logo

Kwaliteitscyclus

De volgende ronde van de kwaliteitscyclus gaat in vanaf academiejaar 2021-2022 en is gekenmerkt door volgende bouwstenen:

 

Centraal staat het driejaarlijkse strategieplan. Het fungeert als ruggengraat voor een planmatig beheer en een toekomstgerichte beleidsvoering van opleidingen. Hierin formuleert de opleiding haar langere termijn doelstellingen en identificeert ze een beperkt aantal prioritaire werven. De opleiding kan hierbij ook expliciet aangeven hoe ze inspeelt op het centrale of facultaire onderwijsbeleid. 

De faculteiten zijn verantwoordelijk voor de continue monitoring van het strategieplan. Vanuit de centrale organen wordt het strategieplan driejaarlijks getoetst. Intern via het opvolggesprek, extern via de peer review. De volgorde bij de opstart van de cyclus (eerst intern opvolggesprek of eerst peer review) zal afhankelijk zijn van de kalender.

Tijdens de peer review (zesjaarlijks) staat de bespreking, monitoring en eventuele bijsturing van het strategieplan centraal. De opleiding gaat in gesprek met interne peers en externe experts om inhoudelijke feedback te krijgen op de profilering, het programma en het eindniveau van de opleiding. De uitkomst van de peer review is geen oordeel, maar neemt de vorm aan van een rapport met aanbevelingen. Op basis van deze input werkt de opleiding haar strategieplan bij.

De Kwaliteitsraad Onderwijs neemt 6 maanden na de peer review in hoofde van het instellingsbestuur een formeel besluit over de kwaliteit en de werking van een opleiding. Dit besluit vormt het sluitstuk van de kwaliteitscyclus en geeft de mate van vertrouwen aan in het beleidsvoerend vermogen van de opleiding. Een formeel borgingsbesluit kan drie vormen aannemen: ‘Goed’, ‘Voldoet met aanbevelingen’ of ‘Onvoldoende’.

Tussen 2 peer reviews in, wordt de voortgang van het strategieplan besproken tijdens een intern opvolggesprek met de vicerector Onderwijs en Studentenzaken (OS). Hierbij gaat de focus naar thema’s uit het centrale beleid, alsook naar de adequaatheid van de ondersteuning vanuit OS. Het opvolggesprek mondt uit in een aantal bilaterale afspraken rond de verdere ondersteuning en de eventuele bijsturing van het strategieplan. Op elk moment in de kwaliteitscyclus is er ondersteuning beschikbaar door Onderwijs & Studentenzaken op maat van het strategieplan en de noden van de opleiding. Die ondersteuning zal zoveel mogelijk gebeuren vanuit een interdisciplinair perspectief waarbij kwaliteitszorginstrumenten (focusgesprek, benchmarking, werkveldbevraging,…) en initiatieven vanuit onderwijsprofessionalisering en -innovatie gebundeld worden ingezet.

Naast transparant over het kwaliteitszorgsysteem is de VUB ook transparant over de kwaliteit van haar opleidingen en publiceert hierover voor elke opleiding Publieke Informatie.

Planning per opleiding

Kalender in opmaak (coming soon)
Het driejaarlijks Strategieplan staat centraal

Strategieplan

Het centrale proces in de kwaliteitscyclus en in de werking van de opleidingsraden is het strategieplan. Het driejaarlijks strategieplan spoort de opleidingen aan om op langere termijn doelstellingen te formuleren en een beperkt aantal prioritaire werven te identificeren waarrond de opleiding in een periode van drie jaar wil werken. Het strategieplan laat ook toe om expliciet aan te geven hoe de opleiding inspeelt op het centrale of facultaire onderwijsbeleid.

De kwaliteitszorginstrumenten (focusgesprek, benchmarking, werkveldbevraging,…) worden ingezet op basis van de prioriteiten die worden gedefinieerd in het strategieplan. Ook het ondersteuningsaanbod vanuit Onderwijs en Studentenzaken wordt op maat ingezet in functie van het strategieplan van de opleiding.

