logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Van generatie op generatie. Een cultuursociologische benadering van de gelijkenissen en houdingen en smaken tussen ouders en hun adolescente kinderen

vrijdag, 26 oktober, 2007 - 17:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Social Sciences and Solvay Business School
D
0.05
Jessy Siongers
doctoraatsverdediging

Over de invloed van ouders op de houdingen en smaken van jongeren bestaat er
heel wat discussie. Mede door de ontwikkelingen die het gezinsleven en andere
socialisatie-instellingen de laatste 50 jaar hebben doorgemaakt, leeft bij menig
auteur twijfel over de impact die ouders vandaag op hun kinderen hebben. Het
gezin kreeg te maken met processen van de-institutionalisering en detraditionalisering
en kreeg bovendien het gezelschap van andere socialiserende instellingen.
Men vertoeft vandaag veel langer en intensiever in het onderwijs. Naast het
onderwijs is ook het medialandschap de voorbije decennia spectaculair uitgebreid
en dringt het op steeds vroegere leeftijd de leefwereld van kinderen binnen. Een
aantal auteurs zijn dan ook van mening dat de mogelijkheden tot socialisatie binnen
het gezin daardoor sterk worden beknot.

In dit proefschrift wordt de intergenerationele overdracht van smaken en houdingen
vanuit een cultuursociologische invalshoek bestudeerd. Ook binnen de
cultuursociologie blijft het bestaan van intergenerationele overdracht immers een
discussiepunt. De individualiseringsthese dicht intergenerationele overdracht de
minste kans op slagen toe. Diametraal daar tegenover kan men de culturele reproductiethese
plaatsen, die aan ouders de belangrijkste invloed toeschrijft. Deze
twee theorieën vormen het uitgangspunt van deze dissertatie en worden tegenover
een meer recente visie geplaatst, de these van de symbolische samenleving,
waarin wordt gezocht naar een symbiose tussen enerzijds het individuele verlangen
naar authenticiteit en anderzijds de aanwezigheid van collectieve identiteiten.
Deze drie theses werden getoetst aan de hand van een bevraging van 6974
ouder-kind paren welke in 2000 plaats vond. Zowel ouders als hun adolescente
kinderen werden daarbij uitgebreid en op identieke wijze bevraagd over een reeks
van maatschappelijke attitudes en culturele interessesferen. Deze dataset werd
verder aangevuld met diepte-interviews met een twintigtal ouder-kind paren.

Zowel de kwantitatieve als kwalitatieve gegevens leveren onomstotelijk bewijs
voor de intergenerationele overdracht van houdingen en smaken. Ouders en hun
adolescente kinderen vormen weliswaar niet elkaars spiegelbeeld en ouders zijn
evenmin de enigen die boetseren aan het ‘uiteindelijke’ beeld van hun kinderen.
Toch laten ze onmiskenbaar hun stempel na. Inderdaad, zowel jongeren als hun
ouders vinden zelfontplooiing en authenticiteit belangrijk en zeker op het vlak
van de smaakontwikkeling willen ouders niet al te bemoeizuchtig optreden. Dit
betekent echter helemaal niet dat ouders geen invloed hebben op de houdingen
en de smaken van hun kinderen. Verre van, jongeren vertonen opvallende gelijkenissen met hun ouders. Als ouders zich democratisch en verdraagzaam opstellen,
dan is de kans ook groter dat hun kinderen er een democratisch en verdraagzaam
gedachtegoed op nahouden. En wanneer ouders een voorkeur hebben voor de
culturele genres gericht op amusement en vertier, dan is de kans ook groter dat
ook hun kinderen deze genres weten te appreciëren.

Deze gelijkenissen komen vooreerst tot stand via directe socialisatie of de rechtstreekse
invloed van de houdingen en smaken van de ouders op deze van hun
kinderen. Kinderen worden dagelijks geconfronteerd met de houdingen die hun
ouders voorleven en in gezinnen wordt frequent gediscussieerd over maatschappelijke
thema’s. Ouders hopen op die manier hun kijk op de samenleving door te
geven. Ook in de smaken van jongeren kan duidelijk de invloed van de ouders
worden waargenomen, al is de directe overdracht hier over het algemeen minder
groot vermits deze veel minder expliciet gebeurt.

Daarnaast beïnvloeden ouders de houdingen en smaken van hun kinderen op
indirecte wijze. Deze indirecte overdracht gebeurt voornamelijk via de kanalisering
naar relevante andere socialisatieagenten, zo blijkt uit de gegevens. Deze
paden van indirecte overdracht zijn sterk gelijklopend voor smaken en houdingen.
Ouders geleiden hun kinderen naar welbepaalde onderwijsvormen en mediavoorkeuren
en deze hebben op hun beurt een belangrijke en zelfstandige invloed op
de houdingen en smaken van jongeren. Daarnaast beïnvloedt onderwijs tevens
de kans op succesvolle intergenerationele overdracht: wanneer ouders en kinderen
een vergelijkbaar onderwijsniveau hebben, versterkt dit de overdracht. De
media kunnen bovendien worden beschouwd als agenda-setters binnen het gezin.
Gesprekken over maatschappelijke thema’s worden in gezinnen vaak geïnitieerd
door media-inhouden. Niet alle mediakanalen zijn daarbij evenwel relevant.
Vooral de interesse voor en het gebruik van de meer informatieve mediakanalen
kunnen een versterkende invloed hebben. De media, de grote afwezigen in het
onderzoek dat tot op heden werd verricht naar de intergenerationele overdracht,
blijken dus een zeer belangrijke rol te vervullen.

Doordat onze opvattingen en preferenties door verschillende socialisatieagenten
worden beïnvloed, hebben we vaak de idee dat deze de eigen verwezenlijking zijn.
De invloed die ouders hebben op de smaken en houdingen van hun kinderen is
zeker niet totalitair te noemen. Jongeren hebben nog heel wat bewegingsruimte,
maar duidelijk is dat ouders niet aan de zijlijn staan. Het beeld dat ouders geen
invloed hebben op het doen en laten van hun kinderen, dient dan ook grondig
bijgeschaafd.