Europa wil technologisch onafhankelijker worden, zijn concurrentiekracht versterken en zijn econo­mische toekomst veiligstellen. Maar terwijl Europese leiders die ambities steeds luider verkondigen, dreigen ze het budget ervoor drastisch terug te schroeven.

Lees het volledige opiniestuk in De Tijd

Het pas gepubliceerde Ierse kader voor de volgende Europese meerjarenbegroting (2028-2034) legt die tegenstrijdigheid pijnlijk bloot. Het Europees Parlement pleitte initieel voor een ambitieus budget van 200 miljard euro (in lopende prijzen) voor het onderzoeks- en innovatieprogramma Horizon Europe, al 20 miljard euro minder dan de experts hadden voorgesteld. De Europese Commissie reduceerde dat vervolgens tot 175 miljard. Het Cyprio­tische voorzitterschap bracht het bedrag verder terug tot 167 miljard euro. En in de Ierse nego­tiating box blijft nu nog 158 miljard over. Dat valt niet te rijmen met de Europese ambities. Europa wil zijn technologische achterstand tegenover de Verenigde Staten en China wegwerken, zijn strategische autonomie versterken en opnieuw een wereldspeler worden in innovatie. Maar als die ambities in begrotingsmiddelen moeten worden vertaald, wordt gesneden in de kennisbasis die ze mogelijk moet maken.

Veel op het spel

Voor Vlaanderen staat bijzonder veel op het spel. Onze universiteiten behoren tot de sterkste onderzoeksinstellingen van continentaal Europa en spelen een voortrekkersrol in Europese onderzoeksprogramma’s. Vlaanderen ontvangt 3,31 procent van de voorlopig toegekende middelen in het huidige Horizon Europe, een opmerkelijk resultaat voor een relatief kleine regio. Onze universiteiten nemen daarvan bijna de helft voor hun rekening. We mogen dus terecht zeggen dat we ver boven ons gewicht boksen. De Europese onderzoeksfinanciering maakt grensoverschrijdende samenwerking mogelijk, biedt toegang tot unieke infrastructuur en expertise en ondersteunt onderzoek dat de mogelijkheden van individuele lidstaten overstijgt. Een uitgehold Horizon Europe betekent dus minder kansen op wetenschappelijke doorbraken, minder mogelijkheden om interna­tionaal talent aan te trekken en minder innovatiekracht voor onze economie. De discussie gaat niet alleen over hoe­-veel, maar ook over waarin Europa investeert. Europa wil terecht meer inzetten op de commercialisering en de opschaling van techno­logie. Maar zonder fundamenteel en vroeg toegepast onderzoek valt er weinig te commercialiseren of op te schalen. De innovaties van morgen ontstaan uit wetenschappelijke ontdekkingen waarvan de economische toepassingen vandaag vaak nog onbekend zijn. Daarom moet Horizon Europe sterk blijven inzetten op wetenschappelijke excellentie, onderzoekstalent en risicovol onderzoek. Andere Europese instrumenten kunnen vervolgens de marktintroductie en opschaling ondersteunen. Onderzoek is essentieel voor veel meer dan economisch concurrentievermogen. Van de klimaatverandering over de gezondheidszorg tot veiligheid en sociale ongelijkheid: ook voor de grote maatschappelijke uitdagingen van onze tijd zijn nieuwe kennis en wetenschappelijke doorbraken onmisbaar.

Grote woorden

Het Ierse kader is nog geen definitieve be­groting, maar de richting is zorgwekkend. Terwijl de Europese ambities groeien, krimpt het voorgestelde onderzoeksbudget. Ook België en Vlaanderen dragen verantwoordelijkheid. Onze regeringen en Europese vertegenwoor­digers moeten hun gewicht in de onderhandelingen gebruiken om een ambitieus en beschermd onderzoeksbudget te verdedigen. Een nieuwe kans dient zich aan op de Europese top van 15 en 16 oktober. Tegelijk moeten de lidstaten hun binnenlandse investeringen in onderzoek en innovatie op peil houden. De recente beslissing van de Vlaamse regering om in het budget voor fundamenteel onderzoek te snijden, is vanuit dat oogpunt extra zorg­wekkend en betreurenswaardig. Europa kan niet blijven waarschuwen voor zijn technologische achterstand en tegelijk beknibbelen op de kennis die nodig is om die achterstand weg te werken. De Europese be­groting zal tonen hoeveel de grote woorden over concurrentiekracht en strategische auto­nomie werkelijk waard zijn.

De rectoren Jan Danckaert (VUB), Petra De Sutter (UGent), Herwig Leirs (UAntwerpen), Bernard Vanheusden (UHasselt) en Severine Vermeire (KU Leuven).