logo

U bent hier

Internationalisering, vloek of zegen?

Internationaisering, vloek of zegen?

Internationalisering is een mooi begrip. Wie kan tegen vrij verkeer van goederen, diensten en ideeën zijn? De VUB is er alvast voorstander van. Niet dat ze veel anders kan: internationalisering van het hoger onderwijs is een vereiste van de Vlaamse overheid. Haar gebruikelijke ambtelijk jargon indachtig stelt die dat tegen 2020 20% van de studenten ‘gebruik moeten maken van internationale mobiliteit’. 

De eis '20 % tegen 2020' staat ook zo vermeld in het algemeen strategisch plan van de VUB. En het moet gezegd, onze universiteit maakt er werk van. Zo bouwde ze jaren geleden al IRMO uit: het International Relations & Mobility Office. Dat staat onder andere in voor de creatie en implementatie van internationale projecten. Het biedt ook sociale en administratieve ondersteuning van buitenlandse studenten en promoot de VUB bij buitenlandse studenten als ideale bestemming voor verder onderwijs en onderzoek.

De VUB heeft overigens een aparte vicerector Internationaal Beleid in de persoon van Jan Cornelis, die al ijverde voor internationale uitwisseling van kennis en studenten nog voor dat een Vlaamse verplichting was. Voor zijn grote rol in de uitbouw van nauwe banden tussen de VUB en Chinese universiteiten, ontving hij in september 2014 uit de handen van de huidige Chinese vice-premier MA Kai zelfs de prestigieuze ‘National Friendship Award of China’: een grote eer, die maar voor weinige buitenlandse experts is weggelegd.

Om kort te gaan: de Vrije Universiteit Brussel neemt haar internationalisering ernstig. Vandaag de dag komt maar liefst 21 % van het totale aantal studenten uit het buitenland. Het leeuwendeel ervan wordt gevormd door doctoraats- en masterstudenten: beide categorieën maken zo’n 40 % uit van het totale aantal buitenlandse studenten.

Op het eerste gezicht zit het dus wel snor met de invulling van de internationaliseringseis van de Vlaamse overheid - abstractie genomen van het feit dat onder de internationaliseringseis verstaan wordt dat ook 20% van de studenten van hier een tijdlang in het buitenland gaan studeren. En daar mangelt het nog aan: Vlaamse studenten blijken een stuk honkvaster te zijn dan gedacht.

Als het aan rector Paul De Knop lag, kan de internationalisering van de VUB alvast niet snel genoeg gaan. Verschillende keren heeft hij er al op gewezen dat de VUB door zijn ligging in de hoofdstad van Europa meer dan andere Vlaamse universiteiten te maken krijgt met concurrentie van buitenlandse onderwijsinstellingen. De universiteiten van Kobe, Boston, Kent en Maastricht bijvoorbeeld hebben allemaal een afdeling in Brussel. Om diezelfde reden - de ligging in een steeds internationaler wordende stad waar bovendien het merendeel van de oorspronkelijke inwoners een andere taal spreken dan het Nederlands - is het voor de VUB een stuk moeilijker om Vlaamse studenten aan te trekken. Voor veel Vlamingen, dus ook Vlaamse jongeren, is Brussel sowieso minder een ‘eigen stad’ dan bijvoorbeeld Gent of Antwerpen, ook al is het officieel de hoofdstad van Vlaanderen. Het standpunt van Paul De Knop is dan ook perfect te begrijpen. De VUB moet over de grenzen kijken, wil ze haar groeikansen verhogen.

Maar wat betekent dat nu in de praktijk? In één woord: verengelsing. Van opleidingen en cursussen. En dat brengt meteen een heleboel vragen met zich mee. Om te beginnen: wie geeft in dit geval de lessen? Docenten die zélf hun opleiding in het Nederlands hebben gekregen? Wat is dan de kwaliteit van hun Engels? Moet het quasi perfect zijn? Of zou dat dan voor de studenten - die voor het merendeel van thuis uit evenmin Engels spreken - te hoog gegrepen zijn? Indien ja, kies je dan voor een soort internationaal, eenvoudiger Engels, waarmee iedereen zich ongeacht zijn moedertaal min of meer uit de slag kan trekken? Maar kun je in dit Engels dan kwalitatief hoogstaand onderwijs aanbieden, of lijdt het onvermijdelijk tot een versimpeling van concepten en theorieën en dus een verlies aan nuance en inzicht? En wat dan met het Nederlands aan de universiteit? Grotere talen verdringen kleinere - het is een algemeen bekend en gedocumenteerd fenomeen, en raakt zeker in ons land, met zijn geschiedenis van taalstrijd, gevoelige snaren. Wat zegt een al te begerig nagestreefde internationalisering van ons onderwijs over het respect van de eigen taal? Is het niet juist de taak van een universiteit te waken over de kwaliteit, het behoud en zelfs de verspreiding ervan? Of zoals de schrijver Willem Frederik Hermans het zich al afvroeg in de vorige eeuw: waarom zouden buitenlanders zich nog zouden uitsloven Nederlands te leren, als Nederlandstaligen zelf zo weinig achting hebben voor hun taal?

Dat de toenemende internationalisering van ons  hoger onderwijs een gevaar inhoudt voor het behoud van Nederlands als cultuurtaal is niet denkbeeldig. In een artikel in Ons Erfdeel  uit 2014 werd terzake gewezen op een recent voorstel van de Erasmus Universiteit Rotterdam waarin gepleit werd voor het exclusief gebruik van Engels in alle bacheloropleidingen vanaf het derde jaar.

Bovenstaande zijn slechts enkele bedenkingen die je kan hebben bij de hang naar meer internationalisering van ons hoger onderwijs. Niet dat die de trend zullen keren. De wereld wordt steeds meer een groot dorp, en de loopbanen - zeker die van hoogopgeleiden - worden alsmaar internationaler. Of je het nu wilt of niet, een universiteit die niet internationaliseert begrenst zichzelf, letterlijk en figuurlijk.

Paul De Knop is een nuchter man. Als rector heeft hij de taak de toekomst van zijn universiteit veilig te stellen. Hem zal je niet horen pleiten tegen de internationalisering van het hoger onderwijs - iets wat je overigens ook niet hoort bij de andere Vlaamse rectoren. Maar van al zijn collega’s in Vlaanderen, is hij wellicht diegene die er het meest voor ijvert.

De reden is niet ver te zoeken: de VUB ligt in een stad die sowieso al een van de meest internationale van de wereld is. De wereldwijde naambekendheid van Brussel overstijgt verre die van Leuven of Antwerpen en de stad biedt ook meer carrièremogelijkheden voor afgestudeerden. Geen geringe troeven als het erop aankomt buitenlandse studenten aan te trekken. Het is dan ook geen toeval dat de persoonlijke website van de VUB-rector een apart gedeelte aan internationalisering wijdt onder de titel ‘Paul in de buitenwereld’.

Is internationalisering van het hoger onderwijs een vloek of een zegen? Er is iets te zeggen voor beide standpunten. Maar wat de VUB betreft, helt de schaal toch over naar het positieve.