logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Essays on the Demand for and Supply of Cultural Goods

dinsdag, 4 september, 2012 - 15:30
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Social Sciences and Solvay Business School
D
2.01
Kristien Werck
doctoraatsverdediging

Dit proefschrift kadert binnen Cultural economics, een vakgebied dat zich bezighoudt met de economische analyse van culturele activiteiten en fenomenen. Culturele economie beperkt zich niet louter tot het bestuderen van monetaire aspecten van kunst en cultuur, maar past veeleer de economische methodologie toe op de analyse van vraag en aanbod van culturele goederen, zonder daarbij de specifieke kenmerken van dergelijke goederen uit het oog te verliezen. Het proefschrift situeert zich in 3 verschillende domeinen in de culturele economie: de economische analyse van de boekensector, de podiumkunsten en de determinanten van cultuuruitgaven.

Het eerste deel van het proefschrift bevat 2 empirische analyses die zich concentreren op de rol en het belang van expertadvies voor boeken. Voor culturele goederen zoals films en boeken, is het voor de consument moeilijk om vóór consumptie de kwaliteit in te schatten. Expertadvies kan helpen om dit informatieprobleem op te lossen. Anderzijds blijkt expertadvies vaak – vanuit economisch oogpunt – inefficiënt, omdat experten beïnvloed worden door factoren die los staan van de intrinsieke kwaliteit van het beoordeelde product. De eerste analyse vergelijkt het oordeel van jury’s samengesteld uit volwassenen en kinderjury’s, die beide de beste kinderboeken willen bekronen. Via een theoretisch model wordt nagegaan wanneer kinderen, respectievelijk volwassenen, het meest efficiënte oordeel vellen. Uit de empirische analyse blijkt dat kinderen en volwassenen andere criteria hanteren bij het beoordelen van kinderboeken.

In de tweede empirische analyse wordt nagegaan of literaire prijzen een impact hebben op het marktsucces van fictieboeken in Vlaanderen. De resultaten tonen een gemengd beeld: terwijl nominaties en Nederlandse literaire prijzen weinig tot niets bijdragen aan het succes van een titel, heeft het winnen van een Vlaamse literaire prijs een positief significant effect op de verkoop.

Het tweede deel van het proefschrift bevat 2 empirische analyses over vraag en aanbod in het Vlaamse theater. De evolutie van het Vlaamse gesubsidieerde theaterlandschap in de periode 1980-2000 dient hierbij als uitgangspunt. De programmatie van de theaters wordt beschreven aan de hand van objectieve (Lancasteriaanse) productkenmerken. De vraaganalyse toont aan dat het theaterbezoek niet enkel wordt beïnvloed door ‘traditionele’ factoren zoals ticketprijzen en het consumenteninkomen, maar ook door programmakeuzes. Zo blijkt bijvoorbeeld dat het publiek een voorkeur heeft voor grootschalige producties (in termen van acteursbezetting) en theaterstukken van Nederlandstalige toneelschrijvers. De afname van het aantal theaterbezoekers kan mede verklaard worden door de daling van de grootte van de acteursbezetting van de gemiddelde Vlaamse theaterproductie.

In een volgende analyse worden vraag en aanbod van het Vlaamse theater simultaan geanalyseerd. Specifieke aandacht wordt besteed aan de invloed van budgettaire veranderingen op de programmakeuzes. De belangrijkste vaststelling is dat de wijziging van een jaarlijkse structurele subsidiëring (in kader van het Theaterdecreet) naar een 4-jaarlijkse subsidiëring (in kader van het Podiumkunstendecreet) de budgettaire impact sterk heeft beïnvloed. Onder het jaarlijkse subsidieregime is er een positief verband tussen de budgettaire middelen enerzijds en het aantal producties en de acteursbezetting anderzijds. Onder het 4-jaarlijkse subsidieregime gebruiken theatergezelschappen bijkomende middelen gemiddeld ook om het aantal voorstellingen per productie te beperken, minder hernemingen te programmeren en te kiezen voor een artistiek meer risicovol repertoire.

Het derde en laatste deel van het proefschrift bestudeert de determinanten van de Vlaamse gemeentelijke cultuuruitgaven in 2002. Hierbij wordt vooral nagegaan of gemeenten elkaar beïnvloeden bij het bepalen van hun cultuuruitgaven. De resultaten van de analyse duiden op een positief ruimtelijk patroon in de cultuuruitgaven van de Vlaamse gemeenten. Dit wijst erop dat cultuur een ‘acquired taste’ is en dat kiezers het beleid in aangrenzende gemeenten gebruiken om het beleid (en de beleidsmakers) in hun eigen gemeente te evalueren. Bovendien blijkt dat de politieke situatie in een gemeente geen significant effect heeft op de cultuuruitgaven.