aantal steeds opnieuw gesignaleerde problemen met de hulpverlening aan kinderen en jongeren, een veranderingsproces in gang te zetten. Deze ‘Integrale jeugdhulpverlening’ moest zich daarbij, met de cliënt als centraal referentiepunt, richten op een betere samenwerking tussen de verschillende diensten uit zes betrokken sectoren (Algemeen Welzijnswerk, Kind & Gezin, Bijzondere Jeugdzorg, Geestelijke Gezondheidszorg, Vlaams Fonds voor personen met een handicap en het onderwijs: de Centra voor Leerlingenbegeleiding). Cliëntgericht werken en hulp op maat werden de krachttermen van dit veranderingsproject.

Dit onderzoek heeft zich gericht op de manier waarop de mensen die bij dit veranderingsproces betrokken waren, erover praten en vertellen. Het is immers het uitgangspunt van deze studie dat de verhalen (discours) die wij over de wereld rondom ons vertellen, die wereld mee vorm geven. Net in een veranderingsproces zoals dat van Integrale jeugdhulpverlening is het dan belangrijk om te bestuderen wie welk verhaal vertelt, waar die verhalen vandaan komen en wat hun effecten zijn. Deze dynamiek van verhalen in veranderingsprocessen bestuderen, is een complexe opdracht, vooral omdat de gangbare manieren om naar discours te kijken té eenzijdig en té statisch werden bevonden. In dit proefschrift is dan ook een alternatief analytisch model uitgewerkt dat tegemoet wil komen aan de complexiteit en dynamiek van de discoursinteractie.

Dit proefschrift focust op twee periodes in de ontwikkeling van de Integrale jeugdhulpverlening: de opstartfase (1998-2000) en de fase waarin voorbereidend werd geëxperimenteerd in een aantal ‘pilootregio’s’ (2003-2004). Aan de hand van diepte-interviews met de betrokkenen in één regio en door analyse van wetgevende en andere teksten werd getracht de verhalen in beeld te brengen over het waarom van het opstarten van Integrale jeugdhulpverlening, over de inhoud ervan en over het implementatieproces.

Naast een uitgebreid en respectvol overzicht van de verhalen van de beleidsverantwoordelijken, de beleidsuitvoerders, de actief betrokkenen uit het werkveld en de hulpverleners op de werkvloer, worden verschillende spanningsvelden en verschuivingen in deze (delen van) verhalen vastgesteld en besproken. Belangrijke vaststellingen zijn ondermeer de verschuiving van een inhoudelijk debat naar een meer organisatorische invulling van het project en de creatie van een aantal gemeenschappelijke verhalen in een onderhandelingsgemeenschap tussen alle actoren door het ‘experimenteren’ in een aantal regio’s. Andere conclusies betreffen het vertrekken vanuit de cliënt als uitgangspunt, terwijl net die cliënt in de loop van het proces steeds meer verdwijnt uit de verhalen en de voortdurende verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek als essentieel voor Integrale jeugdhulpverlening en tegelijkertijd het geheel ontbreken daarvan in de praktijk. Het éénzijdige benadrukken van één pool van de vastgestelde spanningsvelden in de verhalen blijkt voorts interessante aandachtspunten naar de toekomst te bieden: dit ‘wegspreken’ van een spanningsveld lukt slechts voor beperkte tijd, op een later tijdstip komen steeds dezelfde spanningen weer bovendrijven.

Het belang van dit proefschrift situeert zich op verschillende vlakken. In het wetenschappelijke domein biedt het de mogelijkheid het project Integrale jeugdhulpverlening beter te begrijpen én biedt dit werk een analytisch model (de ‘stofwolk’) voor de studie van complexe discoursinteracties in veranderingsprocessen. Op maatschappelijk vlak hoopt dit onderzoek het maatschappelijke debat nieuwe impulsen te geven, door een alternatieve manier van kijken naar Integrale jeugdhulpverlening voor te stellen.