logo

U bent hier

De taaltest: volgt u nog?

Slecht Engels in universiteiten

Een soap van het betere soort. Zo kun je de heisa rond de taaltest voor professoren wel noemen. Het begint al met het initiatief zelf, dat er zo’n beetje is gekomen als gedachte achteraf. In juni 2012 legde de Vlaamse regering namelijk het zogenaamde integratiedecreet voor aan het Vlaamse parlement. Dat decreet moest, zijn naam getrouw, de integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteit regelen. 

Nu bevatte dat decreet ook een gedeelte over wijzigingen in de taalregeling om het universiteiten makkelijker te maken anderstalige opleidingen aan te bieden. Maar, zo oordeelden de parlementsleden, in dit geval moet er ook controle op de taalvaardigheid van de professoren in de gebruikte buitenlandse taal komen. En zo werd de taaltest geboren: als een nakomertje.

Maar misschien waren de eerbiedwaardige parlementsleden zelf beter wat meer bekommerd geweest over de controle op de praktische gevolgen van de door hen gestemde decreten. Zo werd geen overgangsregeling voorzien: de taaltest diende te zijn afgelegd voor het academiejaar 2013-14. Professoren die niet slaagden, zouden niet langer les kunnen geven in het Engels.

Ophef en verontwaardiging

 Gevolg: faculteiten en universiteiten allerwegen in een mum van tijd in rep en roer. De huidige rector van de universiteit van Leuven, Rik Torfs, begin 2013 nog in volle verkiezingsstrijd voor zijn rectorstitel, noemt in zijn ‘visie en plan’ voor zijn universiteit de taaltest een maatregel die niet geaccepteerd mag worden. In zijn ogen “mag niet worden geduld dat de universiteit wordt vernederd, of het voorwerp uitmaakt van een regelgeving die niet is aangepast aan de waarde en het niveau dat ze heeft.”

De VUB, bij monde van Paul De Knop, verkiest een minder dramatische toon. In een interview met Veto, het studentenblad van KU Leuven, laat hij vallen dat de overheid met haar taaltest ‘bekrompen’ regeert, maar ook dat de docenten van de Vrije Universiteit Brussel goodwill moeten tonen en laten zien dat ze Engels kennen. “De universiteiten hadden veel feller moeten reageren toen er over het talendecreet werd gedebatteerd.”

Wig tussen universiteiten 

Itace-testHoe dan ook: sed lex, dura lex. De invoering van de taaltest is gestemd, en dus komt ze er, willen of niet. Ook voor Leuvense professoren, maar opnieuw: niet zonder recalcitrantie van die kant. De Leuvense universiteit komt namelijk op de proppen met een àndere taaltest dan die welke de andere Vlaamse universiteiten verkiezen: de portfoliotest. De VUB, samen met de universiteiten van Gent, Antwerpen en Hasselt, willen hun in het Engels docerende professoren onderwerpen aan de zogenaamde ITACE-test.

Opnieuw zit het spel op de wagen. In al zijn goedmoedigheid liet de Vlaamse overheid het over aan de universiteiten zelf om te kiezen welke test ze gebruiken. Of zoals toenmalige Minister van Onderwijs Pascal Smet het in goed Westratees stelde: “De attestering behoort tot de autonomie van de instellingen. Ons decreet bepaalt enkel het niveau dat moet worden behaald.”

Het verwijt van de VUB en andere Vlaamse universiteiten aan KU Leuven, luidt evenwel dat de Leuvense portfoliotest te gemakkelijk is. Die bestaat uit weinig meer dan een opname van een college door de geviseerde docenten. Daarnaast moeten ze bewijzen dat ze een of meer kwaliteitsvolle, Engelstalige publicaties hebben. En er wordt ook nagegaan of ze aan Engelstalige congressen deelgenomen hebben. De test wordt bovendien niet extern gecontroleerd. De ITACE-test daarentegen bestaat uit een computertest, een schriftelijk en een mondelijk gedeelte, en de evaluatie gebeurt door externe experts.

Internationaal erkend?

Het dispuut loopt hoog op. Maar het venijn zit in de staart: om te garanderen dat een docent het juiste niveau behaalt, moet hij volgens het decreet een certificaat voorleggen dat internationaal erkend is. En ten tijde van het gekissebis tussen de universiteiten is dat voor beide testen niet het geval.

