logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Early detection of Alzheimer’s disease. A neuropsychological approach

vrijdag, 1 juni, 2007 - 16:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Psychology and Educational Sciences
D
2.01
Eva Dierckx
doctoraatsverdediging

Rekening houdend met de vergrijzing van de bevolking en wetend dat een dementie van het Alzheimertype (AD) één van de meest voorkomende ziekten is op oudere leeftijd, is het evident dat de detectie en behandeling van een AD zeer belangrijke actieterreinen binnen de psychogeriatrie betreffen.

Voor het verstrekken van een adequate behandeling voor een AD, zowel op psychologisch als op farmacologische vlak, is een vroegtijdige en accurate detectie van primordiaal belang. De huidige acethylcholinesterase-inhibitoren, die aangewend worden voor syptoomstabilisering bij een AD, zijn immers het meest effectief gebleken in het beginstadium van de ziekte.

Tot op heden blijft het echter moeilijk om een correcte differentiële diagnose te stellen tussen een AD enerzijds en een depressie anderzijds; dit omwille van de overlappende cognitieve en affectieve symptomen. Bestaande psychodiagnostische instrumenten blijken daarenboven ontoereikend te zijn voor een vroegtijdige differentiatie tussen beide aandoeningen.

Daarnaast wordt er ook steeds meer en meer aandacht geschonken aan de zogenaamde “Mild Cognitive Impairment” (MCI). MCI wordt aanzien als een overgang tussen goedaardige ouderdomsvergeetachtigheid en dementie, waarbij de aanwezige cognitieve symptomen nog niet ernstig genoeg zijn om van een dementie te spreken, maar anderzijds té ernstig zijn om nog als “normaal” beschouwd te worden. Hoewel MCI vaak aanzien wordt als een fase die voorafgaat aan dementie, is gebleken dat niet alle MCI patiënten een dementie zullen ontwikkelen. Sommigen converteren naar een AD en zijn in feite preklinische Alzheimerpatiënten, terwijl de cognitieve symptomen bij anderen stabiel blijven of zelfs verbeteren. In het licht van een vroegtijdige detectie van een AD, is het bijgevolg zeer belangrijk dat de zogenaamde preklinische AD patiënten binnen de heterogene groep van MCI patiënten kunnen herkend worden.

Ons onderzoek had bijgevolg tot doel na te gaan welke neuropsychologische testinstrumenten kunnen gehanteerd worden om:
1. een milde AD van een depressie te differentiëren
2. te voorspellen welke MCI patiënten een AD zullen ontwikkelen

Hiertoe werd een neuropsychologische testbatterij samengesteld, gebaseerd op theoretische modellen m.b.t. geheugen en intellectuele deterioratie. Deze testbatterij werd in een eerste fase afgenomen van 40 MCI patiënten, 65 patiënten met een AD, 46 ouderen met een depressie en 52 “gezonde” controles, teneinde na te gaan of ze handvaten kon bieden voor een vroegtijdige differentiatie tussen een AD en een depressie. Uit ons onderzoek kwam naar voren dat voornamelijk testen van cued recall, zijnde de Memory Impairment Screen plus (MISplus; een verbale cued recall taak) en de Visual Association Test (VAT; een visuele cued recall taak) hiervoor zeer goed bruikbaar zijn.

In een follow up fase (na 18 maanden) werden alle MCI patiënten opnieuw uitgenodigd voor een vervolgonderzoek. 31 van de 40 MCI patiënten kregen een follow up diagnose; 7 van de 31 patiënten kregen een diagnose van AD (zijnde de converteerders), terwijl de overige 24 patiënten (nog) niet geconverteerd waren (kregen geen diagnose van AD). Een zeer lage score op de MISplus bleek een goede indicator te zijn voor de ontwikkeling van een AD bij MCI patiënten binnen een periode van 18 maanden.