logo

U bent hier

Wel en wee van St V

Sinds 1888 herdenken de ULB- en VUB-studenten op (of rond) 20 november Pierre-Théodore Verhaegen, inrichter van een vrij en wetenschappelijk onderwijs. Vanaf 1890 nemen ook de academische autoriteiten deel aan de herdenking, iets wat zij tot op de dag van vandaag nog steeds doen. Op meer dan een eeuw tijd is St V veranderd van een spontaan protest van enkele honderden studenten in een groots evenement waar jaarlijks duizenden mensen aan deelnemen.

Een korte geschiedenis van St V

Théodore Verhaegen: van stichter tot sint

Op 24 juni 1834 doet Pierre-Théodore Verhaegen tijdens een banket van Les Amis Philanthropes, de loge waartoe hij behoort, een emotionele oproep: “qu’à l’exemple des écoles gardiennes et d’enseignement mutuel qui en grande partie doivent leur splendeur aux loges maçonniques, une université libre vienne servir de contrepoids à l’université dite catholique.” Verhaegen vindt die avond verschillende medestanders en er wordt vaart gezet achter de verwezenlijking van het voorstel. Nog datzelfde jaar opent de Université Libre de Belgique, zoals de ULB aanvankelijk heet, de deuren. Het eerste academiejaar gaat op 20 november van start.

(Lees verder onder de afbeelding)

Sinds het prille begin is 20 november een vrije dag aan de ULB. De Union des Anciens Etudiants neemt meteen bij haar oprichting in 1843 het initiatief om op die vrije dag met de alumni af te spreken in de bars van Brussel. Naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van de ULB wordt in 1884 ook een groot feest georganiseerd.

In 1888 maken de studenten gebruik van de vrije dag om hun ongenoegen te uiten over de doctrinaire en weinig open houding van de professoren en bestuurders van de universiteit. 200 van de 1.400 ingeschreven studenten komen die dag samen bij het standbeeld van Verhaegen. Accarain, voorzitter van de Société Générale des Etudiants, neemt er het woord: “Nous profitons de cette occasion pour apporter un témoignage de notre respect à la mémoire de l’homme qui y a le plus fortement contribué, pour offrir l’hommage de notre reconnaissance à celui qui, le premier, s’efforça, en Belgique, de disputer l’enseignement supérieur à l’influence néfaste de l’épiscopat, de dégager la science des liens où la tenaient les traditions et les dogmes catholiques et de lui donner un asile où elle put grandir à l’abri des préoccupations religieuses.”

Na de toespraak trekken de studenten in stoet naar het kerkhof om bloemen te leggen op het graf van hun ‘idool’. Het plechtig huldebetoon aan Verhaegen ontlokt de pers de uitroep: “Et voilà Verhaegen canonisé par des jeunes gens dégagés de toute superstition !!!” Het liberale studentenkrantje L’Etudiant neemt de idee van de ‘canonisatie’ gretig over. Saint Verhaegen is geboren.

Au temps où Bruxelles bruxellait

Tijdens de belle époque gaan het ceremoniële en het studentikoze aspect hand in hand. Het Journal des Étudiants telt op 19 en 20 november 1901 maar liefst zes afzonderlijke stoeten. De zeer keurig geklede studenten trekken doorheen de straten van Brussel op weg naar de verschillende locaties waar toespraken worden gehouden. Op 21 november doen de studenten het wat rustiger aan: ze maken een wandelingetje in het Leopoldpark, spelen spelletjes, gaan naar een matineevoorstelling. De dag sluiten ze af met een banket in de Trois Suisses, een horecazaak gelegen naast de Munt. Pas in de jaren 1920, wanneer de ULB verhuist naar haar campus in Elsene, zal er een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen het ceremoniële gedeelte en de stoet.

St V wordt al snel een vaste waarde en 20 november een hoogdag voor de Brusselse studenten, behalve natuurlijk wanneer 20 november in het weekend valt… of er die dag een belangrijke voetbalmatch gespeeld wordt. In dergelijke gevallen wordt het feest op een andere dag gevierd.

