logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Neurolinguistics and the Cerebellum: An Analysis of Speech and Language Disturbances Resulting from Acquired Cerebellar Lesions

maandag, 4 mei, 2009 - 16:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Arts and Philosophy
D
2.01
Hyo Jung De Smet
doctoraatsverdediging

De traditionele visie op het cerebellum als coördinator van motorische functies heeft tot enkele decennia geleden stand gehouden. Door middel van functioneel beeldvormend onderzoek en klinisch onderzoek van patiënten met focale cerebellaire laesies is duidelijk geworden dat de rol van het cerebellum meer omvat dan enkel de coördinatie van motorische processen. Inzichten in de neuroanatomische connecties van het cerebellum met de supratentoriële corticale associatiezones hebben ertoe bijgedragen dat de functionele rol van het cerebellum fundamenteel werd uitgebreid tot een betrokkenheid in cognitieve, linguïstische en affectieve processen. De doelstellingen van dit onderzoek waren meervoudig. In eerste instantie werden de tendensen en vernieuwende inzichten omtrent de cognitieve rol van het cerebellum op basis van klinische, experimentele en functionele beeldvormingstudies kritisch geëvalueerd. Er werd voor het eerst een longitudinaal en multidisciplinair onderzoek doorgevoerd bij zowel pediatrische als volwassen patiënten met verworven cerebellaire letsels van verschillende etiologie. Aan de hand van een stringent en coherent neurolinguïstisch en neuropsychologisch onderzoeksprotocol werden deze patiënten uitgebreid onderzocht om inzicht te verwerven in het type, omvang en evolutie van de cognitieve semiologie na cerebellaire schade. Er werd een functioneel beeldvormend onderzoek via SPECT uitgevoerd om de rol van cerebello-cerebrale diaschisis bij cerebellair geïnduceerde linguïstische en cognitieve stoornissen na te gaan. Uit dit onderzoek bleek dat: 1) de cerebellaire spraaksymptomatologie van volwassenen niet geheel overeenkomt met de kenmerken binnen de pediatrische groep, 2) naast perceptuele spraakanalyses er ook meer objectieve akoestische/instrumentele data noodzakelijk zijn, 3) er een variatie aan postoperatieve taalstoornissen voorkomt bij kinderen met cerebellaire tumoren en meer systematisch onderzoek naar taalstoornissen bij deze patiëntenpopulatie aangewezen is, 4) bij volwassenen met cerebellaire laesies er meer subtiele taalproblemen optreden, 5) er indicaties zijn voor een rol van het cerebellum in niet-motorische taalplanninsprocessen, en 6) diaschisis als verklaring kan fungeren voor het pathofysiologisch substraat van cerebellair-geïnduceerde taalstoornissen. Ten slotte worden op basis van onze onderzoeksbevindingen de klinische implicaties en richtlijnen voor onderzoek in de toekomst bediscuteerd.