De VUB speelt al bijna veertig jaar een belangrijke rol in de internationale opleiding van oceaanprofessionals. Samen met andere Vlaamse mariene opleidingen heeft ze bijgedragen aan een wereldwijd alumninetwerk van meer dan 1500 professionals. Wie zijn ze? Wat doen ze? Waar werken ze? En vooral: hoe kunnen ze hun kennis en ervaring inzetten voor het oceaanonderzoek en -beheer? OceanConnectXL, een initiatief van de VUB, wil dat potentieel benutten. “We brengen onze alumni in kaart”, vertelt klimaatecoloog Tom Van der Stocken. “Op ons eerste event brengen we een deel van hen ook persoonlijk samen.” 

Schrijf je in voor het OceanConnectXL alumni-event op 16 november

Het alumni-event van OceanConnectXL vindt plaats in Oostende, op 16 november. Locatie noch datum zijn toevallig gekozen.  
“We maken gebruik van de ruimtes van VUB aan Zee, de onderzoeks- en innovatiehub van de VUB in Oostende. Die is pas dit voorjaar van start gegaan. Oostende is bovendien ook de uitvalsbasis van het VLIZ, het Vlaams Instituut voor de Zee. Sinds mijn aanstelling drie jaar geleden heb ik van de samenwerking met het VLIZ een speerpunt gemaakt. De uitdagingen rond de oceaan zijn groot en mondiaal. We kunnen die alleen aanpakken door ervaring en expertise te delen en samen te werken.” 

Dat lukt? 
“Zeker. We vullen elkaar op verschillende vlakken aan. We hebben elk onze eigen expertise, infrastructuur en netwerken. Door die samen te brengen, kunnen we onderzoek en samenwerking rond de oceaan versterken. VUB aan Zee biedt daar ook een mooie uitvalsbasis voor.” 

En 16 november, waarom is dat geen toeval? 
“In dezelfde week, van 17 tot en met 20 november, vindt in Brugge de World Conference of Marine Biodiversity 2026 plaats. Dat biedt alumni de mogelijkheid om beide events te combineren.” 

Die alumni, wie zijn dat eigenlijk? 
“Het gaat om alumni van internationale opleidingen rond mariene en zoetwaterecosystemen, van FAME, MareLac, ECOMAMA, TROPIMUNDO en IMBRSea tot Oceans & Lakes. De alumni zijn vandaag over de hele wereld actief. Van de recentere generaties hebben we vrij volledige gegevens, maar voor de oudere cohorten, zeker uit de jaren 1980 en 1990, ligt dat soms moeilijker. Daarvoor zoeken we ook in archieven en doen we een beroep op oude contacten.” 

Is OceanConnectXL een internationaal gezelschap? 
“Zeker. Onze studenten komen vanuit de hele wereld naar België en verspreiden zich na hun opleiding opnieuw over de wereld. Zo ontstaat een internationaal netwerk van verschillende generaties. De oudste alumni hebben tientallen jaren ervaring opgebouwd, terwijl jongere alumni nog aan het begin van hun carrière staan. Velen hebben bovendien nog een sterke band met België. Die ervaring en expertise kunnen een meerwaarde zijn voor jongere generaties, nieuw onderzoek en nieuwe samenwerkingen. Tegelijk is Vlaanderen, en bij uitbreiding België, internationaal een belangrijke expertisehub voor marien onderzoek en oceaanbeheer.” 

“Ecologische processen houden zich niet aan bestuurlijke grenzen” 

Tom Van der Stocken
VUB-klimaatecoloog en promotor OceanConnectXL
Tom Van Der Stocken, professor Ecologie en promotor OceanConnectXL

Moet oceaanonderzoek globaal gebeuren? 
“Absoluut. De oceaan is één verbonden systeem dat zich over landsgrenzen heen uitstrekt. Bestuurlijke grenzen kunnen we afbakenen, maar ecologische processen houden zich daar niet aan. Soorten kennen die grenzen niet. Een groot deel van de oceaan valt bovendien buiten de nationale rechtsmacht. Internationale samenwerking en afspraken zijn daarom essentieel. Met OceanConnectXL willen we meehelpen internationale expertise en ervaring te verbinden.” 

