logo

Algemene gegevens

Hier vind je algemene informatie over de opleiding Bachelor of Science in de computerwetenschappen aan de VUB.

Opleidingspagina

Klik door naar de opleidingspagina van de

Leerresultaten

Klik door naar de beoogde leerresultaten van de

Cijfers

Klik door naar cijfergegevens die beschikbaar worden gesteld op de pagina 'Opleiding in cijfers' van de Vlaamse overheid, Onderwijs & Vorming:

KWALITEIT VAN DE OPLEIDING BACHELOR OF SCIENCE IN DE COMPUTERWETENSCHAPPEN

In de opleiding Bachelor of Science in de computerwetenschappen worden computationele processen uitgebouwd en bestudeerd. Door de gehanteerde onderwijsaanpakken en lesinhouden ontwikkelen de studenten een attitude van levenslang leren. Aan de hand van internationale benchmarkingen houdt de opleidingsraad voeling met gelijkaardige programma’s en worden aanpassingen doorgevoerd indien gewenst.

Docenten zijn aanspreekbaar en toegankelijk en er wordt met innovatieve werkvormen geëxperimenteerd. Ook worden verschillende begeleidingsactiviteiten, zoals onder andere het massaprogrammeren, georganiseerd.

De opleidingsraad heeft een duidelijke visie en signalen uit kwaliteitszorginstrumenten worden besproken en opgevolgd. Hierbij wordt veel belang gehecht aan de inbreng van studenten.

er worden 3 programmeertalen aangeleerd zodat studenten over een goede basis beschikken om andere en nieuwere talen te leren

Leerresultaten en profilering

In de opleiding bachelor computerwetenschappen staat het uitbouwen en bestuderen van computationele processen op een wetenschappelijke manier centraal. Langzaam is de sterke nadruk op wiskunde als doel in de bachelor geëvolueerd naar het gebruiken van wiskunde als middel. Ook de rol van computers is instrumenteel.

De opleidingsraad draagt levenslang leren hoog in het vaandel. Daarom wordt in eerste en tweede bachelor een stevige basis geboden. Zo worden in de opleiding drie programmeertalen aangeleerd (Scheme, C en Scala). Deze zijn erg verschillend en dienen de studenten voor te bereiden op het zich levenslang bijscholen. Studenten de principes achter deze talen uitleggen, zorgt voor een goede basis om andere en nieuwere talen te leren.

De opleidingsleerresultaten bestaan uit vijf clusters, telkens onderverdeeld in drie tot zes subleerresultaten. De hoofdclusters zijn: (1) basiskennis van de deeldomeinen verwerven, (2) het zelfstandig tot een goed einde brengen van een klein tot middelgroot software-intensief project, (3) de competenties hebben om professioneel in team te werken, (4) vlot wetenschappelijk kunnen communiceren, en (5) zich een wetenschappelijke houding eigen maken. De zogenaamde soft skills die onder deze vijfde cluster vallen, worden in heel het curriculum onderwezen. Een groot deel van deze leerresultaten komen in elk opleidingsonderdeel aan bod. De opleidingsraad bewaakt continu de haalbaarheid van de leerresultaten.

De opleidingsspecifieke leerresultaten sluiten aan bij de niveaudescriptoren zoals beschreven in de Vlaamse Kwalificatiestructuur en in artikel II.141 van de Codex Hoger Onderwijs en omvatten eveneens vier pijlers van de Visie op Onderwijs van de VUB. De pijler ‘studenten worden gevormd tot wereldburgers’ is aanwezig in de leerresultaten van de masteropleiding.

het programma werd geoptimaliseerd op basis van een internationale benchmarking

Curriculum

In de bachelor computerwetenschappen (180 ECTS-credits) krijgen studenten in het eerste jaar van het modeltraject door middel van 57 verplichte ECTS-credits een uitgebreide basis in de discipline. Studenten kunnen 3 ECTS-credits kiezen uit een lijst met drie keuzeopleidingsonderdelen. Het tweede jaar bestaat uit 60 verplichte ECTS-credits. Verdiepende kennis van de eigen discipline en hulpdisciplines komt aan bod in het derde jaar (27 ECTS-credits toegepaste en ingenieursopleidingsonderdelen), net als 33 ECTS-credits keuze. Dit grote aantal vrij te kiezen opleidingsonderdelen kan geselecteerd worden uit een lijst met opleidingsspecifieke, verbredende of onderwijsgerelateerde opleidingsonderdelen, of kan los van de lijst door de student worden aangevraagd. In het derde jaar wordt van de student ook een bachelorproef van 6 ECTS-credits verwacht.

