logo

U bent hier

"De opkomstplicht afschaffen is een historische vergissing"

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 bracht 92,6 procent van de stemgerechtigden in Vlaanderen een stem uit. We kunnen alvast één ding voorspellen voor de verkiezingen van oktober 2024: dat percentage zal een stuk lager zijn. De Vlaamse meerderheidspartijen lijken vastbesloten om de ­opkomstplicht af te schaffen, zelfs als een partijvoorzitter niet veel verder komt dan een ­beschaamd, en beschamend, stilzwijgen als hem gevraagd wordt waarom dat een goede zaak zou zijn.

Dit opiniestuk verscheen eerder op standaard.be (+). Ondertekend door meer dan 20 professoren politieke wetenschappen, o.a. Karen CelisSilvia ErzeelDimokritos KavadiasEline Severs en Dave Sinardet. Zie volledig overzicht onderaan artikel.

We hebben al debatten en hoorzittingen gehad, maar wat ons opvalt is dat we nog geen enkel goed argument hebben gehoord voor het afschaffen van de opkomstplicht. We weten zelfs niet welke effecten men wil bereiken met deze maatregel. Politieke wetenschappers zijn het zelden met elkaar eens, maar dit keer is het overduidelijk. Het afschaffen van de opkomstplicht zal leiden tot minder deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen, dat durven we nu al te voorspellen met honderd procent zekerheid.

Uit een grootschalige studie van de belangrijkste auteur ter zake, de ­Canadese hoogleraar André Blais, blijkt inderdaad dat de opkomstplicht nog altijd de meest effectieve methode is om te maken dat er meer mensen gaan stemmen. Stemmen is ook de enige manier waarop het overgrote deel van de bevolking actief deelneemt aan de politiek. We weten op basis van onderzoek ook wie er zullen afhaken als de opkomstplicht wordt afgeschaft: de mensen met een lager opleidingsniveau en een minder gunstige socio-economische positie.

Diegenen die echt genoeg hebben van het hele systeem, zijn juist de mensen die het sterkst gemotiveerd zijn om te gaan stemmen.

Dat is exact wat er in ­Nederland is gebeurd toen de ­opkomstplicht er werd ­afgeschaft, in 1971. Als men de stem van die mensen liever niet meer wil horen, dan zou men dat ook eerlijk moeten zeggen. Hun onvermijdelijke afhaken is des te erger, omdat het hier gaat om het ­lokale ­niveau, en de gemeente toch het niveau bij uitstek is waar de stem van iedereen aan bod komt.

Minder foert-stemmen?

We zijn ook niet overtuigd door de ­argumenten die worden gebruikt om de afschaffing te motiveren. De politieke partijen zouden voortaan meer ­inspanningen leveren om te maken dat meer mensen gaan stemmen. Maar waarom zouden ze dat doen? Bij de laatste gemeente­raads­­verkiezingen in ­Nederland was de opkomst 55 procent, in Frankrijk is dat meestal 65 procent. Blijkbaar vonden de politieke partijen dat prima. Is er een reden waarom de Vlaamse politieke partijen dat anders zouden aanpakken dan de partijen in Nederland of Frankrijk?

Het afschaffen van de opkomstplicht zou ook leiden tot minder ‘foert-stemmen’. Maar als we kijken naar Nederland, Duitsland, en Frankrijk, dan zien we dat de extreme partijen daar even hoge percentages halen als bij ons. Diegenen die echt genoeg hebben van het hele systeem, zijn juist de mensen die het sterkst gemotiveerd zijn om te gaan stemmen. Het ­beschikbare onderzoek stelt dat de ­effecten op de verkiezingsuitslag zeer beperkt zullen zijn. De voorbije dertig jaar hebben we systematisch gekeken welke partij belang zou hebben bij een afschaffing van de opkomstplicht, en er is geen duidelijke conclusie: het hangt allemaal af van de precieze ­omstandigheden. Wie de kieswet­geving zou willen wijzigen, louter vanuit eigenbelang, vergist zich dus deerlijk.

De huidige opkomstplicht zet mensen er ook toe aan om zich over politiek en beleid te informeren. Het feit dat mensen een stem moeten uitbrengen, vormt een aanleiding – al was het maar eens om de zes jaar – om de politiek van naderbij te bekijken. Dat is vooral voor jongeren belangrijk. Door de opkomstplicht af te schaffen verdwijnt die stimulans en zal een groot deel van de bevolking op geen enkele manier nog betrokken zijn bij politiek en beleid. Het valt te vrezen dat vooral jongeren voortaan zullen afhaken.

Als men de stem van een deel van ­de bevolking liever niet meer wil horen, dan zou men dat ook eerlijk moeten zeggen.

Geweten sussen

Tijdens het parlementair debat troostten de christendemocraten zich met de gedachte dat het in 2024 slechts om een ‘experiment’ gaat. Als de opkomst inderdaad enorm terugvalt, zoals alle wetenschappelijke ­studies voorspellen, dan kan nog ­altijd onderzocht worden of de ­opkomstplicht weer kan worden ingevoerd. Wij kunnen aannemen dat een aantal parlementsleden hiermee hun geweten wil sussen, maar we kennen geen enkel voorbeeld van een land dat de opkomstplicht opnieuw invoerde. Het is een tamelijk ouderwetse maatregel, dat is juist, en als de opkomstplicht eenmaal is afgeschaft, dan komt hij nooit meer terug.

In onze cursussen ‘Politieke ­geschiedenis van België’ hebben we een aantal historische data in het overzicht van de democratisering van ons land. In 1893 werd het algemeen meervoudig stemrecht ingevoerd. In 1918 kregen alle mannen een gelijk stemrecht, en sinds 1948 worden de vrouwen in ons land als gelijkwaardige burgers beschouwd. Het kiesrecht werd ook uitgebreid door het verlagen van de kiesleeftijd, en door het ­beperkt toelaten van niet-Belgen.

Moeten we binnenkort 2021 aan dit lijstje toevoegen, als het jaar waarin beslist werd dat we voortaan niet meer alle stemmen willen horen, en zeker niet langer die van de laag­opgeleiden? We hopen, en vragen dat zo’n historische vergissing wordt vermeden.

--

Ondertekenenaars professoren politieke wetenschappen: Johan Ackaert (UHasselt), Nicolas Bouteca (UGent), Karen Celis (VUB), Ellen Claes (KU Leuven), Ruth Dassonneville (Université de Montréal), Pascal Delheye (UGent), Carl Devos (UGent), Koenraad De Ceuninck (UGent), Lieven De Winter (UC Louvain), Silvia Erzeel (VUB), Sofie Hennau (UHasselt), Marc Hooghe (KU Leuven), Dimokritos Kavadias (VUB), Anna Kern (UGent), Petra Meier (Universiteit Antwerpen), Herwig Reynaert (UGent), Eline Severs (VUB), Dave Sinardet (VUB), Peter Thijssen (Universiteit Antwerpen), Tony Valcke (UGent), Peter Van Aelst (Universiteit Antwerpen), Stefaan Walgrave (Universiteit Antwerpen), Bram Wauters (UGent).