Die situatie blijft bestaan tot 14 mei 2014. Op die dag wordt - eindelijk - de internationale erkenning van zowel de portfoliotest als de ITACE-test door een panel van experts uit Nederland, Israël, Ierland, Engeland en de Verenigde Staten bekend gemaakt. Maar de kwestie beroerde de gemoederen tegen dan al een flink stuk minder. Niet op zijn minst omdat iedereen er eigenlijk altijd al op vertrouwde dat de internationale erkenning er hoe dan ook zou komen.

Maar ook omdat de échte schok toen al verwerkt was. Een schok die werd veroorzaakt door de bekendmaking van de resultaten in september 2013. Tussen tien en twintig procent van de professoren en docenten die in het Engels lesgeven, is gezakt. De VUB, het moet gezegd, komt er het bekaaidst van af: een op de vijf deelnemers haalt de lat niet. Maar ook de andere universiteiten hebben weinig reden om te vieren: de universiteiten van Gent en Antwerpen tellen respectievelijk 14 en 13 procent gebuisde docenten in hun rangen, en UHasselt en KU Leuven elk 10 %.

Ai. Consternatie. Ook in de rangen van de Vlaamse regering. Als de hand gehouden wordt aan het eigen decreet, moeten de universiteiten in allerijl nieuwe docenten inschakelen. Gezakte professoren mogen immers niet langer les geven, en het nieuwe academische jaar staat voor de deur. Waar zullen de universiteiten op zo’n korte tijd vervangers vinden?

Dan toch uitstel - voor eventjes

Hals over kop wordt over de kwestie beraadslaagd in de Vlaamse regering. Minister Pascal Smet komt naar buiten met sussende woorden: de noodzaak van slagen in een internationaal aanvaarde taaltest om te kunnen doceren in een vreemde taal blijft bestaan, maar de Vlaamse regering “geeft tijd tot de start  van het tweede semester van het academiejaar 2014-2015”.

Oef, dan toch uitstel. Niet dat dit door iedereen gesmaakt wordt. Neem nu Fientje Moerman, die zich ondertussen laat aanspreken met Joséphine Rebecca Vanden Broucke. Voorafgaandelijk, in het tv-programma Volt, had ze zich kritisch uitgesproken over de volgens haar al besloten clementie van overheidswege. De professoren komen er op deze manier gemakkelijk van af, vindt ze. “Met mij zou het niet waar zijn geweest,” zegt ze in het programma.

De door haar gehanteerde stoere taal schrikt sommige professoren overigens niet af. En dat niet alleen omdat de politica op dat moment tot de oppositie behoort en dus geen zeg heeft in regeringsbeslissingen. Nee, het raakt hun kouwe kleren niet, omdat ze zich gewoonweg niet hebben aangeboden voor de test. Maar liefst 107 professoren blijken hun kat te hebben gestuurd. Bang om te zakken en hun gezicht te verliezen? Kan zijn. Maar dat geldt niet voor allen, en al zeker niet voor Frederik Denef. Die professor in fysica aan de universiteit van Leuven woonde tien jaar in de VS en gaf les aan enkele van de bekendste universiteiten aldaar. De taaltest is geïnspireerd door een “bekrompen vorm van Vlaams nationalisme”, laat hij weten in een interview met het studentenblad VETO.

Principieel verzet

VUB-prof Serge GutwirthMet die uitlating haalt Denef de reguliere pers. Dat doet ook Jozef Colpaert, professor aan de universiteit van Antwerpen. In een opiniestuk in De Standaard werpt hij vooral vragen op over de waarde van de taaltest zelf. Serge Gutwirth, professor rechtsfilosofie aan de VUB, doet eveneens zijn duit in het zakje, met een opiniestuk in DeWereldMorgen. Hoewel hij de taaltest voornamelijk in de context van een slecht begrepen internationalisering van academische geplogenheden plaatst, sluit hij af met een interpretatie die hem op één lijn plaatst met zijn recalcitrante collega uit Leuven: de taaltest is “een zoveelste uiting van een verkrampt flamingantisme dat alles wat niet in het Vlaams gebeurt, zwaarder wil maken en dus, gewoon, wil pesten.”