De opwarming van de oceaan laat zich wereldwijd voelen. Wat betekent dit voor die soorten? 
“De oceaan warmt inderdaad op. Daardoor verleggen een aantal koudeminnende soorten hun verspreidingsgebied naar koelere wateren. In de Noordzee betekent dat vaak een verschuiving in noordelijke richting. Op wereldschaal zien we dat zulke verschuivingen snel kunnen gaan. Bij sommige mariene soorten gaat het om tientallen kilometers per decennium. Daardoor komen soorten ook in nieuwe soortengemeenschappen terecht en veranderen de interacties tussen soorten. Dat heeft vaak onvoorspelbare gevolgen voor het functioneren van ecosystemen.” 

Voor de grijze garnaal zou de Noordzee alvast te warm worden? 
“Resultaten van het VLIZ-project SeaWatch-B laten zien dat de grijze garnaal in het ondiepe kustwater sterk in aantal is afgenomen. Langlopende metingen van ILVO in een ruimer gebied tonen geen gestage afname, maar wel sterke schommelingen van jaar tot jaar. In elk geval is de druk op ecosystemen groot. Koudwatersoorten komen in het gedrang, terwijl warmteminnende soorten toenemen.”  

De komst van die nieuwe soorten betekent niet noodzakelijk winst?
“Nee. Heel wat soorten gaan achteruit of verdwijnen. Daarmee verandert ook de samenstelling en het functioneren van het ecosysteem. Er is wel degelijk een serieuze impact in een bredere ecologische zin.” 

Tom Van Der Stocken, professor Ecologie en promotor OceanConnectXL

“De verschuiving van soorten is niet louter een verhaal van verdwijnen en verschijnen. Ze verandert ook de ecologische relaties binnen ecosystemen.” 


Tom Van der Stocken
VUB-klimaatecoloog en promotor OceanConnectXL

Hoe verandert de Noordzee nog door de opwarming? 
“De opwarming zet ecosystemen verder onder druk, naast andere menselijke invloeden zoals intensieve visserij en eutrofiëring. Kwallen en ribkwallen komen vaker voor. Zo is er een sterke toename van het zeedruifje, een inheemse soort, en heeft de Amerikaanse kamkwal, een uitheemse soort, zich in onze wateren gevestigd.”  

Hoe komen dergelijke exoten hier terecht? 
“Onder andere via het ballastwater van schepen. Of ze zich hier ook kunnen handhaven, hangt onder meer af van de temperatuur. De opwarming van de Noordzee verandert de samenstelling van onze kustecosystemen en kan tot in het voedselweb doorwerken.” 

Verschuiven soorten in de tropen ook? 
“Zeker. Bij tropische soorten kan de opwarming er bijvoorbeeld voor zorgen dat ze zich naar hogere breedtegraden uitbreiden. Dat noemen we de tropicalisering van gematigde ecosystemen. Mangroven zijn daar een mooi voorbeeld van. Aan de zuidoostelijke kust van de Verenigde Staten zien we dat warmere winters de uitbreiding van mangroven naar hogere breedtegraden faciliteren en dat de overgang tussen mangrove en zoutmoeras opschuift. Zulke verschuivingen verlopen niet overal op dezelfde manier. Ook weerpatronen en lokale omstandigheden spelen een rol. Dit soort verschuivingen bestuderen we via diverse projecten binnen onze onderzoeksgroep.”  