Het strategieplan moet fungeren als ruggengraat voor een planmatig beheer en een toekomstgerichte beleidsvoering van opleidingen. Het is de basis voor de verschillende kernprocessen in de cyclus. De bespreking, monitoring en eventuele bijsturing van het strategieplan staat centraal staan tijdens de 6-jaarlijkse ‘Peer Reviews’, de tussentijdse opvolggesprekken met Onderwijs en Studentenzaken en de formele vaststelling van de kwaliteit van de individuele opleidingen door de Kwaliteitsraad Onderwijs.

Tussen 31 maart en 31 oktober 2021 wordt van alle opleidingen een eerste strategieplan verwacht. Hiertoe wordt door Onderwijs en Studentenzaken een sjabloon en ondersteuning voorzien. De strategieplannen worden voorafgaand door de faculteit goedgekeurd en aan de vicerector Onderwijs en Studentenzaken bezorgd.

Het strategieplan wordt vervolgens een eerste keer besproken met een expertenpanel (in het kader van de Peer Review) of met Onderwijs en Studentenzaken (tijdens het tussentijds intern opvolggesprek), afhankelijk van de timing vastgelegd in de kalender van Peer Reviews en opvolggesprekken. De Faculteit is verantwoordelijk voor de tussentijdse opvolging van de plannen.

Zesjaarlijke Peer Review

Vanaf academiejaar 2021-2022 start de vernieuwde kwaliteitscyclus met zesjaarlijkse Peer Reviews, waarvan de planning vooraf zal worden vastgelegd in een kalender. Met de Peer Review leggen we de nadruk op de dialoog met peers. Het doel van de Peer Review is om inhoudelijke feedback te krijgen op de profilering, het programma en het eindniveau van de opleiding. De opleiding gaat daarom in gesprek met interne peers en externe experts verwant aan het vakgebied van de opleiding.                                                                                                                        

Tijdens de Peer Review worden ook de plannen voor de toekomst (i.c. het strategieplan) besproken. Als voorbereiding op een geplande Peer Review evalueert een opleiding haar strategieplan (welke acties zijn uitgevoerd, wat is nog gepland, zijn er andere prioriteiten bijgekomen, …) en stelt indien van toepassing een bijsturing van het strategieplan op voor de komende periode van 3 jaar. De evaluatie van het lopende plan en eventuele voorstellen voor aanpassing worden tijdens de Peer Review gepresenteerd.

De uitkomst van de Peer Review is geen oordeel, maar neemt de vorm aan van een rapport met aanbevelingen waar de opleiding mee aan de slag kan gaan. Op basis van de input en de aanbevelingen van het panel van de Peer Review werkt de opleiding desgevallend haar strategieplan bij.

Parallel met de eventuele aanpassing van het strategieplan schrijft de kwaliteitszorgmedewerker een voorstel tot publieke informatie uit. Hierin tonen we de troeven en ontwikkelkansen van de opleiding. Het eventueel bijgewerkte strategieplan en de publieke informatie worden op een opleidingsraad besproken en goedgekeurd. Beide documenten worden samen met de verslagen van de opleidingsraad van het afgelopen jaar (inclusief het verslag van de goedkeuring van het strategieplan en de publieke informatie) aan de Kwaliteitsraad Onderwijs bezorgd.

Opleidingsraden kunnen in overleg met Onderwijs & Studentenzaken ook kiezen voor een visitatie van de opleidingen waarvoor zij bevoegd zijn door een extern kwaliteitszorg- en/of accreditatieorgaan. Deze opleidingen volgen gewoon de kwaliteitscyclus, maar de externe visitatie neemt de plaats in van de Peer Review.

 

Intern Opvolggesprek

Tussen twee Peer Reviews wordt een intern opvolggesprek gepland met Onderwijs en Studentenzaken.

