Deze zomer ontvingen de eerste Masters in het Basisonderwijs hun diploma. Alleen is er voor hen nog altijd geen passend loopbaanperspectief in de basisschool: voor leraren in het kleuter- en lager onderwijs bestaat vandaag geen masterbarema. Vlaanderen richtte dus een masteropleiding in, maar het statuut dat die masters hun expertise moet erkennen, ontbreekt nog altijd. Zonder perspectief op een correcte verloning dreigen deze masters de basisscholen te verlaten. Die brain drain kan ons basisonderwijs zich niet permitteren.
Jarenlang is het basisonderwijs géén voorwerp van beleidsdiscussie geweest. Er wordt nu veel van hen verwacht. De pas afgestudeerden van de gloednieuwe opleidingen master in het basisonderwijs kunnen de scholen versterken bij de implementatie van hervormingen zoals de nieuwe minimumdoelen, taalheldklassen, gedragexperts, inclusie en scholen voor iedereen, kennisrijke curricula en evidence-informed didactiek. De masteropleiding is een vervolgopleiding en verdiept de expertise van leraren zowel op het niveau van de klas via bv. recente inzichten rond effectieve didactiek, en op het niveau van de school met expertise rond innovatieprocessen en schoolontwikkeling.
Zo kunnen masters naast hun lesopdracht klasoverstijgende taken opnemen: startende leraren en ongekwalificeerde zij-instromers op de klasvloer coachen, complexe gegevens zoals de resultaten van de KOALA- en Vlaamse toetsen zorgvuldig analyseren en interpreteren, wetenschappelijke inzichten over effectieve didactiek vertalen naar de klaspraktijk, de nieuwe minimumdoelen verwerken in samenhangende leerlijnen en verantwoord beleid rond generatieve AI mee ontwikkelen. Samen met hun collega’s kunnen ze zo onderbouwde antwoorden uitwerken op de uitdagingen waar hun school voor staat.
Vandaag kunnen basisscholen in theorie al masters aanstellen, maar voor veel scholen is de beschikbare enveloppe personeelsmiddelen er te klein voor en de masters staan dan niet in lerarenuren maar in een ander, minder gunstig, statuut. Ondanks wat sommige kwatongen beweren, is de master basisonderwijs geen bevlieging. De opleiding is het resultaat van een beleidskeuze die jarenlang werd voorbereid en onderbouwd. Al in 2017 bracht de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) een advies uit waarin ze mogelijkheden zag voor masters om schoolteams collectief te versterken. Niet door alle leraren tot master op te leiden, maar door masters en bachelors complementair te laten samenwerken. Ook onderzoek uit 2018 van het Steunpunt Onderwijs Onderzoek (SONO) wees in dezelfde richting.
"Als ze horen dat ze alleen op bachelorniveau vergoed kunnen worden, is de teleurstelling groot en zoeken ze andere carrières”
De rapporten halen verschillende voordelen aan: een breder en diverser profiel van leraren aantrekken, doorgroeimogelijkheden creëren voor bachelorleraren, professioneel leren tussen collega’s stimuleren, en het rechtstreeks verbinden van basisscholen met universiteiten om meer wetenschappelijk onderzoek naar het basisonderwijs te brengen.
De aanwezigheid van masters in het basisonderwijs is internationaal zeker niet uitzonderlijk. Onderwijssystemen maken daarin verschillende keuzes. In landen als Finland en Duitsland is een master zelfs de vereiste kwalificatie om als leraar in het lager onderwijs aan de slag te gaan; in andere regio’s zoals Engeland volstaat een bachelor, maar werken eveneens masters voor de klas die ook als dusdanig vergoed worden.
Vlaanderen hoeft die buitenlandse modellen niet zomaar te kopiëren. Een masterdiploma maakt iemand immers niet automatisch tot een betere leraar en een algemene vermastering kan de toegang tot een knelpuntberoep bovendien verhogen.Maar dat is ook niet wat door de VLOR en SONO-rapporten werd voorgesteld. De keuze is niet tussen een basisschool met uitsluitend bachelors of uitsluitend masters. De vraag is of er binnen een schoolteam plaats mag zijn voor beide.