Of hoe niet-politici al even behendig politiek kunnen bedrijven als professionele politici. Het neemt niet weg dat de deadline voor herkansing stukje bij beetje dichterbij komt: ten laatste op 1 februari 2015 dienen de professoren die geviseerd worden door de taalregeling een examen te hebben afgelegd.

Casualties

Die datum ligt ondertussen al achter ons. Het resultaat: 153 professoren zijn niet in orde. Daaronder bevinden er zich weliswaar een aantal die hebben geweigerd deel te nemen, en ook een deel dat pas benoemd is, en later de test nog kunnen afnemen. Niettemin heeft de test wel degelijk slachtoffers gemaakt: 16 professoren van de KU Leuven en 10 van de UGent mogen in de toekomst geen les in het Engels meer geven.

Geconfronteerd met dit resultaat sluit Hilde Crevits, de opvolger van Pascal Smets, in een eerste reactie niet uit dat de taaltest wordt afgeschaft. Maar ze krijgt tegenwind van haar coalitiepartner N-VA, die bij monde van haar onderwijsspecialist Koen Daniëls laat weten dat het wie in het Engels lesgeeft hoe dan ook moet gecontroleerd kunnen worden.

Overheid - universiteiten: 1-0 ?

Hoe moet het nu verder? Het is duidelijk dat de taaltest de relatie tussen de overheid en de universiteiten vertroebeld heeft. Alle universiteiten, de VUB incluis, zijn van mening dat de bewaking van de kwaliteit van lesgeven het best intern gebeurt. Ze hebben daartoe genoeg controlemechanismen ingebouwd, zeggen ze. Het neemt niet weg dat ze daarmee voor een systeem pleiten waarin ze zowel rechter als jury zijn - een situatie die geen enkele van hun professoren in de rechten goed zou keuren indien het betrekking op rechtspleging zou hebben. En terecht: in zo’n constellatie is de garantie op objectiviteit onbestaand.

Anderzijds is het zo dat er aan de universiteit al lang voor er sprake van een taaltest was in het Engels is lesgegeven. Voor grote problemen heeft dat voor zover bekend niet geleid. Plus het is maar de vraag of je van de studenten niet mag verwachten dat ze door het min of meer treffelijk gebruik van het Engels heen kijken naar de eigenlijke leerstof. Zitten ze wel op de juiste plaats als ze daartoe onmachtig zijn?

Een andere, meer algemene vraag is of de zucht naar controle en beheer niet te ver is doorgeschoten. Woorden en begrippen als creativiteit, ondernemingszin en out-of-the-box-denken liggen tegenwoordig bestorven in de mond van elke beleidsmaker. Ook de universiteiten moedigen die eigenschappen aan, zowel in hun studenten als in hun onderzoekers. Maar net die eigenschappen staan haaks op controle en beheer. Hoe kun je het ene betrachten zonder het andere in te perken?

Opiniestuk VUB-rector Paul De Knop

Natuurlijk, er is de financiële context. In tijden van besparingen moet ook het onderwijs, op zich al een grote slokop van middelen, haar duit in het zakje doen. Een gedroomde situatie voor al wie zich laat voorstaan op manageriële en beheersmatige kwaliteiten en niets liever doet dan processen allerhande uit te pluizen en ‘efficiënter te laten verlopen’. Dat heel veel politici tot die groep behoren, valt niet te ontkennen. Evenmin dat er weinig tegen dit nagenoeg algemeen uitgedragen rendementsdenken in te brengen is. In een recent opiniestuk in De Morgen toont overigens ook VUB-rector Paul De Knop zich aanhanger van die zienswijze. Professioneel beheer mag niet te verwarren zijn met platte commercie, zegt hij. Bovendien is goed management ‘bitter hard nodig om de belangrijkste verworvenheid van de jaren zestig, zeventig te garanderen: toegankelijkheid van onze overheidsinstituten.”

De duivel zit hier in de details. Wat is goed management? Is de taaltest een teken van goed management? Indien ja, waarom zijn de universiteiten ertegen? Indien nee, waarom kunnen ze er zich niet met meer succes tegen verzetten?

In ieder geval, een en ander doet vermoeden dat de saga van de taaltest nog niet ten einde is...