logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Zur Rhetorik der Revolution. Überzeugungsstrategien in deutschsprachigen Dramen zur Französischen Revolution anhand der Figur von Robespierre

vrijdag, 26 mei, 2006 - 14:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Arts and Philosophy
D
2.01
Grazia Berger
doctoraatsverdediging

Aan de hand van Duitstalige toneelstukken van G. Büchner, R. von Gottschall en G.
Kolmar uit de periode tussen 1835-1935 wordt de retorica van politieke toespraken in
toneelstukken onderzocht in vergelijking met historisch overgeleverde en gedeeltelijk
ook als citaat bestaande toespraken en andere historisch overgeleverde teksten. De
belangrijkste vragen zijn hierbij: Wat blijft er van het politieke discours uit de Franse
Revolutie in de Duitse toneelstukken nog over, hoe wordt de historische overlevering
weergegeven in het toneel en met welk doel worden er veranderingen aan de
toneelstukken toegevoegd? Op welke talige manier worden historisch overgeleverde
politieke toespraken in toneelstukken verwerkt? Welk zelfbeeld (ethos en ethosstrategie)
ontwerpen de belangrijkste protagonisten in de politieke toespraken en dialogen, en hoe
willen zij overkomen? Op welke manier werden zij daadwerkelijk door het publiek
waargenomen en wat zijn de auteursintenties door een bepaalde presentatie van een
protagonist bij het publiek. Als theoretische basis voor de retorische
overtuigingsstrategieën Ethos, Pathos en Logos zijn we uitgegaan van de Retorica van
Aristoteles. Daarnaast werden de theoretische opvattingen van het doctoraat geïnspireerd
op de school van Tübingen (Jens, Ueding). De belangrijkste historische en literaire figuur
wiens toespraken worden geanalyseerd is Robespierre.

In een tweede luik worden de resultaten uit de publieke sfeer van het toneelstuk
vergeleken met de politieke retorica van privé-scenes. Uit deze vergelijking blijkt dat de
omgang met het politieke geweten van Robespierre op verschillende manieren wordt
weergegeven door de gekozen auteurs. Ethos en ethiek van Robespierre worden in deze
scènes vaak gesplitst. Zowel in de dialogen als in de monologen maakt men gebruik van
fragmenten uit historisch overgeleverde toespraken, alhoewel het niet altijd het historisch
personage is dat deze uitspraken in het toneelstuk maakt. In deze context is ook de vraag
naar de functie en het doel van de citaten belangrijk. Gaat het hier zoals in de publieke
sfeer om een afstandsscheppend en anti-illusionistisch 'toneel in het toneel', met een
gestereotypeerde en geradicaliseerde Robespierre-figuur als gevolg, of hebben de citaten
in de privé-scenes een andere functie? Bovendien is de verhouding tussen publieke
optredens en privé-scenes bij de gekozen auteurs niet altijd dezelfde: in Georg Büchners
Dantons dood (1835) staat de publieke persoon Robespierre op de voorgrond van het
toneel, deze wordt slechts in één scène gecontrasteerd met Robespierre als privé-persoon.
In het toneelstuk van Rudolf Gottschall Robespierre (1845) staat de publieke figuur
Robespierre vooral in het eerste gedeelte centraal. Gertrud Kolmar's Cécile Renault
(1934/1935) toont Robespierre vooral als privé-persoon met sterk fictieve
karaktertrekken. Deze uit elkaar lopende verhouding tussen de publieke en de privé-sfeer
heeft verregaande consequenties voor de overtuigingsstrategieën: waar Büchners
Robespierre het volk, de Jacobijnen en de Nationale Conventie in openbare toespraken
met succes van zijn politieke doelen overtuigt, wordt de Robespierre van Gottschall van
meet af aan met wantrouwen en afgunst geconfronteerd tijdens zijn toespraak aan het
Hoogste Wezen ("l'être suprême") en trekt zich als gevolg daarvan uit de publieke sfeer
terug. De Robespierre van Gertrud Kolmar wordt vanuit het perspectief van het volk
getoond, meer specifiek vanuit het oogpunt van Cécile Renault die hem volgens de
historische overlevering wilde vermoorden, en die bij Kolmar tenslotte zelfmoord pleegt.
Overtuigingspogingen worden in dit stuk vaak verkeerd geïnterpreteerd en de
communicatie tussen de protagonisten loopt spaak.

De gebruikte overtuigingsstrategieën verschillen in de toneelstukken naargelang hun
publieke of private functie. In de publieke sfeer blijft de politieke toespraak in de drama's
succesvol alhoewel door het 'toneel in het toneel' voor het publiek buiten de scene meer
distantie en de mogelijkheid tot reflectie over deze soort van overtuigingspoging
mogelijk gemaakt wordt. In de privé-scenes gaat het op een minder éénduidige wijze om
de overtuiging van de dialoogpartner: hier kan het communicatieproces ook gestoord of
afgeleid en soms zelfs bewust vermeden worden.