(Lees verder onder de afbeelding)

Herdenken, ook in moeilijke omstandigheden

Ook in volle oorlogstijd houdt men de traditie zo goed en zo kwaad als men kan in stand. Tijdens de Eerste Wereldoorlog komen de (oud-)studenten, voor zover zij zich niet in de loopgraven bevinden, in De Panne samen om St V te vieren.

(Lees verder onder de afbeelding)

In de jaren 1939, 1940 en 1941 besluit men de stoet te vervangen door een collecte ten voordele van de families en kinderen van gemobiliseerde soldaten. De bedelacties die ook vandaag de dag nog onlosmakelijk deel uitmaken van St V (tegenwoordig vooral bij de studenten van de ULB), refereren aan deze edities. In 1942 gaat St V door in ballingschap en wordt in Hotel Rembrandt in Londen een banket georganiseerd. Het jaar nadien komen de studenten en alumni samen in de lokalen van de London School of Medicine. Daarnaast zijn er ook vieringen in New York, Lissabon en Congo. Wanneer de ULB in 1944 terug de deuren opent, trekken de studenten ingetogen naar het standbeeld van Verhaegen, naar het Graf van de Onbekende Soldaat en naar het standbeeld van Francisco Ferrer, om te eindigen in het Paleis voor Schone Kunsten. Pas in 1945 trekt de typische stoet, na zes jaar afwezigheid, opnieuw door de straten van Brussel.

Een boodschap uitdragen op Sint-Verhaegen

Minstens sinds de jaren 50 van de vorige eeuw wordt jaarlijks een thema bepaald dat inspeelt op de actualiteit. De studenten uiten hun ongenoegen t.a.v. bepaalde wantoestanden en spotten met burgerlijke gewoontes. Antiklerikale thema’s, kritiek op totalitarisme (fascisme: 1936, 1938), maatschappelijk onrecht en politieke problemen (Schoolstrijd: 1955) komen vaak terug.

St V is ook het uitgelezen moment voor de studenten om hun eisen kracht bij te zetten en om (politiek) protest te voeren. In 1956 betoogt Marc Bafcop, voorzitter van het BSG, “dat sedert 1856 de Vlaamse vrijzinnigen aan de universiteit een ongelijke en vaak hopeloze strijd gevoerd hebben om op gelijke voet geplaatst te worden met hun franstalige medestudenten” en dat “[d]eze strijd […] er nog steeds [is].” In zijn moreel verslag van het academiejaar 1965/66 blikt Henri Peeters, op dat ogenblik voorzitter van het BSG, terug op “het probleem waarvoor wij ons dit jaar volledig hebben ingezet […] onze aktie voor de verdubbeling.” Ook Peeters gebruikt zijn spreekrecht op St V om te pleiten voor de verdere verdubbeling van de ULB. “Op zaterdag 20 november, tijdens de St.-Verhaegenviering, wekte onze toespraak grote ontsteltenis. Hierin hebben wij de politiek van de universiteit t.o.v. onze afdelingen niet gespaard. Door het feit dat de St.-Verhaegenherdenkingsplechtigheid steeds door talrijke personaliteiten wordt bijgewoond vonden deze woorden grote weerklank. Ook de pers heeft toen voor de verdubbeling een lans gebroken.”

(Lees verder onder de afbeelding)

Mike Collard, voorzitter in 1967/68, trakteert de ULB-autoriteiten op zijn beurt op een ijzig stilzwijgen wanneer hem het woord verleend wordt. De verdoken inhoud van de niet uitgesproken redevoering, waarin hij de arrogantie van het ULB-bestuur met betrekking tot de verdubbeling aanklaagt, verschijnt wel in de pers en doet veel stof opwaaien. De steeds terugkerende roep om een Nederlandstalige universiteit in Brussel wordt enkele jaren later verwezenlijkt.

