logo

U bent hier

Alumna in de kijker: Ann Cobbaert

'In mijn job kan ik écht het verschil maken. Voor minder doe ik het niet.'

VUB-alumna Ann CobbaertWe interviewen Ann Cobbaert op wat naderhand de ‘internationale dag van het geluk’ blijkt te zijn. Een toeval, maar toch toepasselijk. Als directrice van het Koninklijk Technisch Atheneum van Mechelen steekt Ann namelijk haar hele wezen in het pedagogisch project van haar school: kansarme jongeren op de goede weg helpen zetten. En wat is geluk anders dan je totaal terugvinden in wat je doet?

Dat ze uiteindelijk aan het hoofd van een school zou belanden? Nee, dat had ze niet kunnen vermoeden. Wie kiest voor een opleiding als handelsingenieur aan de VUB Solvay Business School ziet dat meestal niet als een voorbereiding op een carrière in de zogenaamde zachte sector. ‘De dingen lopen zoals ze lopen’, zegt ze daarover. ‘Ik ben inderdaad nooit handelsingenieur beginnen studeren om dan bewust de stap naar het onderwijs te zetten. Aan de andere kant: ik was in zoveel dingen geïnteresseerd, dat ik eigenlijk niet kon kiezen.’

Maar dan toch: handelsingenieur

‘Ja, en dat is des te opmerkelijker omdat ik niet uit een familie van zakenmensen stam. Mijn vader had zelf geen universitair diploma, hij stamde nog uit een generatie die zichzelf opgewerkt heeft. Ik had het geluk dat ik goede cijfers haalde op het atheneum. Best mogelijk dat mijn vader me daardoor een stuk naar de opleiding als handelsingenieur heeft geleid. Misschien dacht hij: als mijn dochter een universitair diploma behaalt, zal ze het verder brengen dan ik. Maar ik vond zelf ook dat daar veel interessants in zat, in de opleiding. Komend uit Latijns-wiskunde had ik nooit economie gekregen, bijvoorbeeld. Maar al na enkele lessen wist ik dat ik dat echt graag deed.’

Ann Cobbaert
Afgestudeerd: 1995
Diploma: Handelsingenieur
Huidige job: directrice Koninklijk Technisch Atheneum Wollemarkt, Mechelen

Om daarna gezwind de opleiding te voltooien?

Ik heb in ieder geval nooit gedubbeld. Plus, ik ben afgestudeerd met onderscheiding en achttien op mijn thesis. Nu is het niet allemaal van een leien dakje gelopen. Ik studeerde maar enkele maanden aan de VUB toen mijn vader stierf. Plots stond ik er helemaal alleen voor. Ik kan je vertellen, op zo’n moment houdt de wereld op met draaien. Ik moest terugvallen op een vriendenkring die ik toen nog helemaal aan het opbouwen was. Maar de wereld staat nu eenmaal niet stil, en stukje bij beetje vond ik toch mijn draai. In zoverre zelfs dat mijn resultaten in mijn tweede jaar minder waren. Niet zozeer omdat ik moest gaan klussen - anders kon ik niet blijven studeren -, maar omdat ik tegen die tijd nogal actief was in de Vrijzinnige Studiekring Mechelen. Actief in de betekenis van: vaak een pintje gaan drinken en gaan dansen.

Maar je sloeg je ook daar doorheen.

Ja dus. Maar toen ik mijn diploma in bezit had, dacht ik: wat nu? Ik had echt niet een welomlijnd idee van wat ik wou gaan doen. Natuurlijk, ik schreef netjes mijn sollicitatiebrieven. Maar daar kwam verrassend weinig reactie op. Ik vond dat niet eerlijk, toen. Ik bedoel, met mijn diploma en resultaten, die dan toch gezien mochten worden. Maar nu denk ik dat ik het uitstraalde dat ik niet echt happig was op het soort werk waar handelsingenieurs doorgaans in belanden.

Had je dan iets anders voor ogen?

Nee, niet echt. Maar al tijdens mijn studiejaren vond ik me niet terug in de sfeer die er onder mijn medestudenten heerste. Zoals gezegd, ik stam uit een arbeidersgezin, en zij kwamen toch vooral uit gegoede middens. Er was een mismatch, en ik voelde er maar weinig voor om ergens in een gelijkaardige sfeer te gaan werken. Maar gaan werken moest ik natuurlijk wél, en na een aantal sollicitaties kwam ik uit op een administratieve job in een ziekenhuis.

Dat lijkt me toch een heel afwijkend parcours te zijn. Was je daar tevreden mee?

