logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Een woestijn die de stad verpulvert. Marxisme, kritiek en representatie in poststructuralisme, ander proza en postmodern proza

maandag, 21 april, 2008 - 14:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Arts and Philosophy
D
2.01
Sven Vitse
doctoraatsverdediging

Het onderzoeksobject van dit proefschrift is drieledig: in het eerste deel bestudeer ik de poststructuralistische theorie, in het tweede deel het Ander Proza en in het derde deel het postmodern proza. Ook de onderzoeksvraag is drieledig: als alternatief voor het begrip ideologie kies ik voor een drieledige focus op marxisme, kritiek en representatie. Deze drieledige onderzoeksvraag pas ik toe op de drie objecten, zodat de verhoudingen tussen het Ander Proza, het postmoderne proza en de poststructuralistische theorie duidelijk worden.

In het eerste deel staan poststructuralistische en postmarxistische theoretici centraal: Jacques Derrida, Gilles Deleuze (en Félix Guattari), Slavoj Žižek, Alain Badiou en Antonio Negri (en Michael Hardt). Dit theoretische hoofdstuk speelt een dubbele rol in dit proefschrift: de theorie fungeert tegelijk als onderzoeksobject en als theoretische achtergrond bij de literaire analyses. Derrida en Deleuze beschouwen het verschil als de mogelijkheidsvoorwaarde van het denken, van de representatie en van de maatschappij. Dit leidt onder meer tot een deconstructie van de ontologische en teleologische vooronderstellingen van metaverhalen zoals het marxisme. Žižek, Badiou en Negri trachten op basis van poststructuralistische inzichten nieuwe mogelijkheden te vinden voor een radicale politieke en theoretische praktijk.

De geselecteerde auteurs van het Ander Proza zijn Jacq Vogelaar, Sybren Polet, Daniël Robberechts, Lidy van Marissing en Willy Roggeman. In het werk van vooral Vogelaar, Polet en Van Marissing gaat (neo)marxistisch geïnspireerde maatschappijkritiek gepaard met vormelijk experiment. De montagetechniek impliceert een kritiek op zowel de traditionele vormen van literaire representatie als op de maatschappelijke werkelijkheid waarin die vormen functioneren. Het werk van Daniël Robberechts is een aanval op de neiging tot literaire vervalsing van de werkelijkheid. Willy Roggeman is een buitenbeentje in dit gezelschap, maar ook zijn werk verwerpt literaire conventies als het lineaire verhaal en het personage.

De gekozen auteurs van het postmodern proza zijn Louis Ferron, Atte Jongstra, Peter Verhelst, Pol Hoste en Huub Beurskens. In tegenstelling tot de auteurs van het Ander Proza ondermijnen de postmoderne auteurs de verhaalvorm van binnenuit. Nochtans verschilt het werk van deze auteurs sterk. Waar Hoste bijvoorbeeld ideologisch aanleunt bij het Ander Proza, is de maatschappijkritische dimensie in het werk van Beurskens en Jongstra nagenoeg afwezig. Het werk van al deze auteurs impliceert een kritiek op gesloten vormen en totaliserende vertogen over de werkelijkheid (zoals het marxisme). De ondermijning van metaverhalen, van de ideologische buitenpositie, en van de consistente representatie gebeurt aan de hand van uiteenlopende technieken: spel met intertekstuele en historische referenties, retorische netwerkstructuren, inconsistenties en paradoxale narratieve structuren.

In de conclusie van mijn proefschrift synthetiseer ik de resultaten van de drie delen en kom ik tot een vergelijking tussen poststructuralisme, Ander Proza en postmodernisme op het gebied van kritiek, representatie en marxisme.