Zes jaar later is de woede over het wetsontwerp-Humblet-De Croo betreffende de financiering van het universitair onderwijs, zo groot dat de studenten dat jaar geen St V-stoet organiseren, maar wel een rouwplechtigheid op de Zavel. Het is op dat ogenblik al sinds WOII geleden dat de stoet niet uitgaat. Alle kringen – politieke en niet-politieke – kringen verenigen zich. Een doodskist wordt doorheen een massa van studenten gedragen.

(Lees verder onder de afbeelding)

Abortus (1981), apartheid (1985), mensenrechten (1988, 1998), vrijheid van meningsuiting (1989), patriottisme (2007), migratie (2017),… passeren alle de revue. Uit de toespraken, spandoeken en decors blijkt een duidelijk engagement: de studenten spreken zich uit voor een betere wereld, waar geen plaats is voor onrecht. Daarbij worden de eigen universiteiten zeker niet gespaard.

(Lees verder onder de afbeelding)

Naar aanleiding van het 50-, 75- en 100-jarig bestaan van de universiteit geeft de Association Générale des Etudiants een klassieke herdenkingsmedaille uit. Sedert 1938 wordt er ook elk jaar een officiële medaille uitgebracht door het Brussels Studentengenootschap en de Association des Cercles Étudiants (vroeger de Association des Cercles Facultaires). Zij vragen  creatieve sympathisanten om ontwerpen. De ontwerpen – en eventuele voorkeuren en bezwaren – worden vervolgens besproken. Het ontwerp wordt dan aangepast tot alle partijen tevreden zijn over het resultaat. Op de medailles wordt het thema op non-conformistische wijze weergegeven. Resultaat is dat de afbeelding niet zelden enige deining veroorzaakt.

De medailles worden vaak in verscheidene versies gemaakt (verschillende kleuren, of bv. naar aanleiding van een jubileum). Daarnaast laten tal van kringen en groepen een variant van de officiële medaille of een medaille met een eigen ontwerp, leus of vorm maken – dit zijn de zogenaamde piratenmedailles. De medailles worden vaak op de klak gespeld, maar zijn ook heuse collectiestukken voor studenten en liefhebbers. Op de Zavel staan jaarlijks verschillende verzamelaars om er medailles te ruilen, te kopen en te verkopen.

(Lees verder onder de afbeelding)

“Ne touche pas à mon Saint-V!”

Naar aanleiding van de aanslagen in Parijs op 13 november 2015 beslist de Stad Brussel na een negatief advies van de lokale politie dat het ochtendprogramma van 20 november wel, maar de stoet om veiligheidsredenen niet kan doorgaan. Het voorstel om een alternatief feest te organiseren op de Heizel, wordt afgewezen door de studentenverenigingen, omdat het voorbijgaat aan de diepere betekenis van St V. De studenten willen niet toegeven aan angst, terreur en extremisme en zenden een duidelijk signaal. St V hoort in de stad plaats te vinden. Met enkele honderden zakken zij af naar de Grote Zavel en, gewapend met vlaggen met slogans als “No Fear” en “Ne touche pas à mon Saint-V”, verzetten zij zich tegen elke beperking van de vrijheid. “[S]amen met de universiteitsleiding, weigeren de studenten te wijken voor de angst en laten ze zich geen vrijheden of feestelijke tradities ontnemen,” aldus het gezamenlijk persbericht. Enkele jaren later noemt huidig rector Caroline Pauwels deze editie een van de meest verbindende ooit, die St V tot haar essentie terugbracht: stil verzet en een denken dat zich niet onderwerpt.

(Lees verder onder de afbeelding)