De fundamentele opleidingsonderdelen in de bachelor vormen de basis van het schakelprogramma.  Afhankelijk van de vooropleiding werden programma’s voor instromende studenten uitgewerkt. Dit programma trekt ook meer ervaren studenten aan.

In 2014 heeft de opleidingsraad een grondige internationale benchmarking uitgevoerd. De eigen opleidingsonderdelen en kennisgebieden werden afgetoetst aan de Computer Science Curricula Recommendations van de twee belangrijkste vakorganisaties, ACM (Association for Computing Machinery) en IEEE (Institute of Electrical and Electronics Engineers). De ACM/IEEE-standaard ambieert het definiëren van een universeel ‘undergraduate degree programme’ in de computerwetenschappen, waarin 18 kennisgebieden bepaald worden. Op basis van deze benchmarking werden een aantal aanpassingen aan het programma gedaan, zo werd het aantal uren informatica verhoogd en werd een opleidingsonderdeel rond operating systems ingevoerd.  

De opleidingsraad beschikt over een opleidingsmatrix. Met behulp van dit instrument worden de opleidingsonderdelen van de opleiding gekoppeld aan de opleidingsspecifieke leerresultaten, de werk- en de evaluatievormen.

de opleidingsraad zet in op feedback en studenten worden van nabij begeleid

Evaluatiebeleid

De opleidingsraad beschikt over een uitgewerkt evaluatiebeleid. Hij waakt over een goede spreiding en combinatie van evaluatievormen, met behulp van de opleidingsmatrix. Verschillende leerresultaten worden geregeld samen geëvalueerd. Zo wordt vaak voor een mondeling examen gekozen omdat studenten niet alleen moeten kunnen programmeren, maar ook hun werkwijze moeten kunnen uitleggen. Op verschillende momenten wordt de kwaliteit van de evaluatie bewaakt. Examens worden binnen het onderwijsteam bijvoorbeeld vaak samen met assistenten opgesteld. Mondelinge evaluaties bestaan dikwijls uit drie delen, telkens afgenomen door een andere docent. Bij het corrigeren worden beoordelingscriteria gehanteerd. De studenten vinden dat de beoordeling fair en objectief gebeurt.

De opleiding zet in op formatieve evaluatie en feedback, en studenten worden van nabij begeleid. Ze krijgen huiswerk mee, dat vervolgens door assistenten gecorrigeerd en becommentarieerd wordt. Werkcolleges vinden plaats in kleine groepen, en feedback speelt ook hier een belangrijke rol. Studenten zouden in het algemeen wel graag meer en sneller feedback krijgen.

De bachelor computerwetenschappen beschikt over opleidingsspecifieke richtlijnen met betrekking tot evalueren en beoordelingsformulieren voor de bachelorproef en onderzoeksstage. De bachelorproef wordt steeds uitgevoerd in samenwerking met VUB-labo’s (Software Languages Lab, Artificial Intelligence Lab, Web & Information Systems Engineering Lab en the Department of Electronics and Informatics). Er bestaat ook een mogelijkheid om het opleidingsonderdeel Onderzoeksstage als keuze-opleidingsonderdeel op te nemen. Dit kan worden ingezet om de nodige voorkennis bij te spijkeren. Bij de bachelorproef ligt de nadruk op het creatief oplossen van een probleem.

Tevredenheid studenten

In de studentenfeedback beoordelen de studenten hun onderwijs. Hieronder worden de resultaten weergegeven voor de laatste twee semesters waarvoor resultaten beschikbaar waren bij het opstellen van dit rapport.

 

studenten zijn tevreden over hun onderwijs

 

Deelname:

2017-2018 semester 2: 24,81% (33/133)
2018-2019 semester 1: 14,89% (28/188)

De resultaten van de studentenfeedback laten zien dat de bachelorstudenten computerwetenschappen tevreden zijn over het onderwijs.

studenten appreciëren de kleine afstand tussen studenten en docenten

Docenten

Het kernteam van de opleiding bachelor computerwetenschappen telt 5,20 VTE. Het ZAP-kader telt verschillende nieuwe en jonge docenten. De combinatie van voltijds ZAP en deeltijds jong ZAP schept een flexibel kader om zaken uit te proberen. Het voltijdse ZAP garandeert immers het afdekken van de vaste kern van kennisgebieden. De docenten worden positief geëvalueerd door hun studenten. Dit blijkt zowel uit de resultaten van de studentenfeedback als uit de focusgesprekken. Studenten appreciëren de kleine afstand tussen studenten en docenten: docenten zijn aanspreekbaar en toegankelijk. Sinds het najaar van 2015 moet het ZAP beantwoorden aan de vereisten die beschreven worden in de competentietoets.

