logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Arm Hand Skilled Performance in Persons with Cervical Spinal Cord Injury: Evaluation and Training

donderdag, 17 juni, 2010 - 17:00
Campus: Brussels Health Campus
Faculteit: Medicine and Pharmacy
auditorium P. Brouwer
Annemie Spooren
doctoraatsverdediging

Een dwarslaesie is een aandoening waarbij een onderbreking van het ruggenmerg
bestaat met motorische, sensorische en/of autonome dysfuncties tot gevolg. Voor personen
met een cervicale dwarslaesie(C-SCI) is ook het functioneren van arm- en hand
gestoord. Arm- en handvaardigheid (AHV) bij personen met een C-SCI situeert zich
volgens de International Classification of Functioning Disability and Health (ICF) op het
activiteitenniveau. Eerdere studies hebben aangetoond dat er nood is aan geschikte
meetinstrumenten voor het vastleggen van AHV en aan inzicht in de ontwikkeling van
het niveau van AHV tijdens en na de revalidatie. Tevens zijn weinig studies bekend over
training van arm- en handvaardigheid bij de doelgroep.

Dit doctoraatsproefschrift is gericht op de evaluatie en training van AHV. De responsiviteit
van de Van Lieshout test - een recent ontwikkelde testbatterij op gebied van
basis AHV - en het beloop van veranderingen in AHV zijn bestudeerd. Het belangrijkste
doel was een trainingsconcept te vinden waarmee de AHV van personen met een C-SCI
verder verbeterd kon worden en waarmee tevens tegemoet gekomen kon worden aan
de veranderende individuele noden tijdens de verschillende fases in hun leven. Hierbij is
rekening gehouden met de verschillende trends in de revalidatie, nl. 1) het belang van
het functioneren van arm en hand voor mensen met een C-SCI, 2) de accentverschuiving
binnen de revalidatie van ICF functie- naar ICF activiteitenniveau en 3) de trend
van therapeutgerichte naar patiëntgerichte therapie waarbij de patiënt actief betrokken
wordt in de besluitvorming rondom de revalidatiedoelen.

Op gebied van evaluatie is, op basis van data uit een longitudinale multi-centre studie,
vastgesteld dat de VLT een goed meetinstrument is om veranderingen van basisvaardigheden
te detecteren bij verschillende subgroepen van personen met een C-SCI en dat de
VLT belangrijke informatie verschaft over basis AHV.

In een longitudinale studie onder 57 personen met een C-SCI werd vooruitgang aangetoond
op het gebied van basis en complexe AHV gedurende de twee fases van de
revalidatie. Na de revalidatie blijken kleine verbeteringen van AHV ook mogelijk te zijn.
Dit wijst erop dat personen met een C-SCI een resterend potentieel hebben dat nog niet
werd aangesproken tijdens de revalidatie.

Op het gebied van training is eerst een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd
naar de uitkomsten van motorische trainingsprogramma’s gericht op arm-handfunctie
en AHV van personen met een C-SCI. Hieruit bleek dat er maar weinig geschikte studies
zijn, die daarenboven zeer uiteenlopend zijn. Er werd vastgesteld dat motorische programma’s
arm-handfunctie en AHV kunnen verbeteren in zowel de acute als de chronische
fase en dat de specificiteit van de training belangrijk is.

Op basis van bevindingen in voorafgaande deelstudies werd een trainingsconcept
ontwikkeld dat drie componenten integreert, nl. cliëntgerichtheid (identificeren en
definiëren van persoonlijke doelen), taakgerichtheid (taakanalyse en het opstellen van
een individueel trainingsprogramma gebaseerd op principes van motorische leren en
trainingsfysiologie en het gebruik van hulpmiddelen) en modulariteit. Dit concept is
vertaald naar een taak- en cliëntgerichte trainingsmodule ter verbetering van AHV voor
personen met een C-SCI (ToCUEST), waarbij klinische richtlijnen zijn aangereikt.

De ToCUEST module is geëvalueerd m.b.v. een klinisch interventiestudie waarin 23 personen
met een C-SCI zowel tijdens als na de actieve revalidatie zijn geïncludeerd. Een
controlegroep werd gevormd van personen die een standaard revalidatieprogramma
kregen. Uit de resultaten blijkt dat de ToCUEST module leidt tot een verbetering in specifieke
en algemene AHV bij verschillende subgroepen. Deze verbetering werd gevonden
onmiddellijk na de training, maar bleef ook bij follow-up aanwezig.

Samenvattend kan gesteld worden dat een modulaire taak- en cliëntgerichte AHV training
voordelen heeft om AHV te verbeteren bij verschillende groepen van mensen met
een C-SCI. Het trainen van zelfgekozen doelen naast een basispakket aan zorg, in plaats
van een allesomvattend zorgpakket, heeft mogelijkerwijs een kortere opnameduur tot
gevolg. Een vroege interactie met de thuissituatie biedt als voordeel dat de patiënt eerder
kan ervaren met welke problemen hij thuis geconfronteerd wordt waardoor hij beter
in staat is de voor hem belangrijke doelen te formuleren. Een modulaire taak- en cliëntgerichte
AHV training biedt de mogelijkheid via heropname/nabehandeling in te spelen
op de individuele doelen en veranderende noden. De patiënt wordt op deze manier beter
ondersteund om zijn dagelijks functioneren op te pakken en de overgang van kliniek
naar huis wordt ook minder groot.