Sinds kort onderzoeken jullie ook onze eigen slikken en schorren. Die hebben blijkbaar veel gemeen met tropische mangroven? 
“Het zijn verschillende ecosystemen, maar ze delen inderdaad een aantal belangrijke eigenschappen. Zowel mangroven als slikken en schorren zijn getijdenecosystemen op de overgang tussen land en zee, waar water, sediment en vegetatie met elkaar interageren. Ze bieden leefgebied aan tal van organismen en kunnen aanzienlijke hoeveelheden koolstof opslaan, vooral in de bodem. Mangroven en schorren worden daarom internationaal tot de zogenaamde blue-carbon ecosystemen gerekend. Daarnaast leveren deze ecosystemen ook andere belangrijke ecosysteemdiensten, zoals het dempen van golfenergie en het helpen beperken van kusterosie en overstromingsrisico.”  

Hoe gebeurt die koolopslag precies? 
“Die vraag willen we beantwoorden met het WETCOAST-project. Daarvoor bestuderen we twee locaties: een nieuw slikken- en schorrengebied dat zich na de ontpoldering in de Schelde ontwikkelt, en een nieuw aangelegd eiland in de Guayasdelta waar we de vestiging van mangroven opvolgen. Zo kunnen we volgen hoeveel koolstof deze ecosystemen opslaan, hoe snel die opslag tot stand komt en welke factoren daarop van invloed zijn.” 

Hoe pakken jullie dat aan? 
“Door verschillende metingen te combineren. We brengen koolstof in de bodem en vegetatie in kaart en meten de koolstofstromen via de atmosfeer en het water, onder meer de uitwisseling van CO2 en methaan. Met drones kunnen we die metingen opschalen naar het landschap en de ontwikkeling van vegetatie en topografie volgen. Zo krijgen we een vollediger beeld van de koolstofcyclus en kunnen we beter begrijpen hoeveel koolstof wordt opgeslagen, hoe snel dat gebeurt en welke factoren daarop van invloed zijn.” 

Jullie kunnen dat bovendien vanaf het begin volgen? 
“Ja. In de Hedwige-Prosperpolder en in de Guayasdelta staan we aan de wieg van deze ecosystemen. Het zijn onze living labs: een getijdenmoeras in een gematigd klimaat en een mangrovesysteem in de tropen. Zo kunnen we onderzoeken hoe hun koolstofopslag en bijdrage aan kustbescherming veranderen naarmate ze zich ontwikkelen.”

“Wat we onze omgeving aandoen, komt uiteindelijk ook bij ons terug” 

Tom Van der Stocken
VUB-klimaatecoloog en promotor OceanConnectXL
Tom Van Der Stocken, professor Ecologie en promotor OceanConnectXL

Kunnen we de natuur dan ook inzetten om ons te beschermen? 
“Dat klopt. Maar daarvoor moeten we ook begrijpen hoe die functies zich ontwikkelen: hoe snel ze tot stand komen en welke omstandigheden daarvoor bepalend zijn. Met die kennis kunnen we natuurgebaseerde oplossingen voor klimaatmitigatie en -adaptatie beter onderbouwen. Onderzoek helpt daarbij niet alleen om problemen te begrijpen, maar ook om oplossingen te ontwikkelen, hun haalbaarheid te beoordelen en die kennis internationaal te delen.”  

Mens en natuur: één strijd? 
“We kijken vaak naar mens en natuur alsof het twee aparte systemen zijn, terwijl onze samenleving zelf deel uitmaakt van een veel groter natuurlijk systeem. We kunnen dat systeem ingrijpend veranderen, maar we kunnen er ons niet aan onttrekken. Wat we onze omgeving aandoen, komt uiteindelijk ook bij ons terug. We vernietigen zelf de zelfreiniging en zelfregulatie van het huis waarin we wonen.” 

Hoe lang loopt de WETCOAST-studie? 
“Drie jaar. Maar we hopen het onderzoek langer voort te zetten, want voor dit soort vragen is langetermijnonderzoek noodzakelijk.” 