Veiligheidsniveau 3 en het Plan Mayeur zorgen er in 2016 voor dat de traditionele stoet met vrachtwagens opnieuw niet uitgaat. Het namiddagprogramma wordt herleid tot een feest op de Zavel. Het feestdorp wordt de daaropvolgende jaren wel uitgebreid, maar niet iedereen is gelukkig met de nieuwe formule. Nicolas Dutré, voorzitter van de Oudstudentenbond, haalt scherp uit: “De stoet van verlichting en rede is vervallen in een city parade-achtig clownesk afkooksel. En zelfs het woordje parade mogen we eigenlijk achterwege laten. Tussen nadarh[e]kken gevangen wordt de student van de Zavel naar de Beurs gedreven om daar vriendelijk verzocht te worden om zich te verspreiden in de omliggende cafés. De maatschappijkritische context van weleer vervaagt in de wazen van alcohol. Als welwillende schaapjes danst de meerderheid van de studenten op de tonen van luide elektronische muziek.” Zijn verzuchting doet enigszins denken aan die van Frans Van Kalken, nu bijna een eeuw geleden: “[L]e fondateur de notre Maison mérite pleinement l’hommage que des générations d’étudiants, toujours renouvelées, lui apportent au jour de la Saint-Verhaegen. Et il mérite même que cet hommage, vibrant à souhait, soit un peu moins mécanique et un peu plus conscient.”

Nochtans zetten de universiteiten en de verschillende (oud-)studentenkringen zich elk jaar opnieuw in om de nieuwe generaties studenten de betekenis van St V bij te brengen en hen in te wijden in de gebruiken, waarden en normen van de universiteiten. Théodore Verhaegen, het vrij onderzoek, de waarden van de Verlichting en het humanisme krijgen hierbij bijzondere aandacht.

Hoe meer zielen, hoe meer vreugde

Van Brussels feest…

Aan St V nemen jaarlijks duizenden mensen deel: enkele honderden tekenen present voor het ceremonieel gedeelte ’s ochtends, terwijl verschillende duizenden in de namiddag aan de Zavel hun opwachting maken. Verschillende generaties studenten, alumni en personeelsleden van de universiteit treffen elkaar daar. St V is niet enkel voor studenten uit het Brusselse een hoogdag; ook studenten uit andere universiteitssteden zakken er voor af naar de hoofdstad.

Het spreekt voor zich dat Brussel zeer belangrijk is voor de studenten, alumni en sympathisanten die deelnemen aan St V. Elk jaar opnieuw worden op 20 november verschillende Brusselse herinneringsplaatsen bezocht. Het traject van de stoet door de straten van Brussel veranderde wel doorheen de jaren, maar de stoet blijft door en door Brussels. Erg symbolisch zijn de afsluiting van het ochtendprogramma op het Stadhuis van Brussel en het bezoek aan Manneken Pis, die een belangrijke referentiewaarde heeft voor de deelnemers.

Je n'ai raté que quelques cortèges. Lorsque je reviens, je retrouve à chaque fois de vieux copains, ce qui me permet de garder leur contact. C'est une fête moderne, mais qui respecte les traditions, ce qui me plaît énormément

- Freddy Thielemans in 2001

Manneken Pis wordt al in 1921 uitgeroepen tot ‘ancien étudiant’ van de ULB en krijgt op dat ogenblik zijn eerste studentenkostuum cadeau. Dit kostuum werd jammer genoeg gestolen, maar in 2001 wordt een kopie van het oorspronkelijke pakje geschonken en kan ‘le petit Julien’ opnieuw elk jaar in vol ornaat (met labojas en klak) aantreden. “[C]e costume n°9 représente la continuité de l'université dans la ville. L'université fait partie de la cité et s'y intéresse par son questionnement perpétuel. C'est ce doute-là qui fait vivre la liberté”, aldus Freddy Thielemans, op dat ogenblik kersverse burgemeester van de Stad Brussel.

Woltje, misschien wel de bekendste marionet van het Koninklijk Poppentheater Toone, krijgt op St V 2002 een studentenkostuum aangemeten en wordt met bier gedoopt door niemand minder dan Manneken Pis, voor de gelegenheid verkleed als ‘comitard’ van de ULB.

Volgens de straffe verhalen identificeerden sommige mannelijke studenten zich zodanig sterk met Manneken Pis dat ze het standbeeld imiteerden, tot verbazing van de omstanders. Om de overlast te beperken ligt Manneken Pis nu al een tijd niet meer op het officiële parcours van de stoet.

