‘Een groot déjà-vugevoelen bekruipt mij vandaag wanneer ik naar de Wetstraat kijk’, schrijft Fons Van Dyck. ‘Hoogoplopende overheidstekorten. Begrotingsonderhandelingen die blijven aanslepen. Een premier die bij herhaling aan de noodrem trekt. En coalitiepartners die vooral blijven uitleggen wat voor hen niet kan. Het lijkt alsof iemand een oude film heeft opgezet.’

Lees hier het originele artikel in de Knack

Een groot déjà-vugevoelen bekruipt mij vandaag wanneer ik naar de Wetstraat kijk. Hoogoplopende overheidstekorten. Begrotingsonderhandelingen die blijven aanslepen. Een premier die bij herhaling aan de noodrem trekt. En coalitiepartners die vooral blijven uitleggen wat voor hen niet kan. Het lijkt alsof iemand een oude film heeft opgezet. Die film speelde zich een halve eeuw geleden af, midden de jaren zeventig. De oliecrisissen maakten een einde aan het vooruitgangsoptimisme van de naoorlogse generatie. De impact reikte veel verder dan de energierekening. Hele sectoren werden ontmanteld (staal, steenkool, textiel), werkloosheid steeg, de angst voor de toekomst was groot. Wat aanvankelijk een tijdelijke, conjucturele inzinking leek, bleek achteraf een structurele breuk. De wereld was veranderd. Het beleid bleef hopen op de terugkeer van gisteren, met achterhaalde recepten.

Aan het hoofd van de regering stond in die jaren Leo Tindemans, immens populair in Vlaanderen. Maar populariteit bleek geen garantie voor politieke slagkracht. Ook toen gaapte een diepe kloof tussen vertrouwen in de persoon en het vermogen van een coalitie om pijnlijke beslissingen te nemen. Vervroegde verkiezingen moesten de politieke knoop ontwarren. Tevergeefs.
De politieke elite van toen (ook wel ‘junta van de partijvoorzitters’ genoemd) zocht wanhopig naar  een reddingsboei in de vorm van communautaire onderhandelingen. Het Egmontpact beloofde een nieuw institutioneel evenwicht. Staatshervorming was noodzakelijk, maar werd ook een vluchtheuvel voor economische keuzes. Tindemans beschreef later hoe besparingen werden gekoppeld aan de goedkeuring van het pact. Alsof een andere inrichting van het huis vanzelf de onbetaalde rekeningen zou wegwerken.

‘‘Wie beslissingen blijft uitstellen voedt het verlangen naar uitzonderlijke bevoegdheden’’

De ontkenning kreeg een gezicht met Guy Mathot. Van deze PS-minister van Begroting kwam de boude uitspraak dat het overheidstekort (‘het gat in de begroting’) vanzelf was ontstaan en vanzelf weer zou verdwijnen. Aan verworven rechten mocht niet worden geraakt. Après nous le déluge.
Daar zit de sterkste parallel met vandaag. Iedereen verdedigt zijn achterban, verworvenheden en electorale positie. De waan van de dag regeert. Maar wie verbindt die strijdige belangen met een gezamenlijk toekomstproject? Burgers vragen bescherming én perspectief, zo blijkt uit grondig onderzoek. Hervormingen zonder een geloofwaardige verdeling van de inspanningen botsen op wantrouwen.

Uiteindelijk kwam de omslag pas vijf jaar later met Martens V, gevormd eind 1981. Volmachten, de devaluatie van de frank met 8,5 procent in februari 1982 en blokkering van de index maakten een drastisch herstelbeleid mogelijk. Na jaren van aarzelen werd de ingreep bruusk. Dat is de rekening van uitstel: de keuzevrijheid krimpt, de schok wordt groter. Zachte heelmeesters maken op termijn stinkende wonden.
Ik weet het, vandaag is geen kopie van toen. De wereld is grondig veranderd. Er zijn nieuwe politieke actoren opgestaan, zelfs nieuwe partijen. Maar oude politieke reflexen blijven herkenbaar. Wie beslissingen blijft uitstellen (of desnoods heil zoekt in het communautaire pad) voedt het verlangen naar uitzonderlijke bevoegdheden. Ook vandaag is er een latente voedingsbodem voor een volmachtenregering. In een enquête van Knack naar de opvattingen over de democratie vond 32 procent van de Vlamingen dat er nood is aan een sterke leider die zich niet druk hoeft te maken om parlement en verkiezingen. De deur naar een nieuw ‘Poupehan’ staat op een kier.

L’histoire ne se répète pas, l’homme le fait toujours is eengedachte die vaak aan Voltaire wordt toegeschreven. De geschiedenis herhaalt zich niet vanzelf, maar politieke leiders wel. Hier en nu, in de Wetstraat.

Wordt vervolgd.
 

Noot voor jonge lezers: Poupehan is een dorpje in de provincie Luxemburg waar de toemalige adjunct-kabinetschef van premier Martens, Fons Verplaetse, (latere gouverneur van de Nationale Bank) een buitenverblijf had en waar zij tijdens een weekend, samen met de top van de christelijke vakbond en vakbondsbank, beslisten tot drastische sanerigen. Poupehan staat sindsdien symbool voor achterkamertjespolitiek.

BIO

Fons Van Dyck maatschappijwatcher, gastprofessor aan de VUB, en auteur van de boeken ‘De toekomst is terug’ (Pelckmans) en ‘Marketing in tijden van Trump’ (LannooCampus)