Onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel hebben een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van een nieuwe generatie gentherapie voor hemofilie B, een erfelijke bloedstollingsziekte. Hun resultaten, gepubliceerd in het toonaangevende vakblad Blood Advances, tonen aan dat een aangepaste vorm van de therapie in proefdieren aanzienlijk beter werkt dan de huidige aanpak, zonder bijkomende veiligheidsproblemen.
Hemofilie B is een erfelijke aandoening waarbij het lichaam onvoldoende stollingsfactor IX aanmaakt. Daardoor kunnen bloedingen moeilijk worden gestopt en zijn patiënten vaak aangewezen op levenslange preventieve behandelingen. Gentherapie biedt de mogelijkheid om na één behandeling langdurig zelf opnieuw stollingsfactor aan te maken, maar de huidige therapieën leveren niet bij elke patiënt hetzelfde resultaat op. Tot dertien procent van de patiënten moet uiteindelijk opnieuw overschakelen op regelmatige behandelingen.
Het onderzoeksteam van professoren Thierry VandenDriessche en Marinee Chuah van de Faculteit Geneeskunde en Farmacie ontwikkelde daarom een nieuwe aanpak. Ze koppelden een extra krachtige variant van stollingsfactor IX aan een aangepaste vorm van humaan albumine, een eiwit dat van nature overvloedig in het bloed voorkomt. Daardoor blijft de stollingsfactor langer in de bloedbaan aanwezig en kan hij efficiënter zijn werk doen.
In muismodellen leverde deze nieuwe gentherapie opmerkelijke resultaten op. De dieren produceerden ongeveer vier keer meer stollingsfactor IX en vertoonden drie keer meer stollingsactiviteit dan bij de huidige benadering. Hun bloedingsneiging werd langdurig gecorrigeerd.
Minstens even belangrijk is dat de onderzoekers geen aanwijzingen vonden voor extra veiligheidsrisico's. Er traden geen schadelijke immuunreacties of leverbeschadiging op en ook het risico op ongewenste bloedklonters nam niet toe. Bij de meeste behandelde dieren ontwikkelde het immuunsysteem bovendien tolerantie voor de nieuwe stollingsfactor, waardoor de kans kleiner wordt dat het lichaam de therapie afstoot.
Hoewel de resultaten voorlopig beperkt zijn tot preklinisch onderzoek, zien de onderzoekers belangrijke perspectieven voor toekomstige klinische studies. Als de bevindingen ook bij mensen bevestigd worden, kan deze aanpak leiden tot effectievere, duurzamere en veiligere behandelingen voor patiënten met hemofilie B. Het onderzoek werd mogelijk gemaakt dankzij de Methusalem Excellentiefinanciering van de Vlaamse Overheid en het Industrieel Onderzoeksfonds (IOF).
Contact:
Prof. Thierry VandenDriessche
Thierry.vandendriessche@vub.be
0477529653