logo

U bent hier

Alumna in de kijker: Lene Kemps

VUB alumna Lene Kemps

'Aan de VUB leerde ik alles, behalve schrijven.'

‘Er is aan mij bepaald geen oorlogsjournalist verloren gegaan’, zegt Lene Kemps. De goede verstaander kan niet om de ironie heen. De hoofdredactrice van Knack Weekend had al een voorkeur voor lifestyle-onderwerpen toen ze nog communicatiewetenschappen studeerde aan de VUB. ‘Ik vond onze generatie studenten ook een heel elegante,’ zegt ze over die periode, begin jaren tachtig. ‘Bijzonder goed gekleed.’ Een ontmoeting met de vrouw die mee de journalistieke lijnen van Knack Weekend uitzet en haar blad uitdrukkelijk géén vrouwenblad noemt.

‘Ik ben 12 jaar hoofdredactrice bij Feeling geweest,’ zegt Lene Kemps. ‘En dat is écht een vrouwenblad. Bij alles wat je schrijft moet je een vertaalslag maken: wat zal de lezeres ervan denken? Welk aspect van het onderwerp interesseert haar? Het waren heel leuke, aangename jaren, daar niet van. En zeker leerrijk. Maar na die 12 jaar wou ik wel eens terug naar een blad dat mij vanzelfsprekend meer op het lijf geschreven is.’

Lene Kemps
Afgestudeerd: 1982
Diploma: licentiaat communicatiewetenschappen en literatuurwetenschappen
Huidige job: hoofdredacteur Knack Weekend

 

En Knack Weekend is dat blad?

Knack Weekend is een actuablad. We schrijven over wat er gebeurt in de week waarin we verschijnen. Ja, er gaat veel aandacht naar beauty en mode. Maar het verschil ligt in de toon waarmee je het behandelt. Is dat een ‘gewone’ toon, zoals het geval is bij Knack Weekend, dan zijn die artikels meteen geen vrouwenartikels meer.

Over vrouwen gesproken, de VUB besliste haar eredoctoraten dit jaar uitsluitend aan vrouwen te geven en zo erop te wijzen dat er ook in de academische wereld een glazen plafond bestaat.

Ik vind dat niet slecht. Dat glazen plafond bestaat, daar bestaat geen twijfel over. Natuurlijk, ik ken het discours dat vaak afgestoken wordt wanneer de keuze van een mannelijke kandidaat wordt verdedigd. Het gaat dan altijd om de kwaliteit, niet het geslacht. Maar als de vrouwen van nu een netwerk uitbouwen en een voorbeeld geven, dan heeft de volgende generatie het misschien makkelijker. Nu, ik ben niet geplaatst om te oordelen over het effect van positieve discriminatie. Over die problematiek heb ik me niet gebogen. Maar daar zullen wel genoeg studies over bestaan, zeker in de VS. Vanuit mijn aanvoelen denk ik: go for it.

Komt uit de mond van een vrouw die zich bewezen heeft. Heb je communicatiewetenschappen gekozen omdat je toen al een journalistieke carrière op het oog had?

Ik heb in ieder geval altijd iets willen doen rond lifestyle. Maar journaliste ben ik niet geworden aan de VUB. Ik herinner mij het eerste jaar op unief. We kregen heel algemene zaken: economie, statistiek, Duits, Frans. Op zich niet slecht, maar ik heb daar niet leren schrijven. Hoe maak je een goede intro? Hoe functioneert een krant? Dat soort onderwerpen kwam niet aan bod. Maar je leerde wél denken, academisch denken: hoe pak je een onderwerp aan, wat is de essentie ervan, enzovoort.

Je hebt na de VUB ook een bijkomende licentie literatuurwetenschappen gevolgd aan de KU Leuven. Vergelijk eens de sfeer.

Ik heb in Leuven een heel leuke tijd gehad. Maar dat had vooral te maken omdat ik toen gerichter studeerde. Ik had toen ook al meer bagage. Ik wist dat ik kon studeren, en ik concentreerde me daar veel meer op dan aan de VUB. Het was ook zo dat de klas in Leuven kleiner was. Je had er meer persoonlijk contact met de profs, en er ging ook meer aandacht naar het schrijven van papers.

