Op het einde van de 9de eeuw verspreidt zich in Europa de overtuiging dat de samenleving bestaat uit drie ordes: de oratores, de bellatores, de laboratores, of geestelijken, krijgers en arbeiders, of nog, clerus, adel en derde stand. In de wijze waarop dat schema in de middeleeuwen wordt uitgebouwd, behoort de koning niet tot een van die ordes.
Het moet dan verbijsterend zijn voor de tot keizer gekozen koning van Spanje, Karel V, om een brief te ontvangen van wat uiteindelijk toch een ordinaire laborator is, en die hem beleefd, maar in niet mis te verstane woorden aanmaant zijn schulden te betalen. Dat verhaal wordt verteld in de opening van het pas verschenen Bankiers van God en keizer van Peter Anthonissen, een uitgebreid verslag van de opgang en neergang van het geslacht van de Fuggers.
“Jakob Fugger deed me geregeld denken aan een 16de-eeuwse Elon Musk, maar dan koelhoofdig en doodernstig”
In een paar generaties klimmen die op van arme aanhorige boeren die in de winter bijklussen als wever, tot waarschijnlijk de eerste miljardairs van Europa. Jakob Fugger deed me geregeld denken aan een 16de-eeuwse Elon Musk, maar dan koelhoofdig en doodernstig.
Men kan het verhaal van de Fuggers vanuit verschillende invalshoeken en met verschillende belangstellingen lezen. Wat mij trof was hoezeer keizer, paus, prinsen en allerhande heersers afhankelijk waren van geldschieters. Hoe groot in de 15de en 16de eeuw – aan de vooravond van de moderniteit – de macht van het geld is.
Er was geestelijke en militaire macht, er waren koningen en een paus en een keizer, maar wie die functies bekleedde en wie oorlog kon voeren, werd in grote mate bepaald door mensen met veel geld en de bereidheid berekende risico’s te nemen
In ruil voor hun leningen wilden ze door de wereldlijke en geestelijke macht gegarandeerde kansen om nog meer geld te verdienen. Om paus te worden dienden kardinalen te worden omgekocht, om keizer te worden dienden de keurvorsten te worden betaald, en het waren mensen als de Fuggers die hen het nodige geld bezorgden, in ruil voor lucratieve wederdiensten. Dat soort rijkdom ging gepaard met grote armoede.
Laboratores
Het werpt een andere blik op de tijd die volgt, de moderne. In het licht van de Fuggers verschijnt die niet als een tijd waarin de ordes werden afgeschaft, maar als een tijd waarin geprobeerd wordt elke orde netjes zijn eigen ding te laten doen, zonder te bepalen wat de andere ordes doen. De laboratores houden zich bezig met de economie, rechters spreken recht, maar maken geen wetten, het parlement maakt wetten, maar niet op een manier waarbij de parlementariërs van wetgeving een lucratieve, economische bezigheid maken.
Kortom, we probeerden machten en ordes te scheiden. Tot voor kort lukte dat aardig en zou Bankiers van God en keizer een geschiedenisboek zijn geweest; nu is een oncomfortabele spiegel van de eigen tijd.
“Democratie is slechts mogelijk als politieke macht niet met geld kan worden gekocht”
Om geld en politieke macht te scheiden – en om de soort koehandel als die tussen keizer en Fugger te vermijden – werd de partijfinanciering ontwikkeld. Democratie is slechts mogelijk als politieke macht niet met geld kan worden gekocht. Daarom hebben de meeste Europese landen een strenge regelgeving op dat vlak.
In België genieten de partijen van een rechtstreekse overheidsfinanciering, proportioneel aan hun electoraal succes. Die financiering is gekoppeld aan beperkingen op de wijze waarop dat geld mag worden besteed. Er geldt een verbod op steun voor partijen door rechtspersonen en feitelijke verenigingen. Natuurlijke personen, u en ik, mogen per jaar maximaal 2.000 euro doneren, geen miljoenen waarmee we politieke macht zouden kunnen kopen.
In Amerika waren die regels al altijd minder strak, maar nog te strak voor de gulzige miljardairs. Die willen meer politieke macht om nog rijker te kunnen worden. Het parlement zou hun dat niet hebben gegund, dus werd de klus geklaard door het Hooggerechtshof. Dat besliste in 1976 dat financiële steun van organisaties en personen aan politieke partijen en kandidaten een vorm van vrije meningsuiting is. Daarmee werd geld gelijkgesteld aan een stem.
In 2010 maakte het Hooggerechtshof het nog gemakkelijker voor miljardairs om politieke invloed uit te oefenen. In de meest recente presidentsverkiezing zagen we hoe Elon Musk daarvan kwistig gebruikmaakte.
Cryptomarkt
Het 15de-eeuwse Europa kende figuren die machten op fantasievolle wijze wilden combineren: koning Maximiliaan van Oostenrijk droomde ervan paus te worden om zich vervolgens eigenhandig in Rome tot keizer te kronen.
Het 21ste-eeuwse Amerika heeft Trump: de president die de cryptomarkt reguleert en er zelf miljarden mee verdient, die letterlijk toegang tot zichzelf verkoopt, die vastgoeddeals sluit, die federale misdrijven kwijtscheldt in ruil voor financiële steun, die beursinformatie iets vroeger doorspeelt aan wie 60.000 tot 100.000 dollar per maand neertelt, die een Boeing 747 persoonlijk cadeau krijgt van een buitenlandse mogendheid en van wie de familie tijdens zijn presidentschap in ijltempo miljarden bijeensprokkelt.
Men zegt vaak dat Amerika afglijdt naar fascisme. Het lijkt meer op het dagen van nieuwe middeleeuwen waarin de keizer, met opgeruimde onbeschaamdheid, demonstreert hoe vlot politieke macht zich daar vandaag laat omzetten in geld — en omgekeerd.
Bio
Mark Elchardus is emeritus professor sociologie aan de VUB en de auteur van Reset, Vrijheid/Veiligheid en Over grenzen. Zijn column verschijnt tweewekelijks. In Amerika zie je hoe vlot politieke macht zich laat omzetten in geld, en omgekeerd, schrijft hij.