… tot globaal fenomeen

Al sinds de vroege 20ste eeuw nemen heel wat buitenlanders deel aan St V. In 1901 worden de buitenlandse delegaties op de vooravond van St V opgehaald aan het treinstation en in stoet van het station Brussel-Noord naar het centrum gebracht. Daar worden zij getrakteerd op een avondvullend programma met toespraken, voordrachten en muziek. Voor de editie van 1909 reizen verschillende beroemdheden naar Brussel, zoals Henri Poincaré (vanuit Parijs) en Francis Darwin (vanuit Cambridge). En in 1930 komen studenten uit Costa Rica een bloemenkrans aan het standbeeld van Verhaegen leggen.

De viering van St V blijft echter niet beperkt tot het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Vandaag de dag wordt St V ook gevierd in verschillende Belgische steden: van Ath, Bergen en Charleroi tot Waterloo. Ook in het buitenland wordt St V nog steeds herdacht. Jaarlijks worden in november brunches, banketten en andere bijeenkomsten georganiseerd door internationale afdelingen van de oudstudentenverenigingen: o.m. in Beiroet (Libanon), Léopoldville/Kinshasa (RDC), London (UK), New York (USA) en Parijs (Frankrijk).

St V is nooit doorsnee

De feestelijkheden verlopen vandaag de dag volgens een min of meer vast patroon, maar door de jaren heen zijn er heel wat variaties en evoluties geweest. Naargelang de actualiteit (of de ‘goesting’) worden bepaalde elementen jaar na jaar herhaald, terwijl andere op een bepaald ogenblik geschrapt of net toegevoegd worden. St V blijft evolueren. Verschillende initiatieven moeten het feest meer luister geven. De spirit van St V is dat elke generatie er haar eigen stempel op drukt en dat de viering zich aanpast aan wijzigende omstandigheden.

Hommages en huldeblijken

Tijdens St V wordt niet alleen aan Sint Verhaegen, maar ook aan tal van andere personen hulde gebracht. Enerzijds aan degenen die van belang zijn geweest bij de oprichting van de universiteit en bij het uitdragen van de waarden ervan, anderzijds aan hen die hun leven gaven voor het beschermen van diezelfde waarden.

Tot in de jaren 1960 werd tijdens het ochtendprogramma een bezoek gebracht aan het Graf van de Onbekende Soldaat. Anno nu begint St V met een gezamenlijk ontbijt op de campus, waarna het meteen met bussen naar de Nationale Schietbaan gaat. Daar wordt sinds 1963 aan het Ereperk der Gefusilleerden hulde gebracht aan verzetslieden die stierven voor het vaderland, waaronder ULB-studenten als Arnaud Fraiteur en de gebroeders Livchitz.

(Lees verder onder de afbeelding)

Daarna volgt een bloemenhulde op de begraafplaats van Brussel bij het graf van Théodore Verhaegen. Sinds enkele jaren wordt ook opnieuw aangeknoopt bij een traditie die enigszins in onbruik was geraakt. In 1945 werden op St V bloemen neergelegd bij het graf van Frans Kufferath, een ULB-student die op 11 mei 1940 sneuvelde tijdens de belegering van Fort Eben-Emael. ‘Kuff’, die actief was in de Cercle Polytechnique, staat op het bronzen portret op zijn grafsteen afgebeeld met zijn klak en is een symbool voor alle studenten die het leven lieten als soldaat of als lid van het verzet.

Van de begraafplaats van Brussel trekken de deelnemers naar de campus Solbosch, waar een bloemstuk wordt neergelegd bij het monument ter herinnering aan de slachtoffers van de barbarij. Sinds 1997 wordt ook verzameld op Square G, waar de ULB in 1996 een monument optrok voor Groupe G. Deze verzetsgroep ontstond in de schoot van de Cercle du Libre Examen en werd opgericht door voormalige ULB’ers zoals Jean Burgers, Robert Leclerq, Richard Altenhoff, en Henri Neuman. Groupe G bestond zowel uit studenten en alumni, als uit docenten.