Nog even terug naar de warme zeeën. Zorgen die straks voor een natte herfst en winter? 
“Dat kan inderdaad de kans op zware buien in het najaar vergroten. We hebben dit jaar een uitzonderlijk warme zomer én een langdurige mariene hittegolf. De Noordzee koelt maar langzaam af en blijft daardoor ook in het najaar relatief warm. Dat bevordert de verdamping, waardoor meer vocht in de atmosfeer terechtkomt. Wanneer die vochtige lucht vervolgens landinwaarts wordt aangevoerd en afkoelt, kan het vocht condenseren en als neerslag uitvallen.” 

Alles is met elkaar verbonden… 
“Dat is een boodschap die ik steeds tracht mee te geven aan de studenten. Zoals de Amerikaanse natuurpionier John Muir zei: ‘When we try to pick out anything by itself, we find it hitched to everything else in the universe’. Wat je ook vastpakt, het staat in verbinding met al het andere. Ik ben afgestudeerd als fysisch geograaf met een thesis in de gletsjerkunde en leid vandaag projecten rond tropische kustecosystemen. Op het eerste gezicht kan dat niet verder uit elkaar liggen. Maar uiteindelijk speelt het zich allemaal af op diezelfde planeet, de Pale Blue Dot van Carl Sagan.” 

Wat denk jij als je naar de zee kijkt? 
Panta rhei: alles stroomt, alles is voortdurend in beweging en met elkaar verbonden. Als ik op het perron van Etterbeek een regendruppel op mijn gezicht voel, denk ik vaak aan de lange reis die de moleculen waaruit die druppel bestaat al hebben afgelegd. Van de atmosfeer naar rivieren, bodems en oceanen. Daarin ligt voor mij een diepe verwondering en een grote nederigheid. Water verbindt ecosystemen en mensen over de hele wereld. En dan komen we opnieuw uit bij het feit dat we als mens zelf een deel zijn van die natuur. We hebben er dus alle baat bij om er goed zorg voor te dragen.” 

Over Tom Van der Stocken 

Prof. dr. Tom Van der Stocken studeerde fysische geografie en is klimaatecoloog aan de VUB, waar hij verbonden is aan het departement Biologie en de onderzoeksgroep bDIV (Biodiversity, Ecology and Evolution). Zijn onderzoek richt zich op mariene en kustecosystemen, waaronder mangroven, zeegrasvelden en slikken- en schorrengebieden, en hun interactie met klimaatverandering. Daarnaast is hij als onderzoeker verbonden aan het NASA-Caltech Jet Propulsion Laboratory (JPL). 

OceanConnectXL & partners 

  • OceanConnectXL is een initiatief van de VUB, gefinancierd door het International Cooperation Actions-programma van het FWO. Het brengt jonge en ervaren oceaanprofessionals van over de hele wereld samen om onderzoek, kennisuitwisseling en beleidsgerichte exprtise rond oceaanbeheer te versterken. Het netwerk werkt daarbij samen met de OceanTeacher Global Academy (OTGA) van de Intergouvernementele Oceanografische Commissie (IOC) van UNESCO, die internationale opleiding en capaciteitsopbouw rond oceaanonderzoek ondersteunt. 
  • Het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) is het Vlaamse expertisecentrum voor onderzoek naar de zee, de kust en de oceaan. Vanuit Oostende ondersteunt het wetenschappelijk onderzoek, beheert het mariene data en stelt het onderzoeksinfrastructuur ter beschikking van onderzoekers. De VUB en het VLIZ werken geregeld samen rond mariene wetenschappen, klimaatonderzoek en kustvraagstukken.  
  • VUB aan Zee is de permanente onderzoekshub van de VUB in Oostende. Ze brengt onderzoek, onderwijs en innovatie samen rond thema’s zoals offshore windenergie, mariene technologie, kust- en klimaatonderzoek, waterbeheer en de blauwe economie. De hub werd opgericht in samenwerking met Stad Oostende en Haven Oostende.