logo

Bewijs van taalkennis bij inschrijving

Studenten moeten bij inschrijving een bewijs voorleggen van hun kennis van de onderwijstaal.

BEWIJS VAN TAALKENNIS VAN HET NEDERLANDS

§1. Het bewijs van voldoende kennis van het Nederlands als onderwijstaal is voor de kandidaat-student geleverd indien de student aan één van de volgende voorwaarden voldoet:

  1. De student heeft een diploma behaald van secundair of hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal;
  2. De student heeft ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes voltooid;
  3. de student is in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal geslaagd voor opleidingsonderdelen met een totale omvang van ten minste 54 ECTS-credits;
  4. de student is geslaagd voor het toelatingsexamen arts of tandarts, georganiseerd door de Vlaamse overheid;
  5. de student heeft een getuigschrift hoger onderwijs sociale promotie in het Nederlands behaald;
  6. de student is geslaagd voor het Nederlands Staatsexamen Nederlands als tweede taal (NT2), Programma II;
  7. de student is geslaagd voor een test opgesteld overeenkomstig het Europees referentiekader niveau B2, met name het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) - 'Educatief Startbekwaam', (t.e.m. 2014: het Profiel taalvaardigheid hoger onderwijs (PTHO)), de Interuniversitaire Taaltest Nederlands voor Anderstaligen (ITNA - ERK B2);
  8. De bewijzen en certificaten van taaltesten mogen bij de eerste inschrijving niet ouder zijn dan vijf jaar.

§2. Elke faculteit kan voor een bepaalde opleiding een hoger niveau van taalkennis eisen. Dit wordt in de opleidingsfiche vermeld.

§3. Voor de opleidingen waarvoor het MILO verantwoordelijk is, kunnen specifieke taaleisen worden opgelegd overeenkomstig Artikel 41, § 4.

§4. De Voorzitter van de opleidingsraad kan ook een afwijking aan de eisen inzake taalkennis toekennen op grond van de globale beoordeling van het dossier.

§5. Elke faculteit kan voor een postgraduaat of master-na-masteropleiding beslissen dat de studenten bij inschrijving geen bewijs moeten leveren van hun kennis van de onderwijstaal. Dit wordt in de opleidingsfiche vermeld.

BEWIJS VAN TAALKENNIS VAN HET ENGELS

§1. Het bewijs van voldoende kennis van het Engels als onderwijstaal is voor de kandidaat-student, geleverd indien de student aan één van de volgende voorwaarden voldoet:

1. de student heeft een diploma behaald van secundair onderwijs met het Engels als unieke onderwijstaal, uitgezonderd eventuele taalvakken;

2. de student heeft een diploma behaald van hoger onderwijs met het Engels als onderwijstaal;

3. de student is geslaagd in het secundair onderwijs georganiseerd door (een onderwijsinstelling erkend door) de Vlaamse, Franstalige of Duitstalige Gemeenschap;

4. de student is geslaagd voor één van de volgende taaltesten overeenkomstig het Europees referentiekader met minimum niveau B2:

·       TOEFL iBT met volgend minimaal niveau: 79;

·       IELTS met volgend minimaal niveau : academische module 6.5;

·       ITACE met volgend minimaal niveau: B2;

·       Cambridge English Qualification met volgend minimaal niveau : B2 First (FCE) met minimale score 170.

De bewijzen en certificaten van taaltesten mogen bij de eerste inschrijving niet ouder zijn dan vijf jaar.

§2. Elke faculteit kan voor een bepaalde opleiding een hoger niveau van taalkennis eisen. Dit wordt op de opleidingsfiche vermeld.

§3. De Voorzitter van de opleidingsraad kan ook een afwijking aan de eisen inzake taalkennis toekennen op grond van de globale beoordeling van het dossier.

§4. Elke faculteit kan voor een postgraduaat of master-na-masteropleiding beslissen dat de studenten bij inschrijving geen bewijs moeten leveren van hun kennis van de onderwijstaal. Dit wordt in de opleidingsfiche vermeld.

De volledige informatie vind je terug in het Onderwijs- en examenreglement.
Het Academisch Centrum voor Taalonderwijs (ACTO) richt meerdere taaltests Engels in (TOEFL & ITACE). Meer info over de test vind je op de webpagina's van het ACTO

TAALTEST

§1. Van de kandidaat-student die geen taalattest heeft kunnen voorleggen, kan het ACTO een taaltest afnemen, volgens de voorwaarden vermeld op de website van ACTO.

§2. De student die zijn inschrijving wijzigt, en wil overgaan naar een opleiding die andere taaleisen stelt, moet zich aan een nieuwe taaltoets onderwerpen.