Sinds het prille begin in 1888 wordt hulde gebracht aan het standbeeld van Théodore Verhaegen. Van deze traditie wordt niet afgeweken. Ook aan het standbeeld uit van de Spaanse onderwijsvernieuwer Francisco Ferrer wordt sinds 1984 opnieuw hulde gebracht. Dit standbeeld, dat symbool staat voor de vrije gedachte, de intellectuele vrijheid en het rationalistisch onderwijs, werd in 1911 een eerste keer ingehuldigd en werd naar aanleiding van het 150-jarig bestaan van de ULB voor het rectoraatsgebouw geplaatst.

(Lees verder onder de afbeelding)

Het ochtendprogramma van St V wordt afgesloten met de gemeenschappelijke zitting van VUB en ULB in de Gotische Zaal van het Stadhuis van Brussel. De aanwezigen heffen op de binnenplaats van het Stadhuis of in de Militiezaal het Glas van de Vriendschap.

Het tracé van St V

Net zoals de genodigden tijdens het ceremoniële gedeelte verschillende plaatsen aandoen en -deden, verandert ook het traject van de stoet geregeld. Soms wordt het traject ook omwille van wegenwerken of op vraag van de politie verlegd. Het eindpunt van de stoet ligt al enige jaren aan de Beurs, maar dat was niet altijd het geval: in vroeger tijden eindigde ze achtereenvolgens aan de Naamsepoort, het Poelaertplein en het De Brouckèreplein.

Sinds gemotoriseerde voertuigen geen deel meer uitmaken van de St V-stoet, gaat aan de eigenlijke stoet, een stoet vooraf. Deze ‘Marche des étudiants’ wordt georganiseerd voor de studenten die niet met het openbaar vervoer naar de Zavel trekken. De organisator is Folklore Academie, het collectief dat waakt over de studentikoze tradities van de VUB over de kringgrenzen heen. Om 10:33 uur verzamelen de studenten van de VUB aan gebouw M. De marche vertrekt daar om 11:03 stipt via de Kroon- en Troonlaan naar de Grote Zavel.

Op de Grote Zavel komen alle geledingen opnieuw samen: eerstejaars en vele generaties studenten van de VUB en de ULB, alumni (waaronder sommige hoogwaardigheidsbekleders van de Stad Brussel), de academische autoriteiten en delegaties van studenten van andere hogescholen en universiteiten. Het is de plaats bij uitstek om elkaar terug te zien en te verbroederen. Voor dit deel zijn de presessen in vol ornaat met toga, de studenten met klakken, labojassen, linten enz. Ze dragen de vlaggen van hun kringen met zich mee. Ook de alumni halen voor de gelegenheid hun klak boven.

(Lees verder onder de afbeelding)

De Zavel is een symbool van de geuzencultuur. Het paleis van één van de belangrijkste leiders van de geuzen, de Graaf van Egmont, stond immers aan de (kleine) Zavel. Daar staat ook het beeld van de graven van Egmont en Hoorne, leiders van de geuzenopstand in de 16de eeuw, die in Brussel onthoofd werden. Sinds de identificatie van de vrijzinnigen met de geuzenopstandelingen en hun vrijheidsstrijd is de Zavel dus niet weg te denken uit de viering. Dit verklaart meteen ook de hardnekkigheid waarmee de organisatoren vasthouden aan deze plaats als vertrekplaats van de stoet.

Rond 16.00 uur vertrekt de St V-stoet op de Zavel. De deelnemers trekken, onderweg begeleid door verschillende fanfares, door de straten van Brussel. Reeds vele jaren gaan ze via de Lebeaustraat, de Gasthuisstraat, het Sint-Jansplein, de Lombardstraat, de Verversstraat naar de Anspachlaan, om te eindigen aan de Beurs.

L’arrivée et le départ des chars

Na de stoet te voet duiken na de Eerste Wereldoorlog de eerste karren op, getrokken door paarden. Pas in de loop van de jaren 1950 verdwijnen deze brouwerijkarren volledig uit het straatbeeld.  In 1931 rijdt voor het eerst ook een kar uit van de Vlaamse studenten.

Na verloop van tijd verschijnen gedecoreerde vrachtwagens in de stoet. Door de mobiliteit van de decors kan het jaarthema letterlijk en figuurlijk uitgedragen worden in Brussel. Sommige verenigingen werken weken aan hun panelen en spandoeken en produceren creatieve parels die tot nadenken stemmen.