Vlakke loopbaan doorbreken
Wie vandaag als leraar intellectuele verdieping en professionele groei zoekt, kan wel een master volgen, maar vindt voor die bijkomende expertise nauwelijks een loopbaanperspectief binnen de basisschool. Leraren die bijvoorbeeld onderwijskunde of psychologie verder studeren, stromen geregeld door naar pedagogische begeleidingsdiensten, scholengemeenschappen, CLB, leersteuncentra of inspectie. Het basisonderwijs financiert als het ware haar eigen brain drain: precies de mensen die zich verder professionaliseren, krijgen elders meer mogelijkheden om die expertise te benutten. Dankzij een master die expliciet op het basisonderwijs gericht is, hoeven leraren voor verdere academische ontwikkeling niet langer automatisch een opleiding te kiezen die hen uit de basisschool wegleidt.
Nieuwe profielen aantrekken
Maar de master moet niet alleen ervaren leraren behouden; hij kan ook nieuwe profielen naar het basisonderwijs trekken. Al jaren maken opleidingen zich zorgen over het instapniveau van kandidaat-studenten in de educatieve bacheloropleidingen. Via instaptoetsen en remediëring werken hogescholen tekorten in essentiële basisvaardigheden weg. Maar we moeten het beroep tegelijk ook aantrekkelijker maken voor jongeren voor wie een academisch perspectief meespeelt in hun studiekeuze.
Hoe bepalend dat perspectief is, blijkt uit een ontmoeting die docent Roos Van Gasse (KULeuven) had met een geïnteresseerde achttienjarige. De jongere was enthousiast over het idee van een bachelor aan de hogeschool gevolgd door de nieuwe master basisonderwijs. Toen bleek dat ze na die opleiding niet als master verloond zou kunnen worden in de basisschool, sloeg de stemming om. “Ga maar een andere opleiding kiezen, meisje”, luidde het advies van haar ouders.
Ook bij zij-instromers laat Vlaanderen vandaag talent liggen. Els Consuegra, voorzitter van de lerarenopleidingen aan de VUB, ziet jaarlijks masterprofielen die na een eerste carrière in de industrie of privésector naar het basisonderwijs willen overstappen. “Inspirerende figuren, maar als ze horen dat ze alleen op bachelorniveau vergoed kunnen worden, is de teleurstelling groot en zoeken ze andere carrières.”
Precies daarom adviseerde ook de Commissie van Wijzen in 2023 om een echte leerladder voor leraren te creëren.Onder leiding van Dirk Van Damme pleitte de commissie ervoor om in het basisonderwijs ruimte te maken voor verschillende opleidingsniveaus. Teams van gegradueerden, bachelors en masters zouden complementair kunnen werken, elk vanuit hun eigen expertise. Zo ontstaan doorgroeimogelijkheden, kunnen onderwijskundige taken beter worden verdeeld en krijgen scholen meer ruimte voor innovatie.
Aan het einde van de vorige legislatuur werd die gedachte concreet. In 2023 ondertekenden de hogescholen en universiteiten samen met toenmalig minister van onderwijs Ben Weyts een engagementsverklaring ter versterking van de onderwijskwaliteit. De nieuwe masters in het basisonderwijs maakten daarvan deel uit.
Uniek aan deze opleidingen was dat de decreetgever er extra strenge vereisten aan oplegde: ze moesten ontwikkeld worden in co-creatie met het werkveld en ze moesten ontworpen en verzorgd worden door hogescholen en universiteiten sámen. Dit verzekerde dat de curricula van bachelor en master mooi op elkaar aansluiten en dat de opleiding relevant is voor de praktijk, bijvoorbeeld door te focussen op thema’s en opdrachten die vertrekken vanuit actuele vraagstukken waarmee scholen worstelen.
Een passend statuut ontbreekt
De opleidingen trokken al zo’n 100-tal studenten in het eerste jaar. Voor zij die afstudeerden ontbreekt echter op dit moment nog altijd één essentieel onderdeel: een passend statuut en bijbehorende verloning. Studenten begonnen aan de opleiding terwijl ze wisten dat het barema voor masters nog niet geregeld was. Ze vertrouwden erop dat daar tegen hun afstuderen duidelijkheid over zou bestaan. Die duidelijkheid is er vandaag nog altijd niet.
