logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Het stoïcisme als spirituele levenskunst? Spirituele oefeningen en omvorming in de Romeinse stoa, getoetst aan gelijklopende oefenpraktijken in het Theravāda-boeddhisme

donderdag, 4 februari, 2010 - 15:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Arts and Philosophy
D
2.01
Hilde Debacker
doctoraatsverdediging

Uitgangspunt van dit onderzoek is het zoeken naar inspiratiebronnen voor een hedendaagse
niet-theïstische spiritualiteit, dit vanuit een gevoeligheid voor het pleidooi van bijvoorbeeld
Leo Apostel en Rik Pinxten dat spiritualiteit en atheïsme elkaar niet noodzakelijk uitsluiten.
In eerste instantie werd op zoek gegaan naar een westerse bron en kwam na een breed
literatuuronderzoek de antieke filosofie in het vizier. Het was voornamelijk door lezing van
het werk van Pierre Hadot (en het late werk van Michel Foucault) over de specifieke aard van
de antieke filosofie als levenswijze of levenshouding dat de relevantie van de antieke filosofie
met betrekking tot een hedendaagse spiritualiteit duidelijk werd. Vooral de grote rol die de
beoefening van bepaalde filosofische praktijken in die tijd speelde, werpt een belangrijk licht
op de manier waarop de toenmalige filosofie in grote mate een ‘zorg voor het zelf’
impliceerde, alsook gericht was op de transformatie van dat zelf in de richting van meer
innerlijke vrede, geluk, en gelijkmoedigheid.

Het proefschrift is opgebouwd uit vier grote delen.

In een eerste deel wordt dieper ingegaan op de maatschappelijke en wetenschappelijke
context en wordt de onderzoeksvraag uitgediept en gesitueerd.

In een tweede deel wordt de relevantie van de antieke filosofie als spirituele inspiratiebron
onderzocht aan de hand van een diepgaande analyse van de hellenistische school van de
Romeinse stoa. Op basis van de studie van drie auteurs, Marcus Aurelius, Seneca, en
Epictetus, wordt nader ingegaan op de specifieke aard van de door hen gekozen filosofie, op
de catalogus van oefeningen die in hun werk aan bod komt, en op de zelftransformatie en de
spirituele doelen waarop hun beoefening gericht is.

Doorheen dit proces werd duidelijk dat er interessante parallellen kunnen getrokken worden
met de boeddhistische leer. Daarom wordt – in een derde luik van dit werk – via een analyse
van de dezelfde thema’s in de boeddhistische traditie, in het bijzonder in het theravādaboeddhisme,
geëvalueerd in welke mate men in het stoïcisme kan spreken over een spirituele
filosofie of levenskunst. Zowel de gelijkenissen als de verschillen tussen beide tradities
werpen immers een bijkomend licht op hun eigen specificiteit.

In een vierde luik van dit onderzoek worden de onderzoeksresultaten teruggekoppeld naar de
hedendaagse context. Dit gebeurt aan de hand van de bespreking van een aantal thema’s die
relevant geacht worden als inspiratiebron voor een moderne spirituele levenskunst. Deze
thema’s omvatten onder meer de kwestie van de (universele) menselijke zoektocht naar geluk
en het te maken onderscheid tussen innerlijk en uiterlijk geluk, de therapie van de emoties die
leidt naar gelijkmoedigheid en naar een aantal positieve emoties als vreugde en
vriendelijkheid, en de gedeelde nadruk op beoefening en zelftransformatie waartoe beide
tradities oproepen.

Zonder exhaustief te kunnen zijn, toont dit vierde onderdeel – dat het hart van het onderzoek
vormt – aan dat de geselecteerde levensthema’s uit beide tradities ook nu nog inspirerend
kunnen zijn voor de hedendaagse niet-theïstische zinzoeker.