Wie een put graaft, kijkt terug in de tijd. In de bodem liggen niet alleen archeologische voorwerpen, maar ook de sporen van verdwenen landschappen, klimaatverandering en eeuwenlang menselijk ingrijpen. Ella Egberts maakt die verborgen geschiedenis zichtbaar tijdens Muddy Minds, een tentoonstelling en publieksonderzoek in het Friese Mirns. Tot 12 september werken archeologie en hedendaagse kunst er letterlijk naast en door elkaar, met werk van Jumana Manna, Alexandra Hunts, Matilde Yilmaz en Magali Reus. Centraal staat een geo-archeologische opgraving waarbij Egberts samen met kunstenaars en bezoekers onderzoekt wat verschillende bodemlagen vertellen over de geschiedenis van het landschap. “Een landschap verbergt een enorm archief”, zegt Egberts. “Zand, klei en veen kunnen vertellen hoe een omgeving er vroeger uitzag, maar ook hoe mensen landschappen hebben veranderd.”
Op het terrein in Mirns komen opvallend veel hoofdstukken van die geschiedenis samen. In de bodem zijn natuurlijke en menselijke processen terug te vinden die zich op totaal verschillende tijdschalen hebben afgespeeld: van de ijstijd en het warmer wordende klimaat, met een forse stijging van de zeespiegel, tot overstromingen, inpoldering, landinrichting en hedendaags landgebruik. Ogenschijnlijk onooglijke resten kunnen toch informatie bevatten: bewaarde zaden, rietveen, sporen van wadpieren en verschillende soorten zand helpen reconstrueren hoe het landschap veranderde.
Precies daar raakt archeologie aan het uitgangspunt van Muddy Minds. Want ook archeologen selecteren voortdurend wat ze belangrijk vinden, bewaren en interpreteren. Wat vandaag afval of een onbeduidend gebruiksvoorwerp lijkt, kan voor de archeoloog van de toekomst een belangrijke bron van informatie zijn. “Archeologie gaat niet alleen over spectaculaire vondsten”, zegt Egberts. “Het gaat vooral over verbanden. Een voorwerp krijgt betekenis door de plek waar het wordt gevonden, door de bodem waarin het zit en door wat er rondom ligt. Eigenlijk probeer je uit heel veel kleine sporen opnieuw een landschap en het menselijke leven daarin te begrijpen.”
Die benadering gebruikt Egberts ook duizenden kilometers verderop. De VUB-onderzoekster verricht onderzoek in de Westelijke Woestijn van Irak, een gebied waar opvallend weinig bekend was over menselijke aanwezigheid tijdens het Pleistoceen, het tijdperk van de ijstijden. Tijdens veldwerk in de omgeving van Shbicha, ongeveer 150 kilometer ten zuidwesten van Najaf, ontdekten Egberts en haar collega's meerdere paleolithische vindplaatsen in een gebied van amper 10 bij 20 kilometer. Tijdens eerder veldwerk vond het team grote concentraties stenen artefacten aan het oppervlak, vooral uit het Midden-Paleolithicum (https://www.cambridge.org/core/journals/antiquity/article/new-evidence-for-pleistocene-hominin-presence-in-the-northeast-arabian-desert-iraq/2285D1EA6D88F026925E49C325F3D992).
Tijdens de meest recente campagne ondekten de archeologen ook archeologisch materiaal in sedimentaire context. Hier is de bodem erg belangrijk. Anders dan de grote contentraties artefacten aan het oppervlak, geeft de bodem de mogelijkheid om vroegere landschappen en menselijke aanwezigheid aan elkaar te verbinden. Egberts kreeg van de International Association for the Study of Arabia middelen om de sedimenten en daarmee menselijke aanwezigheid en de verloren landschappen van de Westerse Woestijn van Irak voor het eerst direct te dateren. De methode die Egberts daarvoor gebruikt is optisch gestimuleerde luminescentie datering. De methode dateert sedimenten en is daarom extra geschikt voor geo-archeologisch onderzoek. Diezelfde methode staat ook centraal in het project in Friesland. Om correcte data te genereren mogen sedimenten niet aan daglicht bloodgesteld worden. Dat betekent dat Egberts ’s nachts onderzoek doet. Het werk in Friesland bood een unieke gelegenheid voor bezoekers om erbij te zijn. “De sfeer van de nacht geeft iets magisch en laat zien hoe wetenschappelijk onderzoek ook heel veel verborgen schoonheid heeft.”
De vondsten in Irak zijn belangrijk, omdat het geografisch op een kruispunt ligt tussen Afrika, Azië en Europa. Toch weten archeologen nog relatief weinig over de mensen die tijdens het Pleistoceen door het gebied trokken. De Iraakse woestijn kan daardoor ontbrekende stukken leveren in het verhaal van de verspreiding van vroege mensachtigen door Zuidwest-Azië. Kennis over het landschap is er minstens even belangrijk als de stenen werktuigen zelf. Waar vandaag een droge woestijn ligt, bevonden zich tijdens het Pleistoceen meren en waterlopen. Door archeologische vondsten te koppelen aan de geomorfologische geschiedenis probeert Egberts te achterhalen wanneer en onder welke omstandigheden mensen er aanwezig waren. “Het interessante is dat we niet alleen willen weten dát hier mensen waren”, aldus Egberts. “We willen begrijpen in welk landschap ze leefden, waar water beschikbaar was en hoe ze zich door dat landschap bewogen. De bodem en het reliëf zijn daarvoor even belangrijk als de werktuigen die we vinden.”
Van op zoek naar water, naar het houden van droge voeten, wordt ook in Friesland het leven van mensen mede door het landschap gevormd. De historische boerderij van REST werd gebouwd op net iets hogere, zandige ondergrond, omgeven door natte velden. In Friesland wordt die manier van kijken toegankelijk gemaakt voor een breed publiek. Er zijn wandelingen, gesprekken en workshops waarin kunstenaars en wetenschappers vanuit verschillende invalshoeken naar hetzelfde landschap kijken.
Info
De tentoonstelling vindt plaats bij REST, een artistiek onderzoeksproject rond een historische boerderij in Mirns in Zuidwest-Friesland. REST onderzoekt er de grens tussen natuur en cultuur en stelt daarbij een bedrieglijk eenvoudige vraag: wat is natuur, wat is cultuur – en wie bepaalt het verschil?
Muddy Minds loopt tot 12 september 2026 bij REST, Wieldyk 8 in Mirns. De tentoonstelling is op vrijdag en zaterdag geopend van 12 tot 17 uur en is gratis toegankelijk.