logo

U bent hier

Waarschuwingsbericht

Opgelet! Dit event heeft al plaatsgehad.

Genetic susceptibility of newborns for DNA damage

maandag, 21 mei, 2012 - 14:00
Campus: Brussels Humanities, Sciences & Engineering campus
Faculteit: Science and Bio-engineering Sciences
D
2.01
Kim Vande Loock
doctoraatsverdediging

Ondanks verscheidene inspanningen ter verbetering van de gezondheid van de mens,
neemt het aantal kankergevallen bij kinderen toe en ontbreekt er relevante data
betreffende biomonitoring van kinderen voor ongewenste blootstelling aan mutagenen.
De algemene doelstelling van deze thesis was de gevoeligheid van pasgeborenen
(prematuren en voldragen) voor mutagene stoffen te onderzoeken in vergelijking met de
respons van de moeders, dit zowel in kleine Belgische cohortes als grote Europese
cohortes van moeder-pasgeborenen paren.

In een eerste deel werd de herstelcapaciteit voor H2O2 in vitro geïnduceerde oxidatieve
DNA schade bepaald in 25 prematuren en hun moeders door gebruik te maken van een
cellulair herstel fenotype methode die reeds voordien ontwikkeld werd in ons
laboratorium. Uit de resultaten bleek dat prematuren een lagere herstelcapaciteit toonden
in vergelijking met voldragen pasgeborenen en in vergelijking met hun moeders.
Statistische analyse wees bovendien uit dat prematuur pasgeborenen met rokende vaders
meer achtergrondschade vertoonden ten opzichte van deze met niet rokende vaders.
Daarnaast observeerden we een tragere herstelcapaciteit in prematuren geboren via
vaginale bevalling in vergelijking met diegenen die via keizersnede werden geboren.
In een volgend hoofdstuk werd een cellulair herstel phenotype methode ontworpen voor
nucleotide excision repair (NER), gebruik makende van benzo(a)pyrenediolepoxide
(BPDE) als model mutagen en aphidicolin (APC) als DNA polymerase inhibitor. Deze
methode bleek zowel betrouwbaar, specifiek voor NER als reproduceerbaar. Bovendien
vertoonde de methode een lage intra- en hoge inter-individuele variabiliteit waaruit blijkt
dat deze geschikt is voor biomonitoring studies. Daaropvolgend werd de nieuw
ontwikkelde methode toegepast in 25 voldragen pasgeborenen en hun moeder om de
herstelcapaciteit te bepalen. Dit resulteerde in een lagere herstelcapaciteit in de
pasgeborenen in vergelijking met hun moeders. Daarnaast observeerden we na
statistische analyse meer DNA schade na APC behandeling in pasgeborenen die vaginaal
ter wereld werden gebracht in vergelijking met diegenen die via keizersnede werden
geboren.

Het laatste hoofdstuk werd uitgevoerd binnen het kader van EU-project NewGeneris.
Hierbij werden het aantal micronuclei (MN) gescoord in navelstreng bloed van
pasgeborenen en veneus bloed van hun moeders uit de Rhea cohorte (Kreta), gebruik
makend van een semi-geautomatiseerd beeldanalyse systeem. Micronuclei werden
gescoord in eenkernige (MNMONO) en tweekernige (MNBN) T-lymphocyten en de
cytokinese-geblokkeerde proliferatie index (CBPI) werd berekend in 251 pasgeborenen
(224 voldragen en 22 prematuren) en 223 moeders, waarvan 182 moeder-kind paren. De
MNBN en CBPI aantallen waren significant hoger in moeders ten opzichte van de
kinderen en statistische analyse resulteerde in een toename MNMONO aantallen in
pasgeborenen wanneer de zwangerschapsduur afneemt.

In conclusie tonen onze resultaten aan dat extra aandacht dient besteden te worden aan
zwangerschapsduur en met name aan premature pasgeborenen aangezien zij gevoeliger
kunnen zijn voor mogelijke blootstellingen tijdens de zwangerschap. Bovendien
observeerden we dat de genotoxische respons van voldragen pasgeborenen afhankelijk
kan zijn van het type blootstelling, voornamelijk de oorsprong van de bloostelling.
Hoedanook, deze ondervindingen dienen bevestigd te worden in een grotere
studiepopulatie waarbij genotype, epigenetische effecten/transgenerationele effecten,
antioxidanten concentraties en herstel enzyme efficiëntie samen worden in acht genomen.