logo

U bent hier

Ecosystemen beschermen doe je beter regionaal en niet lokaal

VUB-biologen vinden missing link tussen biodiversiteit en het functioneren van ecosystemen

Biologen van de VUB en de universiteit van Gothenburg in Zweden toonden voor het eerst aan  dat niet de lokale biodiversiteit  op een specifieke plek essentieel is voor het behoud van een goed functionerend ecosysteem, maar wel de biodiversiteit van de hele regio.

Vanschoenwinkel:  “Wij hebben met ons onderzoek kunnen aantonen dat niet de hoeveelheid soorten in een specifiek grasland bepalend is  of het een productief grasland is of niet, het is de hoeveelheid soorten die in de regio beschikbaar zijn.”

Biologen die zogenaamde Biodiversity-Ecosystem Functioning of BEF-relaties bestuderen worstelen al langer met een probleem. BEF is de verhouding biodiversiteit of het aantal soorten per oppervlakte, ten opzichte van het goed functioneren van een ecosysteem, met als grote winst bijvoorbeeld de productie van biomassa of het fixeren van CO2.

Vanschoenwinkel: “Je zou verwachten dat een grote biodiversiteit tot een goed functionerend ecosysteem zou leiden, maar dat is niet altijd het geval. Soms heeft een schrale biodiversiteit geen negatief effect op het functioneren van het ecosysteem. Je kan met andere woorden zowel met veel als met weinig soorten een grasland verkrijgen dat veel biomassa produceert.”

Scale does matter

James Hagan, Bram Vanschoenwinkel en Lars Gamfeldt hebben nu voor het eerst kunnen achterhalen hoe dat komt.  In hun onderzoek dat zopas gepubliceerd werd in het toonaangevende tijdschrift Ecology Letters, konden zij aantonen dat lokale biodiversiteit inderdaad helemaal geen garantie is voor een hoge functionaliteit van het ecosysteem bvb. in termen van productiviteit.

Vanschoenwinkel: “Dit lijkt op het eerste zicht een zorgwekkend resultaat want het suggereert dat biodiversiteit helemaal niet zo belangrijk is. Maar het tegendeel blijkt het geval. Biodiversiteit blijft belangrijk maar op een grotere ruimtelijke schaal.”

De onderzoekers konden bewijzen dat niet de biodiversiteit van het lokale graslandje zelf, maar wel de biodiversiteit van de ruimere omgeving van cruciaal belang was voor de productiviteit.

Vanschoenwinkel: “En laat dat nu ook net zijn wat onze ecosystemen nodig hebben: een zo groot mogelijke natuurlijke reserve van soorten in onze landschappen die kunnen inspelen op wat ons in de toekomst te wachten staat.”

 

Het onderzoek

Voor hun bewijsvoering maakten ze gebruik van wiskundige modellen en lange termijn  datasets waarin de link tussen biodiversiteit en productiviteit van graslanden en andere ecosystemen werd onderzocht. 

Vanschoenwinkel: “Op dit moment werd in het onderzoek gefocust op de link tussen biodiversiteit en productiviteit maar het zal interessant zijn om ook de exacte relaties tussen biodiversiteit en andere ecosysteemdiensten te gaan bekijken, zoals de zuiverende werking van ecosystemen voor onze milieukwaliteit en positieve effecten op de menselijke psychologie.”

James Hagan behaalde een MSc in de Biologie aan de VUB en is momenteel doctoraatsstudent aan de Universiteit van Gothenburg onder promotorschap van Lars Gamfeldt en Bram Vanschoenwinkel. Bram is hoofddocent Ecologie aan de VUB en leidt het Community Ecology Lab.