zowel op centraal niveau als op opleidingsniveau wordt aandacht besteed aan studiebegeleiding

Voorzieningen en studiebegeleiding

Zowel op centraal niveau als op opleidingsniveau wordt aandacht besteed aan studiebegeleiding. De opleiding heeft samen met Studiebegeleiding een overgangstraject ontworpen om de overstap van middelbaar onderwijs naar universiteit behapbaar te maken. De brugcursus wiskunde (gegeven door de studiebegeleider) wordt na de laatste infodag ingepland, zodat de sessie ‘Basisvaardigheden wiskunde’ een herhaling wordt in plaats van een eerste blootstelling. Voorts zijn er regelmatig taken in het eerste jaar met de nodige feedback en zijn er tussentijdse evaluaties in week 7 (voor Logica, Structuur van computerprogramma’s 1 en de Basisvaardigheden wiskunde). Indien er een tentamen wordt georganiseerd, krijgen de studenten steeds de kans om het examen nadien in te kijken en feedback te krijgen.

Studiebegeleiding voorziet ook specifieke ondersteuning. Er wordt vakspecifieke ondersteuning voorzien (onder andere voor wiskunde) en er wordt een studievoorgangsgesprek met de studenten georganiseerd na de tussentijdse examens om de resultaten te bespreken. Rond topics waar studenten in het algemeen slecht op scoorden worden vakondersteunende lessen voorzien. De studenten zijn tevreden over de ondersteuning die ze krijgen.

Recent werd een studiebegeleidster met een achtergrond in wiskunde en computerwetenschappen aangetrokken om de bestaande begeleidingsinitiatieven te kunnen bestendigen en te versterken. In het eerste jaar worden de studenten nu ook intensiever begeleid bij het programmeren. Zo werd bij het programmeerproject het massaprogrammeren ingevoerd, waar studenten samen kunnen programmeren en raad vragen aan elkaar.  

Er zijn opleidingsbrede richtlijnen rond studiemateriaal.                                     

Instroom

De instroom van generatiestudenten fluctueerde over de voorbije jaren (van 2009-2010 tot 2016-2017) tussen de 21 en de 45 studenten. Voor het geheel van de bachelor is er na een periode van daling opnieuw een toename van het studentenaantal. In academiejaar 2016-2017 waren er 125 studenten ingeschreven. De laatste jaren nam de verwevenheid (de mate waarin opleidingsonderdelen met andere opleidingen gedeeld worden) van de opleiding toe. De opleidingsraad is bezorgd over het dalende aantal studenten in het schakelprogramma.

Van de generatiestudenten die in 2015-2016 instroomden komt de grootste instroom uit het ASO (er zijn ook enkele studenten uit TSO en BSO). 65% van deze studenten volgde een richting met minstens 6 uur wiskunde per week. Nederlands is in minder dan de helft van de gevallen de enige thuistaal. Om toekomstige studenten een beter zicht te geven op de haalbaarheid van de studie, werd de verwachte voorkennis voor wiskunde, fysica en chemie geïnventariseerd en werden er bijbehorende toetsen opgesteld die studenten toelaten na te gaan of ze over de nodige voorkennis beschikken. De opleidingsraad zal in de toekomst nog beter communiceren over de opleiding om instromende studenten een zo helder mogelijk beeld van de opleiding te geven. Met een aantal PR-activiteiten (onder andere een vernieuwde brochure), een update van de opleidingspagina’s op de website, deelname aan l22N (een Vlaamse drukkingsgroep ter bevordering van computerwetenschappen op school) en deelname aan CoderDojo voor tieners (een project waarbij kinderen kunnen leren programmeren) zal de opleidingsraad de opleiding meer onder de aandacht brengen en de instroom in de opleiding trachten te vergroten.

het zelf ontwikkelde educatief spel TrueBiters: Serious game laat de studenten toe om spelenderwijs de waarheidstabellen van de propositielogica te leren

Studiesucces

De opleiding kent een laag studierendement. Het studierendement van de bachelorstudenten bedroeg 66,5% in 2015-2016. De jaren ervoor schommelde het tussen 56,1% en 62,7%. Het gemiddelde ligt lager dan dat van de VUB, en eveneens lager dan het gemiddelde van alle Vlaamse bacheloropleidingen computerwetenschappen/informatica (hoewel de kloof met deze opleidingen het laatste jaar kleiner geworden is). Ook de drop-out is hoger in vergelijking met het VUB-gemiddelde van bachelors.