Vreemd, dat zijn net de pluspunten die de VUB naar voren schuift.

Ja, maar toen ik aan de VUB begon,  bestond de opleiding communicatiewetenschappen maar pas. En die had onverwacht veel succes. Wij zaten met tachtig, honderd in een klas. Dat snelle succes heeft de VUB een beetje overweldigd, denk ik. Nu, let op: aan de VUB heb ik the time of my life gehad. De wereld ging er open voor mij. Er zaten zoveel inspirerende figuren. We kregen daar een vak historische kritiek: ik adoreerde dat. Ik zal nooit vergeten wat een assistente van Els Witte, die hedendaagse geschiedenis doceerde, zei in het begin van het jaar. Jullie zijn geen lege vazen om te vullen, vertelde ze ons. Je moet hier niet zitten en wachten tot we je volgieten. Nee, je hebt nu vier jaar om alle boeken te lezen die je wilt en alle professors aan te spreken. Zoek je weg!

En dat heb je gedaan?

Dat heb ik heel letterlijk genomen, ja. Dat was het leuke aan de VUB. Zo vroeg ik aan professor Hubert Dethier of ik iets kon doen rond de droom in de films van Bergman. Natuurlijk, zei die dan. En de volgende weken spendeerde ik mijn tijd dan in het filmmuseum – ook al zo’n ontdekking. Dat vond ik zo verruimend. Hubert Dethier was ook diegene die zei dat wie een beetje hersens heeft niets anders kon doen dan achter de katholieken in Polen te staan. Je moet weten, dat was in de tijd van Solidarnosc. Dat vertelde ik dan thuis aan mijn ouders, allebei overtuigde atheïsten. Maar ze vonden het ook fantastisch, dat je zo aangespoord werd vrij te denken.

Was het een bewuste keuze, naar de VUB te trekken?

Nee. Er hing op school zo’n papiertje over de infodag van de VUB. Met mijn vriendin nam ik de trein, en van het moment dat ik de campus betrad, wist ik: dat is het. En dat was het ook. Op het atheneum had ik altijd het gevoel dat ik apart was, een soort nerd. Aan de VUB ontdekte ik dat er mensen waren die óók boeken lazen, die óók in alles en nog wat geïnteresseerd waren. Dat was zo ongelooflijk prikkelend. Ik vond de VUB ook zo creatief toen. Je maakte kennis met iemand op een party, en daarna zag je hem of haar  tot je verbazing terug in een bandje op het podium: heerlijk. Nu ja, iedereen zal zijn eigen generatie wel de top vinden, niet? Maar het heeft me toch gevormd, die sfeer van vrijheid.  

En daarna Brussel?

Tijdens al. Het eerste jaar hokte ik op de Nieuwelaan, maar daarna verhuisde ik zowat elk jaar naar een nieuw kot. Gaandeweg leerde ik Brussel kennen. Je ging naar films, naar tentoonstellingen. Ook dat maakte de charme van de VUB uit: dat er vlakbij zo’n grote, onbekende stad op je te wachten lag, waar je je op de koop toe in twee talen uit de slag moest trekken. Terwijl in Leuven, daar kwam je bijna uitsluitend studenten tegen – en het studentikoze met zijn mosselsoupers en cantussen bekoorde me al zo weinig. Wij hebben op de VUB zelfs de doop aan onze faculteit afgeschaft! Dus ik ben al na een jaar teruggekeerd naar Brussel, en ik woon er nu nog steeds.

Zeer tot je tevredenheid.

Zeer tot mijn tevredenheid. Nu, Brussel is een stad waar je veel moeite voor moet doen. Zeker in de jaren tachtig, toen de stad leegliep en er grote stadskankers waren. Maar dat weegt niet op tegen de vrijheid die je er ervaart.

Mevrouw Lene Kemps, bedankt voor je gesprek.