Nee. En dat gevoel werd acuut, toen ze me na een jaar een vast contract aanboden. Ik dacht toen: als ik dat teken, dan kom ik hier misschien nooit meer weg. Eigenlijk ben ik pas dan beginnen nadenken over wat ik graag zou willen doen. En ik kwam uit op onderwijs. Ik ben toen naar de VDAB gestapt en gezegd dat ik wou lesgeven. En de eerste school waarop ik terechtkwam, was KTA Wollemarkt in Mechelen.

Dezelfde school waar je nu directrice van bent

Inderdaad. Ik kon beginnen als interim voor een aantal maanden en ik wist al na de eerste week: dat is écht iets voor mij, hier kan ik mij voluit voor geven. Maar de persoon die ik verving, kwam terug, en ik moest vertrekken. Ik ben dan eerst drie jaar leraar informatica geweest in mijn woonplaats uit mijn jonge jaren, Heist-op-den-Berg, en daarna verkaste ik naar het Atheneum in Zaventem, waar ik economie gaf aan de derde graad. Maar die eerste interim, hier in Mechelen, die vond ik het leukste.

Waarom?

Omdat je in een een technische school zoveel meer het verschil uitmaakt als leraar. En dat is voor mij cruciaal. Ik heb dan ook altijd contact gehouden met de directie hier en ik was enorm blij toen ze me telefoneerden met het aanbod van een full-time job.

En amper twee jaar later werd je directrice. Was dat niet een beetje snel?

Zeker. En moest ik toen geweten hebben wat ik nu weet, ik had misschien niet toegehapt. Ik was veel te jong, begin dertig. Ik ben daarna zelfs nog een tijdje opnieuw voor de klas gaan staan. Maar op de plaats waar ik nu zit, kan ik veel meer betekenen voor de leerlingen. En daar draait het voor mij om.

Omdat KTA Mechelen een zogenaamde GOK-school is?

Een gelijke onderwijskansen-school, ja. Zo heet dat. Wij werken hier met 450 leerlingen uit kansarme middens. Die komen uit 40 tot 50 verschillende etnische groepen. En die allemaal kansen geven, dat is ons pedagogisch project. Dat is wat ik bedoel, als ik zeg dat we hier écht het verschil kunnen maken. In een aso-school kun je bij wijze van spreken een hond met een hoed voor de klas zetten, die leerlingen motiveren zichzelf hoe dan ook. Maar hier hebben we jongeren die op de grens zitten. Die vallen langs de goede kant van de lijn, of de slechte. Wat wij hier doen, is ze een duwtje in de goede richting geven.

Werpt het vruchten af?

In onderwijsmiddens staan wij in ieder geval hoog aangeschreven voor wat wij hier doen en bereiken. Maar het is een dagelijks gevecht. Om terug te keren naar mijn opleiding aan de VUB, wat me enorm boeide waren die lezingen van Ricardo Petrella. We leven in een maatschappij waar de winsten geprivatiseerd, de verliezen gesocialiseerd en de ellende geglobaliseerd worden, zei die. Dat is me altijd bijgebleven, en het is iets waar we hier dag in dag uit mee te maken krijgen. De segregatie is bijvoorbeeld zéér sterk.

Wat bedoel je met dat laatste?

Wel, om maar iets te zeggen: wij hebben hier een onthaalklas ‘anderstalige nieuwkomers’. Niet elke school heeft dat, want dat wordt gezien als ‘kleur binnenhalen’. Je trekt er enorm veel leerlingen van verschillende etnische achtergronden mee aan. En dan denk ik: verspreid die dan toch over àlle scholen. Want of je nu wil of niet, we zullen moeten leren leven met andere culturen, die evolutie is niet meer terug te draaien.

Maar dat gebeurt niet

Het verergert. En dat heeft volgens mij te maken met de individualisering van de maatschappij en de economische omstandigheden. Het is een moeilijke kwestie, dat ga ik niet ontkennen. Maar ik heb hier ondertussen klassen waar alleen maar leerlingen van Marokkaanse afkomst zitten. En dan spreek je niet langer over diversiteit, hé.

Je zou er de moed bij verliezen?

Nee, juist niet. Ik ben zelf een kind van emancipatie door onderwijs, ik geloof daar heel sterk in. En ik kan daar nu binnen mijn omgeving zelf een project opzetten om dat te verwezenlijken. Dat vind ik fantastisch. Zeg gerust dat ik er ‘op z’n VUB’s’  redelijk eigenzinnig in ben.