(Lees verder onder de afbeelding)

Naar aanleiding van het 100-jarig jubileum van de ULB organiseert de Association Générale des Etudiants in 1934 voor het eerst een wedstrijd voor de ‘mooiste char’. De wedstrijd wordt verschillende keren nieuw leven ingeblazen, onder meer door het BSG in 1982.

(Lees verder onder de afbeelding)

Nu er geen camions meer rijden, tonen de studentenverenigingen hun panelen en spandoeken vooral op de Grote Zavel. Dit beperkt hen in hun mogelijkheid om hun kritische boodschap letterlijk uit te dragen in de stad: de dialoog en het contact met de omstaanders en de Brusselaars worden bemoeilijkt. Dit vergt nieuwe creativiteit van de studenten. Momenteel experimenteren ze met decors op fietsen, karretjes, enz.

Over het al dan niet wenselijk zijn van de chars, zijn de meningen verdeeld. Een aantal studenten vindt dat de stoet te voet beter aansluit bij hun ecologische idealen en dat het een sympathieke dimensie heeft. De Association des Cercles Etudiants is de mening toegedaan dat de camions niet onlosmakelijk verbonden zijn met St V, terwijl het Brussels Studentengenootschap wel zwaar blijft strijden voor gemotoriseerde voertuigen in de stoet.

“Guindailler ne veut pas dire tout casser”

Jammer genoeg loopt het publiek in het algemeen en de Brusselse bevolking in het bijzonder niet altijd hoog op met St V. De Brusselse gemeenschap wordt elk jaar opnieuw betrokken bij St V en is daar niet altijd even gelukkig mee. Degenen die de achtergrond van de viering kennen, staan er doorgaans positief tegenover, degenen die de achtergrond niet kennen, begrijpen het niet en vrezen vandalisme.

Al van in de beginjaren heerst op St V een uitgelaten sfeer en halen de studenten geregeld fratsen uit. Zo besluit de studentenfanfare in 1919 om via de brandladder de Koninklijke Muntschouwburg te beklimmen en bovenop het gebouw een concertje te geven, dit tot grote verbazing van de voorbijgangers. In 1984 klimt een ULB-studente naakt op het standbeeld van Verhaegen en een jaar later gaan een aantal studenten aan de haal met een verkeersbord.

De tocht doorheen de stad wordt met de jaren steeds losbandiger. Tot in de jaren 80 en 90 heeft St V dan ook een minder goede naam bij pendelaars en bij Brusselaars. Om de ergste excessen te vermijden, leggen de kringen zelf gedragsregels op. In 1987 komt er een algemeen verbod op ‘clashen’. Vanaf dan is het de studenten ten strengste verboden met o.a. bier, meel en eieren te gooien. De toevallige voorbijganger die in het verleden met besmeurde kledij naar huis moest, vaak omdat hij bij niet in de buidel tastte voor de bedelende student, is waarschijnlijk gelukkig met deze maatregel, maar de gemiddelde student wat minder: “S’amuser sans clasher bleek voor de meesten een vrij moeilijke opdracht te zijn.” Het verbod blijkt ook niet altijd geëerbiedigd te worden: “De bourgeois die men onderweg tegenkwam werden niet ontzien; een Euro-parlementari[ë]r die uit een tax[i] stapte werd bewerkt met bloem en eieren. Ook enkele chique madams die uit een trendy kapper[s]zaak kwamen zagen hun (peperdure) kapsel in een mum van tijd in een hooiberg veranderen. Eenmaal aan de Zavel gekomen was het gedaan met de leute, de klasjcontroleurs, hoofdzakelijk ULB’ers kweten zich bijzonder goed van hun taak.”

