logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Scapular positioning and movement: a clinical perspective

donderdag, 9 december, 2010 - 17:00
Campus: Brussels Health Campus
Faculteit: Medicine and Pharmacy
auditorium R. Vanden Driessche
Filip Struyf
doctoraatsverdediging

Een afwijkende positie van het schouderblad (scapula) komt vaak voor bij patiënten met
schouderpijn. Dit wordt gezien bij patiënten met diverse schouderaandoeningen zoals
instabiliteit en het schouder impingement syndroom. Als voornaamste doelstelling van
dit onderzoeksproject trachten we een beter inzicht te krijgen in deze relatie tussen
schouderklachten en de scapulapositionering. Er werd eveneens onderzoek verricht naar
de klinische evaluatie van de scapulapositionering in verschillende populaties: klachtenvrije
personen, atleten die een risico vormen op het ontwikkelen van schouderklachten,
en patiënten met schouderklachten. Vervolgens willen we het effect nagaan van een
scapulair geörienteerde behandeling bij patiënten met het schouder impingement syndroom.

De klinische evaluatie van de scapulapositionering

In de klinische praktijk worden vaak eenvoudige meetmethoden gebruikt om patiënten
met schouderklachten te onderzoeken. Voor de klinische beoordeling van scapulapositionering
bij patiënten met schouderklachten kan men gebruik maken van betrouwbaar
bevonden klinische metingen in rust en tijdens schouderbewegingen. Verder werden de
scapulaire karakteristieken bij kinderen en volwassenen bestudeerd. We concludeerden
dat kinderen meer opwaartse rotatie en voorwaartse positie van hun scapula vertoonden
dan volwassenen.

In onze case-control studie hebben we extra nadruk gelegd op de klinische evaluatie
bij atleten die een overheadsport beoefenen en schouderpijn hebben. De atleten met
schouderpijn bleken een scapulapositie te vertonen die meer voorwaarts gekanteld
(anterieure tilting) was dan de klachtenvrije controlegroep. Zij vertoonden eveneens
een zwakkere motorische controle dan de klachtenvrije groep. Vervolgens hebben we de
mogelijke scapulaire risicofactoren voor het ontwikkelen van schouderklachten onderzocht
in een 2 jaar durende studie. Na 2 jaar bleek 22% van de onderzochte atleten
schouderpijn ontwikkeld te hebben. Een gewijzigde scapulapositionering kon echter de
ontwikkeling van schouderklachten niet voorspellen.

De behandeling van patiënten met het schouder impingement syndroom

Tot slot wilden we weten of de pijn en beperkingen van patiënten met het schouder
impingement syndroom verbeterden na het ondergaan van een scapulair geörienteerde
behandeling. In een gerandomiseerde gecontrolleerde studie werd deze therapie vergeleken
met een standaard kinesitherapie protocol. De resultaten toonden een sterke en
klinisch relevante verbetering in schouderbeperking en -pijn aan, in het voordeel van de
scapulair geörienteerde behandeling. Uit deze resultaten blijkt eveneens het belang van
een correcte screening van een patiënt met het schouder impingement syndroom.

Bijlage: 
PDF icon 201012091a.pdf