logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Managers aller landen, verenigt u? Opzet en evaluatie van een interventie gericht op collectieve coping

vrijdag, 25 mei, 2007 - 16:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Social Sciences and Solvay Business School
E
0.04
Caroline Hoedemakers
doctoraatsverdediging

“Managers aller landen … verenigt u”, gaat over het bundelen van krachten teneinde
meer welbevinden binnen te brengen in de eigen werksituatie en het eigen
en groepsfunctioneren te verbeteren. We reageren daarmee op de vaststelling
van Stoker & De Korte (2000, p. 110): “Het is opmerkelijk dat het bij middlemanagers
niet opkomt om zichzelf als groep te definiëren. Middlemanagers zouden
hun functie wellicht beter kunnen uitoefenen als ze zich beter zouden organiseren;
daarmee wordt de invloed die ze op de medewerkers én op het bedrijf
kunnen uitoefenen groter. Ook zou het de duidelijkheid en de bestuurbaarheid
van de organisatie ten goede komen als middlemanagers aangeven, met name
in de richting van het hoger management, welke standpunten zij innemen in
belangrijke kwesties.” Wanneer managers zich als groep definiëren en als groep
gemeenschappelijke problemen aanpakken, spreken we van collectieve coping.
Met dit onderzoek willen we het begrip collectieve coping verder afbakenen en
willen we nagaan hoe we collectieve coping kunnen stimuleren bij managers.

In een eerste hoofdstuk ontwikkelen we een theoretisch kader omtrent de
invulling van het concept collectieve coping en de wijze waarop we collectieve
coping kunnen stimuleren. We starten met het plaatsen van collectieve coping
binnen een organisationele context en vertrekken vanuit een arbeids- en organisatiesociologisch
kader. Onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen
en om blijvend efficiënt te kunnen omgaan met de interne spanningen veroorzaakt
door de organisatiestructuur, wordt meer en meer aandacht besteed aan
laterale, interne afstemmingsprocessen. Dit heeft zijn invloed op het organisatiegedrag
van individuen en van groepen. We kijken hoe individuen omgaan
met deze interne spanningen en maken daarvoor gebruik van het psychologisch
kader omtrent coping. Maar ook groepen ontwikkelen strategieën om met deze
interne spanningen om te gaan en we benoemen dit als collectieve coping.
Vervolgens staan we stil bij de inzichten omtrent het stimuleren van collectieve
coping. We benaderen de teamtraining als een organisatie-innovatie op groepsniveau.
Daarbij wordt de teamtraining als methodiek besproken: welke zijn
de uitgangspunten van een teamtraining, met welke factoren moet rekening
gehouden worden en hoe kan de evaluatie van een teamtraining opgebouwd
worden.

In het tweede hoofdstuk staan we stil bij de gehanteerde methodologie. Via
het veldonderzoek willen we een zicht krijgen op de taakgerelateerde problemen
die 1° lijnsmanagers ervaren en de wijze waarop zij daar individueel mee omgaan. Het veldonderzoek bestaat uit een meting bij managers omtrent de ervaren
taakgerelateerde problemen en de wijze waarop zij daarmee omgaan. Aansluitend
organiseren we twee gevallenstudies met de bedoeling de kwantitatieve gegevens
te kunnen duiden. We organiseren een tweede meting om het eventueel effect van
deze gevallenstudie te controleren. Deze tweede meting dient tegelijk als basis voor
het tweede onderzoeksluik: het quasi experiment. Het quasi experiment gaat na of
we collectieve coping kunnen stimuleren bij managers en of collectieve coping positieve
effecten genereert. Hiertoe ontwikkelen we een teamtraining, voeren deze uit
en evalueren ze. Om de nodige gegevens te verzamelen ontwikkelen we een meetinstrument
die alle aspecten van collectieve coping bevraagt.

In een derde hoofdstuk beschrijven en bespreken we de onderzoeksresultaten. We
splitsen het verhaal op naar de bevindingen uit het voorbereidend veldonderzoek
en het quasi experimenteel onderzoek en de interventies die daarbinnen plaatsvinden.
Telkens beschrijven we de beginpositie van de onderzoeksgroepen en het effect
van de interventie. We eindigen dit hoofdstuk met enkele conclusies. Deze hebben
niet alleen betrekking op de resultaten (en dus op de vraag of we de geformuleerde
hypothesen al dan niet kunnen aanvaarden); we formuleren ook enkele methodologische
conclusies.

In het algemeen besluit laten we de concrete resultaten los en plaatsen ze in het
licht van enkele meer beschouwende vragen: waar heeft dit onderzoek toe geleid?
Kunnen (mogen) we managers oproepen om zich te verenigen? We kijken welke
de meerwaarde is op theoretisch, methodologisch en praktijkgericht vlak. Daaraan
gekoppeld formuleren we enkele suggesties voor onderzoek en voor de praktijk.
We eindigen met het synthetiseren van de resultaten in de vorm van basisinzichten
opgedaan doorheen het onderzoek.