Het doel van het intern opvolggesprek is om in overleg met de vicerector Onderwijs en Studentenzaken de voortgang van het strategieplan te bespreken met een focus op de ondersteuning vanuit Onderwijs en Studentenzaken. Bedoeling is te verzekeren dat de ondersteuning goed afgestemd blijft op de prioriteiten van de opleiding. Daarnaast kan worden bekeken of en hoe thema’s uit het centrale beleid (bijv. Brussel in de opleiding, community engaged learning, blended learning, interdisciplinariteit, …) terugkomen in het strategieplan. Als voorbereiding op het intern tussentijds opvolggesprek maakt de opleiding een stand van zaken op m.b.t. uitvoering van het strategieplan van de afgelopen 3 jaren en stelt indien van toepassing een bijsturing van het strategieplan op voor de komende periode van 3 jaar.

De uitkomst van het intern opvolggesprek is geen beoordeling, maar neemt de vorm aan van bilaterale afspraken rond de verdere ondersteuning vanuit OS en rond de eventuele bijsturing van het strategieplan. Op voorstel van de opleiding kan op dat moment ook de publieke informatie worden geüpdatet. De geüpdatete publieke informatie wordt in dat geval voor publicatie door de Academische Raad bekrachtigd.

Kwaliteitsraad Onderwijs

De Kwaliteitsraad Onderwijs (in oprichting) is door de Academische Raad gemandateerd om de kwaliteit van individuele opleidingen periodiek formeel vast te stellen en deze vaststelling neer te leggen in een borgingsbesluit. Het doel van de Kwaliteitsraad Onderwijs (KRO) is dus om in hoofde van het instellingsbestuur een formeel besluit te nemen over de kwaliteit en de werking van een opleiding. Hiermee neemt het instellingsbestuur de eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de opleidingen op. Dit formele besluit vormt het sluitstuk van de kwaliteitscyclus en geeft de mate van vertrouwen aan in het beleidsvoerend vermogen van de opleiding.

Borgingsbesluit

De KRO neemt haar besluit op basis van een opleidingsdossier. Dit opleidingsdossier bestaat uit bestaande documenten:

  •  het rapport van de recente Peer Review (of indien van toepassing een recent rapport van een extern evaluatieorgaan),
  •  het strategieplan,
  •  het voorstel van publieke informatie,
  •  opleidingsgebonden data uit centrale monitoringsinstrumenten en
  •  de verslagen van de opleidingsraad van het laatste jaar.

De KRO beraadslaagt op basis van dit dossier. Een vertegenwoordiger van de betrokken faculteit wordt gehoord indien de faculteit daarom verzoekt.

 

De KRO neemt een formeel borgingsbesluit dat drie vormen kan aannemen: ‘Goed’, ‘Voldoet met aanbevelingen’ of ‘Onvoldoende’:

Als de KRO vaststelt dat de kwaliteit van het onderwijs actief wordt opgevolgd door de verantwoordelijke opleidingsraad, kent de KRO een positief besluit ‘Goed’ toe. De KRO bevestigt daarmee het vertrouwen in de opleiding. De opleiding kan haar geplande beleid verderzetten en kan het strategieplan dus zonder wezenlijke bijsturing verder uitvoeren. De KRO kan desgewenst wel suggesties formuleren. De publieke informatie wordt voorgelegd aan de Academische Raad en op de website gepubliceerd. Een tussentijds opvolggesprek met Onderwijs en Studentenzaken wordt gepland drie jaar nadat de Peer Review heeft plaatsgevonden (zie c) en een nieuwe Peer Review wordt gepland.

