NL | EN

Matthijs Degraeve

Matthijs Degraeve

Matthijs Degraeve (1992) is a PhD researcher at the Department of Architectural Engineering and the Department of History at the Vrije Universiteit Brussel (VUB). He obtained a Master of Arts in History at the University of Ghent in 2014. In 2016 he obtained a master’s degree in the Conservation of Monuments and Sites at the University of Antwerp. As of 2017 he works as a doctoral researcher at the VUB where he prepares a PhD in History. He is appointed to the VUB interdisciplinary research project 'Building Brussels. Brussels city builders and the production of space, 1794-2015' (ae-lab, HOST and Cosmopolis). His PhD sets out to investigate small and medium enterprises in the Brussels construction industry during the 19th and 20th century, focusing on their evolving settlement patterns in relation to the Brussels spatial development and on their remaining industrial heritage. The interdisciplinary research is conducted under the supervision of dr. Heidi Deneweth (HOST), prof. dr. Inge Bertels (ae-lab) and dr. Stephanie Van de Voorde (ae-lab).

Projects

PhD research

Building Brussels. Brussels city builders and the production of space, 1794 – 2015

Date2017 - 2021
SupervisorsHeidi Deneweth, Inge Bertels and Stephanie Van de Voorde

Het interdisciplinair onderzoeksproject 'Building Brussels. Brussels city builders and the production of space, 1794-2015' zal kleine en middelgrote ondernemingen onderzoeken in Brussel vanuit een ruimtelijk, architecturaal, bedrijfshistorisch en erfgoedperspectief. Er wordt gefocust op ondernemingen in de bouwsector, waar er een hoge nood is aan lokaal verankerde en traditioneel opgeleide vaklui en leveranciers. Zij hebben sterk bijgedragen aan de productie en de constructie van de stedelijke ruimte, maar werden geleidelijk aan uit de stad verdreven door economische ontwikkelingen, stadsplanning en reguleringen die (kleine) aannemersbedrijven, leveranciers en vaklui dwongen om hun bedrijfsvoering te reorganiseren en te verplaatsen. Vandaag is er echter net in de stadscentra een hoge nood aan deskundige vaklui en bedrijven, en aan kennis over lokale (historische) materiële middelen, omdat er een groeiende belangstelling bestaat voor het hergebruik van gebouwen, voor kwaliteitsvolle restauraties en voor duurzame stedelijke omgevingen. Het onderzoek kadert in het bijzonder in de actuele herbestemming van de Brusselse Kanaalzone en in de noodzakelijke conservatie en hergebruik van het bestaande industriële erfgoed in het stadscentrum. Het project zal een interdisciplinaire methodologie ontwikkelen om stedelijke transformaties in het verleden na te gaan, te begrijpen en te evalueren, en om oplossingen aan te bieden voor een toekomstige duurzame stadsontwikkeling. Deze resultaten zullen ook toepasbaar zijn op de situatie in andere historische steden.

Het interdisciplinair onderzoeksproject werkt rond de vraag ‘hoe kleine en middelgrote ondernemingen in de Brusselse bouwsector evolueerden in de 19de en 20ste eeuw en welke rol ze kunnen spelen in de hedendaagse stadsontwikkeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest?’. De Brusselse casus biedt de noodzakelijke vergelijkingen en complexiteit om een algemeen toepasbaar model te formuleren. Op een lokaal niveau zal de vergelijking tussen bepaalde wijken in het historische stadscentrum en de sinds 1832 gevestigde Kanaalzone verschillende lokale contexten beschouwen met elk hun specifieke uitdagingen voor de ruimtelijke productie, het behoud van industrieel erfgoed en een re-integratie van wonen en werken. Een diachronisch perspectief zal de verschillende uitdagingen onderzoeken waarmee KMO’s in de bouwsector werden geconfronteerd, zowel in verhouding tot hun core business als tot hun ruimtelijke situering. Belangrijke kantelpunten waren de aanleg van de Kanaalzone, en de jaren 1960, toen vele KMO’s verdwenen wegens economische ontwikkelingen en nieuwe visies op functionele zonering. Vandaag deze uitdagingen aangaan zal de re-integratie van KMO’s in stadscentra stimuleren. Een internationaal vergelijkend perspectief, met de focus op de grote steden, zal de algemene toepasbaarheid van de inzichten testen en zal de toegevoegde waarde aantonen van interdisciplinair onderzoek in internationale onderzoeksnetwerken van Construction History, economische en bedrijfsgeschiedenis, stedelijke morfologie, stadsontwikkeling en industrieel erfgoed.