Dementie kost de Belgische samenleving naar schatting 4,1 miljard euro per jaar. Bijna 60 procent daarvan hangt samen met onbetaalde zorg door partners, familieleden, vrienden en andere mantelzorgers. Dat blijkt uit een nieuwe internationale studie in het Journal of Alzheimer’s Disease, waaraan ook prof. dr. Sebastiaan Engelborghs van het UZ Brussel en de Vrije Universiteit Brussel meewerkte.
De studie maakt deel uit van het Europese Cost of Illness in Neurology in Europe-project, kortweg COIN-Eu, van de European Academy of Neurology. Het internationale onderzoeksteam bracht gegevens uit 45 Europese kostenstudies samen met prevalentiecijfers uit de Global Burden of Disease-studie.
In 2019 leefden naar schatting 8,8 miljoen mensen met dementie in de dertig onderzochte Europese hogeloonlanden. De totale maatschappelijke kost bedroeg er jaarlijks 221,4 miljard euro. Informele zorg vertegenwoordigde 58 procent van dat bedrag.
Mantelzorg vertegenwoordigt grootste deel van Belgische kost
Voor België schatten de onderzoekers dat in 2019 ongeveer 196.000 mensen met dementie leefden. De jaarlijkse maatschappelijke kost bedroeg naar schatting 4,14 miljard euro, of gemiddeld 21.200 euro per persoon met dementie. Dat komt overeen met ongeveer 1,1 procent van het Belgische bruto binnenlands product.
Van de totale Belgische kost was ongeveer 2,48 miljard euro toe te schrijven aan informele zorg. Dat is onbetaalde zorg door partners, familieleden, vrienden en andere mantelzorgers en kan gaan om bijvoorbeeld hulp bij wassen, aankleden, eten of medicatie; boodschappen, vervoer en administratie, … De directe kosten, waaronder medische en niet-medische professionele zorg, bedroegen naar schatting 1,67 miljard euro. Kosten door productiviteitsverlies vormden slechts een klein aandeel.
Investeren in behandeling én ondersteuning
De maatschappelijke impact van dementie gaat verder dan de financiële kost. Langdurige mantelzorg kan ook wegen op de lichamelijke en mentale gezondheid, het sociale leven en de professionele activiteiten van naasten.
Volgens de onderzoekers vragen de toenemende gevolgen van dementie daarom om een brede aanpak. Naast tijdige en correcte diagnostiek, preventie en onderzoek naar nieuwe behandelingen blijven toegankelijke thuiszorg, psychosociale begeleiding en opleiding en ondersteuning van mantelzorgers essentieel.
Nieuwe ziekteremmende behandelingen voor de ziekte van Alzheimer kunnen de achteruitgang in een vroeg stadium afremmen. Of ze daardoor ook de maatschappelijke kosten in latere ziektefasen verlagen, werd in deze studie niet rechtstreeks onderzocht. De onderzoekers benadrukken dat daarvoor bijkomend onderzoek met gegevens uit de dagelijkse praktijk nodig is.
Over de studie
De studie The economic burden of dementia in Europe: COIN-Eu dementia werd uitgevoerd door een internationaal onderzoeksteam binnen het COIN-Eu-project van de European Academy of Neurology. Mateo Montes-Martinez is eerste auteur. Richard Dodel is corresponderend auteur.
De studie werd uitgevoerd in opdracht van de European Academy of Neurology en ontving aanvullende financiering van de Lundbeck Foundation. Volgens de publicatie hadden de financierders geen rol in het onderzoeksontwerp, de gegevensverzameling en -analyse, de interpretatie van de resultaten of de beslissing om te publiceren.
Prof. dr. Sebastiaan Engelborghs is co-auteur namens de dienst Neurologie en Bru-BRAIN van het UZ Brussel en de NEUR Research Group van het Center for Neurosciences van de Vrije Universiteit Brussel.
Wetenschappelijke referentie
Montes-Martinez M, Welter LS, Boon P, et al. The economic burden of dementia in Europe: COIN-Eu dementia. Journal of Alzheimer’s Disease. Online gepubliceerd op 14 juli 2026. doi: 10.1177/13872877261465575.