De resultaten van de pretoets wiskunde vormen volgens de opleidingsraad een voorspeller van het studiesucces. Op de tweede dag van het academiejaar wordt deze test faculteitsbreed afgenomen. De dag na de toets gaan studenten op persoonlijk gesprek en krijgen zij aanbevelingen afhankelijk van hun cijfers. Indien ze minder dan 10/20 halen, dienen ze het opleidingsonderdeel  Basisvaardigheden wiskunde op te nemen. De uitslag van de test confronteert studenten niet enkel met hun werkpunten, maar is ook de start van een persoonlijk begeleidingstraject en bepaalt welke keuzeopleidingsonderdelen ze in het eerste jaar opnemen. Vooral opleiding, thuistaal en geslacht (meisjes doen het beter dan jongens, en de opleiding telt weinig meisjes) lijken een rol te spelen. Ook worden allerhande initiatieven op opleidingsonderdeelniveau georganiseerd, zoals tentamens. Het onderwijsvernieuwingsproject TrueBiters: Serious game kadert eveneens in deze aanpak. Dit zelf ontwikkelde educatief spel laat de studenten toe om spelenderwijs de waarheidstabellen van de propositielogica te leren, een struikelblok voor vele studenten. Eerste bachelorstudenten worden nu ook meer ondersteund bij het schrijven van verslagen. Na het eerste semester kunnen studenten heroriëntatie-advies krijgen. Daarnaast stelde de opleidingsraad een overzicht van de deadlines van opdrachten en presentaties bij verschillende opleidingsonderdelen op, zodat ervoor gezorgd kan worden dat niet alle deadlines samenvallen.

Uitstroom, alumni en relatie met het werkveld

In 2015-2016 behaalden 11 studenten een diploma. De opleidingsraad is zich ervan bewust dat het uitbouwen van een alumninetwerk belangrijk is. Er is een LinkedIn-groep van alumni aangemaakt zodat de opleidingsraad contact met hen kan houden.

De acties die nu ondernomen worden in het kader van STEM, l22N (waar een docent van de opleiding deel van uitmaakt) en de nieuwe eindtermen bieden voor de opleidingsraad opportuniteiten voor samenwerking met middelbare scholen.

Internationalisering

De opleiding heeft verscheidene mobiliteitsmogelijkheden, en gaat eveneens op zoek naar geprivilegieerde partners om internationale uitwisseling aantrekkelijk te maken. Minstens één opleidingsonderdeel in de opleiding is Engelstalig. Er wordt ook taalonderwijs aangeboden via keuzeopleidingsonderdelen.

Communicatie

Feedback aan studenten over hun prestaties op projecten wordt op opleidingsniveau of op docentniveau geregeld. De schaal van de opleiding zorgt ervoor dat docenten gemakkelijk met elkaar kunnen overleggen. De opleidingsraad zal blijven inzetten op feedback, ook bij de bachelorproef.

de opleidingsraad heeft een duidelijke visie

Werking opleidingsraad

De opleidingsraad bevordert en bewaakt de kwaliteit van de opleiding. De opleidingsraad tekent de visie uit en formuleert onder meer voorstellen over de inhoud, de vorm, de samenhang en de studeerbaarheid van de programma’s. De opleidingsraad Bachelor computerwetenschappen functioneert goed; hij heeft een duidelijke visie en signalen uit kwaliteitszorginstrumenten worden besproken en opgevolgd.

Studenten worden betrokken bij het vormgeven van het onderwijsproces en de opleidingsraad is een forum om vragen en ideeën te delen. Studenten geven aan dat ze zaken kunnen aankaarten in de opleidingsraad. Er wordt naar hen geluisterd en er wordt gepoogd het probleem te verhelpen. Wel worden er weinig studenten bereid gevonden om te fungeren als vertegenwoordiger in de opleidingsraad. Mogelijk zijn de aanpassingen die ten gevolge van opmerkingen op een opleidingsraad gebeuren niet duidelijk genoeg zichtbaar voor de studenten. De opleidingsraad zal trachten deze verwezenlijkingen nog meer naar de grote groep te communiceren, of de studentenvertegenwoordigers hierin te ondersteunen.

 

---------------------------------------------------

Dit rapport is gebaseerd op de resultaten van een kwaliteitsbeoordeling, die plaatsvond op 1 maart 2017.  Hierbij waren vertegenwoordigers van de opleidingsraad aanwezig, inclusief studenten, naast interne en externe peers en experten.

Tekst goedgekeurd door de Academische Raad op 2 september 2019.