logo

U bent hier

Erwin De Clerck, adjunct-directeur Vlaamse Liga tegen Kanker

VUB alumnus Erwin De ClerckRoken in het bijzijn van kinderen is eigenlijk mishandeling. Met deze uitspraak haalde VUB-alumnus Erwin De Clerck (52) de voorpagina van zowat alle Vlaamse kranten. Maar hoe meer publiciteit, hoe liever hij het heeft, want Erwin de Clerck is al ruim tien jaar hoofd preventie – en intussen adjunct-directeur – van de Vlaamse Liga tegen Kanker. Als student was hij al bijzonder actief, onder meer als voorzitter van de Sociale Raad (de voorloper van de Studentenraad) en die ervaring komt hem nog elke dag van pas. “Ik heb aan de VUB geleerd om rechtvaardig te denken.”

Waarom heb je destijds voor de VUB gekozen?

Ik kom uit Antwerpen, maar kende de VUB omdat mijn zus daar geneeskunde studeerde. Ik besloot ook geneeskunde aan de VUB te gaan studeren. Maar toen ik er in 79 aankwam, was mijn zus al weg. Ik kende hier niemand en wist werkelijk van niets, ik wist niet eens wat vrijzinnigheid betekende. Het eerste wat ik zag waren de laatste stuiptrekkingen van de fameuze 10.000-acties (studentenprotest tegen het verhogen van de inschrijvingsgelden tot 10.000 frank of 250 euro).

"Vrij onderzoek is een levenshouding geworden"


De eerste kandidatuur geneeskunde was toen nog op campus Etterbeek en in dat jaar heb ik al mijn slechte vrienden leren kennen (
lacht). Ik kwam al snel in contact met Studiekring Vrij Onderzoek. Ik kon als jobstudent ergens aan de slag als typist en vroeg aan Vrij Onderzoek of ik hun schrijfmachine even mocht lenen om te oefenen. Ik kreeg niet alleen de schrijfmachine in bruikleen, maar ze gaven me ook materiaal om te typen, en zo ben ik ingewijd geraakt in de strijd van de Sandinisten in Nicaragua of die van de staalarbeiders bij ons. En zo ben ik uiteindelijk bij Studiekring Vrij Onderzoek terechtgekomen. De toenmalige voorzitter gaf er de brui aan en ik ben hem – na verkiezingen - opgevolgd. Niet lang daarna heeft Eric Verrept, toen een bijzonder actieve medestudent, me warm gemaakt voor de Sociale Raad en ook daar ben ik snel voorzitter geworden.

De VUB is voor mij op alle vlakken een enorme openbaring geweest: academisch, politiek, sociaal en niet te vergeten: de meisjes. Ik kwam van een college waar alleen maar jongens zaten.

Wat heb je aan VUB geleerd dat later belangrijk is gebleken? 

Alles. Ik doe nog altijd aan vrij onderzoek, het is een levenshouding geworden. En het zelfvertrouwen dat ik gekweekt heb door als student in al die raden te zitten, dat zelfvertrouwen benut ik elke dag. Ik weet dat mijn mening meetelt. En ik heb ook geleerd om rechtvaardig te denken, ik vond dat de VUB daar voor stond, ook nu nog.  

Hoe verliepen je studies?

Mijn academisch parcours was een beetje een slalom, maar het was wel fantastisch. Aan de VUB hadden we als geneeskundestudenten beduidend meer stages dan aan andere uniefs, met meteen ook veel verantwoordelijkheid. Ik heb o.m. stage gelopen in het Brugmannziekenhuis en in het Sint-Pietersziekenhuis, zo heb ik ook Brussel leren kennen. Wie ik een geweldige leermeester vond, was professor Six. Hij heeft me de interne geneeskunde geleerd. Prof. Six was tegelijk heel streng en minzaam. 

Na je studie ben je in de televisiewereld terechtgekomen…

Toen ik afgestudeerd was als algemeen geneesheer, ben ik aan een specialisatie Radiologie begonnen. Maar ik was dienstplichtig en kreeg geen uitstel meer. Ik koos voor vervangende burgerdienst en kwam zo in het Klein Kasteeltje terecht als algemeen geneesheer. Maar met je burgerdienst verdiende je geen geld en om den brode moest ik een extra job zoeken. Zo belandde ik bij Wim Robberechts, dé specialist van luchtbeelden. Omdat ik hem kon aantonen dat ik technisch onderlegd was, mocht ik meteen volop meewerken aan programma’s, zoals Ushaïa op het Franse TF1. 

Zo ben ik in de tv-wereld gerold. Ik verdiende daar goed mijn brood. Mijn mooiste jaren waren bij productiehuis Kanakna, waar ik o.a. alle afleveringen van de Dierenkliniek heb gemaakt, eerst met Pascale Bal, daarna met Chris Dusauchoit. 

Maar toen kwam er een kentering in mijn leven: ik had plots drie kinderen. Een van mijn partner en met haar nog een tweeling. Dat was niet meer te combineren met het hectische bestaan van een televisiemaker. Bij de Vlaamse Liga tegen Kanker zochten ze toen een verantwoordelijke voor preventie. Ik was dokter,  had jaren tv-ervaring én was ook technisch onderlegd, bijvoorbeeld  in het maken van websites. Toenmalig directeur Leo Leys wilde dat ik meteen mijn contract tekende.

Intussen ben je vergroeid met de Vlaamse Liga tegen Kanker en haar – vaak opvallende - preventiecampagnes. Heb je het gevoel dat het geholpen heeft?

In het begin van deze eeuw was preventie het grote toverwoord. We hebben vrouwen “naar hun borsten laten kijken”, de bevolking “massaal op de weegschaal” gezet en ze vervolgens “duizenden kilometers van Kom op tegen Kanker” laten fietsen. Met succes. Waar ik het meest trots op ben, is het rookvrij maken van de publieke ruimte. Terwijl iedereen vruchteloos bleef debatteren met rokers, kozen wij resoluut voor het recht op een rookvrije leefomgeving. Door het op te nemen voor de meerderheid van niet rokers boekten we succes na succes.

Eerste de treinen en de werkvloer, dan de scholen en de restaurants.

Ik ben er vooral trots op dat we via het grondwettelijk hof een algemeen rookverbod in de horeca hebben kunnen afdwingen. Daarvoor was er een halfslachtige wetgeving met veel uitzonderingen, waarvan uiteindelijk – na onze strijd - de belangrijkste geschrapt is. Sedert 1 juli 2011 is roken in de horeca geschiedenis.

Je hebt de voorpagina’s gehaald met de uitspraak dat roken in het bijzijn van kinderen eigenlijk mishandeling is.

Daar blijf ik bij. Je kunt niet zeggen dat roken gevaarlijk is en tegelijk je ogen dichtknijpen voor kinderen die blootgesteld worden aan sigarettenrook. Dat is een fundamenteel onrecht. Kinderen zijn onmondig en verdienen onze steun.  Ik hou me overigens niet bezig met de strijd tegen het roken zelf, maar wel met het recht op gezonde lucht.

Ik vind roken een recht – ik heb zelf ook ooit gerookt – en wie zou het recht hebben om persoonlijke vrijheden in te perken? Maar rook is ook iets dat je niet binnen je luchtpijp kunt houden. Jammer voor de roker, maar daar laat je kinderen niet voor opdraaien, ook niet in een privécontext. Kinderen tegen beter weten in blootstellen aan tabaksrook moet op termijn gelijkgesteld worden aan mishandeling. Onder andere met campagnes zullen we steun zoeken voor een wettelijk verbod. Dat wil ik echt nog graag realiseren.