We beleven de zoveelste droge zomer, met gevolgen voor de scheepvaart, de ­natuur, de landbouw en het waterbeheer. Over maatregelen voor waterweerbaarheid bestaat een grote consensus, maar ze worden vaak uitgesteld. Dat vergroot het risico op schade en tekorten in de volgende droge zomers. Hoogleraar grondwater­hydrologie aan de VUB en de KU Leuven Marijke Huysmans pleit in De Tijd voor directe actie.

De zomer is niet eens halfweg, maar de ­gevolgen van de droogte lopen nu al op. ­Bomen gaan vervroegd in herfstmodus. De Rijn bereikte de laagste gemeten waterstand ooit. Op meer dan 80 procent van de meetpunten staan de grondwaterpeilen laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Captatieverboden (waarbij bijvoorbeeld lokaal geen water uit beken of rivieren meer mag worden opgepompt, red.) en beperkingen voor de scheepvaart zijn opnieuw noodzakelijk, terwijl aardappelen, mais en andere groenten op de akkers snakken naar water. Alweer. Net zoals in 2018, 2020 en 2022 hopen natuur­beheerders, landbouwers, drinkwatermaatschappijen en waterbeheerders dat het snel begint te regenen voordat ingrijpender schade optreedt of drastische maatregelen noodzakelijk worden. Maar wachten op regen is geen strategie. Zeker niet ­omdat droogte geen uitzonderlijke gebeurtenis meer is. De klimaatverandering maakt droogteperiodes frequenter, langer en intenser. Bovendien komt droogte steeds vaker ­samen voor met hitte, waardoor de atmosfeer, de bodem, planten en ­gewassen dorstiger zijn en de impact van de droogte nog groter wordt. Dat raakt niet alleen de landbouw en de ­natuur. Ook de industrie, de binnenvaart, de energie­voorziening en de drinkwaterproductie dreigen de volgende decennia steeds vaker geconfronteerd te worden met waterschaarste.

Geen woestijn
Gelukkig is Vlaanderen geen woestijn. Op jaarbasis valt er voldoende neerslag. Dat betekent dat hier heel wat pro­actieve oplossingen mogelijk zijn. Als we water vasthouden, laten infiltreren, hergebruiken en bufferen, kunnen we de impact van droogte aanzienlijk beperken. Bovendien heeft Vlaanderen de voorbije decennia kennis en ervaring opgebouwd in klimaatadaptatie en waterweerbaarheid. Met het Sigmaplan behoort de regio inter­na­tionaal al jaren tot de voortrekkers van een geïntegreerd water­beheer. Internationale organisaties verwijzen er regel­matig naar als voorbeeld van hoe waterveiligheid, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie hand in hand kunnen gaan. Met de Blue Deal die Vlaanderen in 2020 lanceerde, liepen we vooruit op de Europese agenda rond waterweerbaarheid. De Blue Deal leidde niet alleen tot investeringen in circulair watergebruik, waterbesparing, infiltratie, vergroening, stuwen, regenwateropvang, de hermeandering van water­lopen, alter natieve waterbronnen, een peilgestuurde drai­nage, het herstel van wetlands en de leveringszekerheid van drinkwater. Het akkoord vergrootte ook de bewustwording en het draagvlak voor robuuste watersystemen. Voor de recente Lokale Blue Deals-oproep, die lokale overheden, waterbeheerders, landbouwers, bedrijven en natuurorganisaties samenbrengt om gebiedsgerichte oplossingen uit te werken voor droogte, overstromingen en waterkwaliteit, dienden liefst 46 coalities een kandidatuur in. Samen bestrijken die kandidaat-coalities ongeveer de helft van Vlaanderen. Die grote belangstelling toont aan hoe sterk de wil is om samen te werken aan wateruitdagingen, zelfs door partners die in andere dossiers vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Dat momentum is goud waard en verdient ondersteund te worden met ambitieuze investeringsbudgetten voor de realisatie van de lokale actieplannen.

Schade aan natuur
Ondanks de urgentie van de problematiek en het draagvlak voor het verhogen van de waterweerbaarheid, worden ­in­vesteringen in klimaatadaptatie helaas vaak uitgesteld. Het merendeel van de Blue Deal-middelen is begroot voor de laatste jaren van de legislatuur. Ook andere organisaties en bedrijven duwen investeringen in waterzekerheid voor zich uit. Dat verhoogt het risico op verder uitstel - als het op dat moment niet droog is en er andere prioriteiten zijn - maar leidt vooral tot vermijdbare droogteschade en risico’s op drastische watertekorten in de volgende droge zomers. De schade aan de natuur en de landbouw en de impact op de industrie, de binnenvaart, de energievoorziening en de drinkwaterproductie tijdens de volgende droge zomer hangen af van hoe goed we daarop voorbereid zijn en welke beslissingen we vandaag nemen. Elk bedrijf dat nu investeert in circulair watergebruik, waterbesparing en alternatieve waterbronnen is minder kwetsbaar bij de volgende droogte. Landbouwers kunnen droogteschade milderen door de buffering van regenwater, stuwtjes of een peilgestuurde drainage. Met groene tuinen en pleinen kunnen burgers en gemeentebesturen de grondwatervoorraden vergroten. De infiltratie van regenwater in bovenstroomse gebieden vergroot niet alleen onze waterbuffer, maar reduceert ook de schade bij overstromingen. Door een verhoogde connectiviteit, brondiversificatie en ondergrondse opslag van water wordt de drinkwatervoorziening veel robuuster. Als zelfs maar een fractie van de 800 miljard liter huishoudelijk afvalwater per jaar verder gezuiverd wordt, opent zich een waaier aan mogelijkheden voor het hergebruik door landbouw en industrie. Elk bouwproject dat zijn bemalingswater (grondwater dat tijdelijk wordt weggepompt om ergens te kunnen ­bouwen, red.) maximaal terug in de ondergrond brengt, ­beschermt onze watervoorraden.

Sterk signaal
De boodschap van de klankbordgroep voor de stroom­gebiedbeheerplannen dit voorjaar was een sterk signaal. Landbouworganisaties, natuurverenigingen, bedrijven, lokale besturen, de watersector en wetenschappers vonden een opmerkelijke consensus: Vlaanderen kan zich geen ­business as usual in het waterbeheer en -beleid meer ver­oorloven. De wateruitdagingen zijn te groot en te urgent om nog langer sectoraal of versnipperd aan te pakken. Die brede eens­gezindheid is uitzonderlijk en onderstreept hoe dringend de wateruitdaging is geworden. Laat deze zoveelste droge zomer een kantelpunt zijn om investeringen in een robuust watersysteem te versnellen en uit te breiden. Vlaanderen beschikt over de kennis, de wil, de innovatiekracht en gemotiveerde lokale partners om een koploper te zijn in klimaatadaptatie en waterweerbaarheid. De volgende droge zomer begint vandaag. De vraag is of Vlaanderen dan de vruchten zal plukken van de investeringen in waterzekerheid die het vandaag doet.