Indien de KRO vaststelt dat de kwaliteit van het onderwijs wel actief wordt opgevolgd door de verantwoordelijke opleidingsraad maar op basis van de verzamelde informatie meent dat dringende acties nodig zijn, dan krijgt  een opleiding een positief besluit met voorwaarden ‘Voldoet met aanbevelingen’. De KRO neemt dan specifieke aanbevelingen op in het strategieplan die door de opleiding prioritair moeten worden aangepakt. Deze prioritaire aanbevelingen worden ook opgenomen in de publieke informatie die door de Academische Raad wordt goedgekeurd alvorens het wordt gepubliceerd. Tijdens het intern tussentijds opvolggesprek na 3 jaar wordt van de opleiding een evaluatie van de uitvoering van het strategieplan met focus op de prioritaire aanbevelingen verwacht, alsook een bijgewerkt strategieplan voor de komende 3 jaar. De uitkomsten van het opvolggesprek worden aan de KRO voorgelegd. De KRO neemt op basis daarvan een nieuw borgingsbesluit ‘Goed’ of ‘Onvoldoende’. Bij ‘Goed’ wordt drie jaar na het intern opvolggesprek een Peer Review gepland, bij ‘Onvoldoende’ worden dwingende maatregelen opgelegd.

Indien de KRO vaststelt dat de kwaliteit van de opleiding onvoldoende wordt opgevolgd door de verantwoordelijke opleidingsraad, neemt de KRO het besluit ‘Onvoldoende’. De KRO stelt aan de Academische Raad één of verschillende van volgende dwingende maatregelen voor:

  • een begeleidingscommissie wordt aangesteld met interne en eventueel ook externe deskundigen die met de opleiding een verbeterplan uittekent en de uitvoering van dat plan begeleidt. De interne begeleidingscommissie rapporteert over de voortgang aan de KRO. De KRO neemt uiterlijk binnen de twee jaar een nieuw borgingsbesluit.
  • de opleiding wordt in het eerstvolgende jaar door een ad hoc panel van externe experten doorgelicht. Het resultaat van de externe doorlichting wordt aan de KRO voorgelegd die op basis daarvan en uiterlijk binnen de 2 jaar na het de eerste beslissing een nieuw borgingsbesluit neemt.

In het geval er zich volgens de KRO een majeur inhoudelijk kwaliteitsprobleem stelt dat invloed heeft op de waarde van het afgeleverde diploma wordt de opleiding tijdelijk bevroren

Samenstelling

De KRO telt volgende leden:

  • Voorzitter: Prof. dr. em. Yvette Michotte (tot eind 2022)
  • 4 ZAP-leden, geen lid van de Academische Raad (aangeduid door de Onderwijsraad):
    • Prof. dr. Gustaaf Cornelis (MILO/LW) 
    • Prof. dr. Nikolaos Deligiannis (WE/IR)  
    • Prof. dr. Marie-Anne Guerry (ES) 
    • Prof. dr. Eric Kerckhofs (LK) 
  • 1 ATP-lid met onderwijskundige expertise: Dr. Céline Cocquyt
  • 1 AAP/BAP-lid (aangeduid door de Onderwijsraad): Dr. Arne Van Antwerpen (AAP, WE)
  • 1 student(e) (aangeduid door de Studentenraad): Mevr. Liesl de Pauw
  • 2 externe leden (op voorstel van vicerector Onderwijs en Studentenzaken)
  • Secretaris: Dhr. Wim Van Gorp (OS)
  • Waarnemend lid Afdelingshoofd Kwaliteitszorg en Onderwijs-professionalisering: Dr. Steven Van Luchene

Verantwoordelijkheden

De Kwaliteitsraad Onderwijs is verantwoordelijk voor:

  • het periodiek vaststellen van de kwaliteit van de individuele opleidingen op basis van de verschillende elementen uit de VUB kwaliteitscyclus;
  • het per opleiding neerleggen van die vaststelling in een formeel borgingsbesluit en een voorstel voor publieke informatie t.b.v. de Academische Raad;
  • het voorstellen van dwingende maatregelen aan de Academische Raad indien de kwaliteit van een opleiding niet voldoet;
  • het adviseren van de Academische Raad over vragen tot aanpassing van reeds gepubliceerde publieke informatie;  
  • het voorstellen van thema’s voor universiteitsbrede analyses aan de Academische Raad
  • het uitvoeren van een dringend kwaliteitsonderzoek op vraag van de vicerector onderwijs.
  • het regelmatig reflecteren over de kwaliteitscyclus van de VUB en het doen van eventuele aanpassingsvoorstellen aan de Academische Raad.