logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Psychiatrische diagnoses en de constructie van het zelf

maandag, 30 juni, 2008 - 17:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Psychology and Educational Sciences
E
0.04
Jasmina Sermijn
doctoraatsverdediging

Psychiatrische diagnoses als ‘depressie’, ‘schizofrenie’,
‘borderline’, ‘anorexia’, … lijken vanzelfsprekende
concepten in ons taalgebruik. Dagelijks worden we via
radio, tv, krant, muziek, films, gesprekken op het werk of
in de straat geconfronteerd met diagnostische termen.
Ondanks de bewering dat de DSM geen mensen maar enkel
stoornissen classificeert, is het in de praktijk altijd zo dat
een diagnose wordt toegekend aan iemand, aan een ‘ik’
van vlees en bloed. In dit onderzoek wordt nagegaan hoe
die iemand, dat ‘ik’, kan omgaan met een psychiatrische
diagnose die op hem/haar van toepassing wordt verklaard.
Meer concreet bestaat het onderzoek uit drie delen.

In een eerste deel wordt ingegaan op vragen als: ‘Wat
kunnen we verstaan onder een psychiatrische diagnose?’,
‘Wie is dat subject, dat ‘ik’ dat gediagnosticeerd wordt?’ en
‘Hoe interageert een subject met een aan haar/hem
toegekende psychiatrische diagnose?’. Door deze vragen
vanuit diverse theoretische perspectieven te belichten,
wordt de dominante objectivistisch-reductionistische
manier van ‘kijken’ naar de gediagnosticeerde mens in
vraag gesteld. De gediagnosticeerde mens is niet één maar
velen en kan niet gevat worden in één diagnose. Om dit
duidelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van de
metafoor van het rizoom. Door het subject/zelf op te
vatten als een rizomatisch verhaal, wordt een alternatieve
‘kijk’ geboden die het subject in al zijn veranderlijke en
meervoudige facetten beschouwt.

Terwijl het eerste deel vooral theoretisch van aard is, wordt
in een tweede deel ingegaan op de wijze waarop de
interactie tussen subject en psychiatrische diagnose kan
worden onderzocht. De metafoor van het rizoom wordt
daarbij gebruikt als een experimenteel methodologisch
concept om de narratieve co-constructie van het zelf en de
plaats die de onderzoeker daarbij inneemt te bestuderen.
De onderzoeker luistert niet van op een afstand naar de
verhalen die de participant vertelt, noch kan z/hij deze
verhalen objectief representeren. Integendeel, de
onderzoeker wordt deel van het rizoom en construeert
samen met de participant een mogelijk verhaal.

Een derde deel belicht de alledaagse narratieve praktijken
van Amos – een man die de diagnose ‘paranoïde
schizofrenie’ toegewezen kreeg. Vragen die daarbij aan bod
komen zijn: ‘Wat gebeurt er met een persoon aan wie
diagnostici een diagnose toeschrijven?’ ‘Gaat deze persoon
anders praten en denken over zichzelf?’, ‘Zal h/zij de
diagnose aanvaarden en op zichzelf toepassen en/of zal
h/zij zich ertegen verzetten en zoeken naar een andere
betekenisverlening voor die aspecten van zichzelf die als
abnormaal worden beschouwd?’. Dit deel neemt uiteindelijk
de vorm aan van een meerstemmig verhaal dat enerzijds
toelaat een blik te werpen op een etnografische
ontmoeting, anderzijds op de wijze waarop een subject
interageert met de aan hem/haar toegekende
psychiatrische diagnose. Aan dit derde deel is ook een
epiloog toegevoegd waar de stemmen van experten uit
verschillende disciplines (o.a. psychiatrie, psychotherapie,
filosofie, wiskunde,…) over het verhaal van Amos worden
gepresenteerd.