logo

U bent hier

Jacques Nenquinprijs archeologie voor VUB vorser Barbora Wouters

VUB alumna Barbora Wouters

Voor de Jacques A.E. Nenquinprijs 2013 waren vijf masters genomineerd: David Demoen, Maxime Poulain, Marit Van Cant, Yannick Van Hollebeeke en Barbora Wouters. Een externe jury bestaande uit professoren van diverse universiteiten beoordeelde de masterproeven en stelde een rangschikking voor. De juryleden waren prof. dr. Peter Attema (Universiteit Groningen), prof. dr. Patrick Degryse (KU Leuven), prof.dr. Colin Haselgrove (University of Leicester) en prof. dr. Laurent Verslype (UC Louvain). Barbora Wouters kwam uiteindelijk als laureaat uit de bus. De jury was onder de indruk van het interdisciplinaire karakter van haar onderzoek, de combinatie tussen micromorfologie en archeologie, het opentrekken van het onderzoek naar nieuwe vraagstellingen en de methodologisch sterke onderbouw van het proefschrift.

Barbora Wouters (1989) studeerde Kunstwetenschappen en Archeologie aan de VUB. Reeds tijdens de Bacheloropleiding bleek echter dat het te moeilijk was om een keuze te maken tussen humane en natuurwetenschappen, waardoor ze zich specialiseerde in een tak van de archeologie die beide combineert: de micromorfologie. Deze methode laat toe bodemkundige en archeologische processen te bestuderen aan de hand van microscopische analyse.

Haar specifieke interesse voor natuurwetenschappelijke methoden in het archeologisch onderzoek kon ze in haar Masteropleiding (2011) verder ontplooien tijdens een Erasmusuitwisseling aan de Universiteit van Sheffield, waar ze zich bekwaamde in de geoarcheologie en ‘environmental archaeology’. Haar thesis over het ‘Micromorfologisch onderzoek van de zwarte laag te Antwerpen (burchtsite)’ werd in 2012 bekroond met de prijs Renée De Bock-Doehaerd (Vakgroep Geschiedenis, VUB).

In 2011-2012 specialiseerde Wouters zich verder in de micromorfologie aan de Universiteit van Cambridge. Haar thesis handelde opnieuw over het micromorfologisch onderzoek van de stedelijke ruimte, deze keer met de nadruk op Noord-Europa (‘A micromorphological approach to Early Medieval towns and trading places: the case study of Viking-age Kaupang, Norway’). In oktober 2012 begon Wouters als FWO-aspirant aan haar doctoraat over de bijdrage van micromorfologie aan het onderzoek van vroegmiddeleeuwse steden: ‘Early towns in the southern North Sea region – the formation and lifecycle of (pre-)urban soils from an archaeological and micromorphological perspective, AD 400-1000′.

Bijlage: 
PDF icon slijpplaatje.pdf