Reeds verscheidene jaren is er steeds meer aandacht voor sensibilisering op het vlak van drank- en drugsgebruik. Er wordt bier aangeboden met minder alcohol, er wordt gebruik gemaakt van plastieken bekers i.p.v. glazen, er komen kraampjes met water en frisdrank (op de Grote Zavel en onderweg), er is een stand waar deelnemers de gevolgen van drankgebruik op hun reactievermogen kunnen testen (via een virtuele bril). Er worden ook mobiele toiletten geplaatst op de Zavel om het wildplassen tegen te gaan.

Er worden ook steeds strengere regels opgelegd om de veiligheid niet in het gedrang te brengen. Zo wordt na een dodelijk ongeluk vanaf 2013 de lengte van de camions beperkt tot 15 meter en worden er extra maatregelen getroffen om de deelnemers op een veilige afstand van de wielen te houden. De manier waarop de organisatoren omgaan met het tragisch ongeval, ontlokt uittredend burgemeester Freddy Thielemans volgende reactie: “Il est rare qu’une fête estudiantine garde autant de valeurs morales.”

Muzikale uitsmijter

Tijdens St V bieden verschillende (studenten)fanfares muzikale ondersteuning. In 1930 waren er twee fanfares (en een draaiorgel!) aanwezig die bekende studentenliederen brachten, in 2017 waren het er zes. Vroeger werd er wel een piano en later ook een muziekinstallatie op de camions gezet. Op de Zavel en tijdens de stoet zingen de kringen vaak hun kringlied en andere studentenliederen. Net als vroeger worden er ook antiklerikale liederen gezongen en liederen die refereren naar een revolte, zoals de Brabançonne.

(Lees verder onder de afbeelding)

Twee liederen verdienen het apart vermeld te worden: Le Semeur en het Lied van Geen Taal. Doorheen de dag worden deze beide klassiekers meermaals gezongen. Daarnaast zijn zij de vaste afsluiter van het ceremoniële gedeelte bij het standbeeld van Verhaegen op de Rooseveltlaan en worden zij gezongen na aankomst van de stoet op het Beursplein. Vandaag de dag luidt Le Semeur het einde in van de feestelijkheden aan de Beurs.

Le Semeur is een revolutionair lied, dat in 1890 werd geschreven door George Garnir (tekst) en Charles Mélant (muziek), toen de studenten het officiële ULB-lied niet wilden zingen omwille van een conflict met de universitaire autoriteiten. Le Semeur doet sindsdien dienst als officieus lijflied van de ULB. De tekst van het Lied van Geen Taal werd vermoedelijk in 1952-1953 geschreven en wordt gezongen op de tonen van een oud Amerikaans lied, Say, Brothers, Will You Meet Us? uit de jaren 1850. De tekst verwijst naar de 19de-eeuwse Vlaamse studentenkring aan de ULB. Het lied is het officiële lied van het Brussels Studentengenootschap en het officieuze lied van de VUB.

(Lees verder onder de afbeelding)

St V = ICE

Op 1 augustus 2019 werd St V opgenomen in de Inventaris van het Immaterieel Cultureel Erfgoed (ICE) van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend door de erfgoedgemeenschap, in dezen vertegenwoordigd door het St V-comité. Dit comité telt afgevaardigden uit alle geledingen van de gemeenschap (met vertegenwoordigers van de Vrije Universiteit Brussel, de Université Libre de Bruxelles, het Brussels Studentengenootschap ‘Geen Taal Geen Vrijheid’, de Association des Cercles Etudiants de l’Université Libre de Bruxelles, de Oudstudentenbond Vrije Universiteit Brussel, de Union des Anciens Etudiants de l’Université Libre de Bruxelles, het Centrum voor Academische en Vrijzinnige Archieven en Archives, Patrimoine et Collections spéciales de l’Université Libre de Bruxelles) en weerspiegelt ten volle de gedragenheid van het dossier. CAVA nam als expertisecentrum inzake erfgoed van de vrijzinnig humanistische gemeenschap en de VUB bij de voorbereiding van de aanvraag de rol van trekker op zich.

Door de erkenning krijgt St V een status als waardevol cultureel evenement, dat verdient  doorgegeven worden van generatie tot generatie. De erkenning vormt tegelijk een garantie voor de bescherming van het feest.