logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

'Zie ik nu dubbel, of word ik zot?' Statische en dynamische mimesis in Het verdriet van België (Hugo Claus)

dinsdag, 19 september, 2006 - 14:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Arts and Philosophy
D
2.01
Gwennie Debergh
doctoraatsverdediging

Waar mensen zich buigen over literaire teksten, wordt nagedacht over mimesis. En wie nadenkt over mimesis, ziet zijn onderzoeksdomein al gauw uitwaaieren naar de aard, de functie en de werking van kunst in de ruimste zin van het woord. Zelfs in het menselijke gedrag spelen mimetische relaties een bepalende rol, zodat het concept ook in antropologische en sociologische analyses een belangrijke plaats inneemt.

Toch zijn in al deze disciplines geen twee wetenschappers te vinden die op dezelfde manier over mimesis (na)denken en schrijven. Dat zorgt voor een vreemde paradox: enerzijds heeft iedereen het over hetzelfde woord, anderzijds vult iedereen dat woord op zijn eigen manier in, zodat er evenveel mimesisconcepten als theorieën bestaan.

In mijn proefschrift ontwikkel ik een referentiekader waarmee deze uiteenlopende benaderingen van het mimesisconcept geanalyseerd en gesystematiseerd kunnen worden, door een onderscheid te maken tussen statische en dynamische mimesisinterpretaties.

Statische interpretaties definiëren mimesis als "de nabootsing van de werkelijkheid in de literatuur". Ze interpreteren de relatie tussen beide werelden als eenzijdig en hiërarchisch: B (literatuur) is een herhaling of afspiegeling van A (werkelijkheid).

Dynamische mimesistheorieën leggen daarentegen de nadruk op de wisselwerking tussen A en B. Het eenrichtingsverkeer van A naar B wordt vervangen door een symmetrische interactie tussen A en B. Hierdoor is B (fictie) niet langer ondergeschikt aan A (werkelijkheid). Literatuur is dan niet langer uitsluitend een afspiegeling van de werkelijkheid, maar gaat die werkelijkheid opnieuw beïnvloeden, zodat er een symbiose tussen A en B ontstaat.

Op basis van deze schematische tweedeling onderzoek ik in mijn proefschrift een aantal theorieën over mimesis, gespreid over drie delen. In het eerste deel onderzoek ik het klassieke, Griekse mimesisconcept. Ik kijk naar de etymologische herkomst van de term, bespreek de problemen die opduiken bij de vertaling van het concept, en analyseer de bespiegelingen over mimesis in filosofische teksten van Plato en Aristoteles. In het tweede deel wordt het moderne mimesisconcept onderzocht in een literairwetenschappelijke context, te beginnen met wat wellicht de beroemdste studie is over dit thema: Mimesis van Erich Auerbach uit 1946. Ik onderzoek welke invloed de theorieën van het structuralisme en poststructuralisme hebben uitgeoefend op de interpretatie van het mimesisconcept, en ontwikkel een visie op mimesis waarin al deze theorieën worden gesynthetiseerd. In het derde deel ten slotte heb ik het over het mimesisconcept in een sociologische context. Ik ga na in hoeverre leerprocessen en intermenselijke relaties gestuurd worden door kenmerken die als mimetisch kunnen worden gecatalogeerd.

In de analyse van Hugo Claus' roman Het verdriet van België toon ik aan dat mimetische relaties een belangrijk structuurprincipe vormen, zowel formeel als inhoudelijk. Hoewel Het verdriet van België op het eerste gezicht een statisch-mimetische roman lijkt, waarin de werkelijkheid (A) van de Tweede Wereldoorlog in Vlaanderen op een realistische manier wordt omgezet in fictie (B), is de roman in wezen opgebouwd volgens een veel complexere, dynamische structuur, waarin zowel werkelijkheid als fictie eindeloos worden verdubbeld en gespiegeld.

Op formeel vlak analyseer ik de gelaagdheid van de roman als een mise-en-abymestructuur, het literaire equivalent van een TV-toestel waarop een TV-toestel is te zien met daarop een TV-toestel enzovoort. Door de inbedding in verschillende niveaus wordt de verhouding tussen fictie en werkelijkheid geproblematiseerd; wat op het ene niveau van het verhaal werkelijkheid is, transformeert op een ander niveau in fictie. Fictie en werkelijkheid worden dan afhankelijk van het standpunt waarop wordt waargenomen, maar zijn niet langer absolute en strikt van elkaar gescheiden werelden.

Op inhoudelijk vlak bespreek ik Het verdriet van België als de Bildungsroman van het hoofdpersonage Louis Seynaeve. Ik toon aan dat in zijn geestelijke ontwikkeling een evolutie is waar te nemen van kennis naar inzicht. Kennis beschouw ik als statisch, als een herhaling van feiten waarin geen evolutie is waar te nemen. Inzicht is daarentegen dynamisch, en creëert vanuit de bestaande werkelijkheid nieuwe, parallelle werkelijkheden.