Dat is meer dan een loonkwestie. Het gaat over de vraag of Vlaanderen de expertise die het zelf heeft gecreëerd ook daadwerkelijk in zijn basisscholen wil inzetten of er vrede mee neemt dat die expertise elders in het onderwijsveld ingezet wordt (zoals o.a. in pedagogische begeleidingsdiensten, inspectie, hogescholen).
De geschiedenis van de master basisonderwijs leest, wanneer je de adviezen, onderzoeken en beleidsbeslissingen naast elkaar legt, opvallend logisch. Jarenlang werd gepleit voor het aantrekken van meer diverse profielen naar het beroep, meer doorgroeimogelijkheden, een sterkere verbinding tussen onderzoek en praktijk en een leerladder die talent aantrekt én behoudt. Vervolgens werd de opleiding daadwerkelijk opgericht.
Nu ontbreekt nog één puzzelstuk: ervoor zorgen dat wie als master voor het basisonderwijs wordt opgeleid, daar ook als master kan werken. Aan de onderhandelaars van het loopbaanpact vragen we daarom om verder te kijken dan de begroting van morgen. Grijp deze kans aan om een duurzaam systeem te bouwen waarin op elk onderwijsniveau ruimte bestaat voor complementaire profielen.
De eerste masters basisonderwijs staan klaar. De vraag is nu of Vlaanderen hen ook erkent zodat ze in onze basisscholen blijven.
Ondertekenaars verbonden aan de VUB
Christophe De Turck (student Master basisonderwijs, VUB), Jana De Clippel (student Master basisonderwijs, VUB), Sarah Vigneron (student Master basisonderwijs, VUB), Birgid Decleyn (directeur GO! Basisschool Pacheco Brussel en student Master basisonderwijs, VUB), Maaike Van den Balck (student Master basisonderwijs, VUB en directeur GBS Piramide Steenokkerzeel), Emma Brahm (student Master basisonderwijs, VUB en leerkracht 5e leerjaar GBS Piramide Steenokkerzeel), Els Consuegra (docent Master basisonderwijs, VUB), Heline Van Peteghem (praktijkassistent Master basisonderwijs, VUB), Jill Surmont (docent Master basisonderwijs, VUB), Kato Malaise (studentenvertegenwoordiger lerarenopleidingen, VUB), Isaura Aps (studentenvertegenwoordiger lerarenopleidingen, VUB), Leen Rosiers (docent Master basisonderwijs, VUB en Educatieve Bachelor Kleuteronderwijs, EhB), Tom Dierckx (docent Master basisonderwijs, VUB), Joost Vaesen (docent Master basisonderwijs, Vrije Universiteit Brussel), Marieke Geerooms (student Master basisonderwijs, VUB), Iris Vandenbroeck (leerkracht derde kleuterklas GO! Basisschool De Sterrenhemel, student Master basisonderwijs, VUB), Nikie Depraetere (Lerarenopleiding Vrije Universiteit Brussel), Akim Said Aalou (doctoraatsonderzoeker onderwijssociologie, VUB), Dimokritos Kavadias (docent en onderwijsonderzoeker, VUB), Pieter-Paul Verhaeghe (professor sociologie, Vrije Universiteit Brussel), Jessy Siongers (docent en onderwijsonderzoeker, VUB), Karolien Silverans (procesbegeleider Onderzoekende School?! van MILO VUB), Mhamed Bouhlib (student Master basisonderwijs, VUB), Liesbet Booghmans (student Master basisonderwijs, VUB), Eva Lauwers (lerarenopleiding Vrije Universiteit Brussel), Ariadne Warmoes (docent Master basisonderwijs, VUB), Inge Placklé (docent Master basisonderwijs, VUB), Inge Bogaert (algemeen coördinator Multidisciplinair Instituut Lerarenopleiding, VUB), Valérie Thomas (docent Master Onderwijskunde, VUB), Anouk Vanherf (opleidingshoofd Educatieve Bachelor Lager Onderwijs Erasmushogeschool Brussel en docent Master basisonderwijs, VUB).
De volledige lijst ondertekenaars vindt u op de website van Knack.