Fietsen nemen te veel plaats in op de trein en leiden tot vertragingen, schrijven Jesse Pappers en Sara Tori. Het alternatief? Deelfietssystemen aan de stations.
De Kamer heeft unaniem een resolutie van Vooruit goedgekeurd die de combinatie fiets en trein moet vergemakkelijken. Behalve beter beveiligde fietsparkings wil de Kamer ook dat de fiets meenemen op de trein gratis wordt. Het idee daarachter - mensen overtuigen om hun auto te laten staan - is vanuit duurzaamheidsperspectief toe te juichen. Maar in de praktijk zal het averechts werken, de dienstverlening van de NMBS zal erop achteruitgaan. De resolutie dient vooral om aan te tonen dat de Kamerleden de duurzaamheidstransitie serieus nemen, een doordachte herdenking van ons mobiliteitssysteem is ze niet.
Het klopt dat er in België nog te veel met de auto wordt gereden. Daar zijn soms goede redenen voor: de buslijn is afgeschaft of de treinhalte is te ver verwijderd van de bestemming. Voor sommige trajecten is de combinatie fiets en trein een goed alternatief voor de auto: je fietst naar het station, neemt de fiets mee op de trein en fietst daarna naar je bestemming. De cijfers van de NMBS bevestigen ook dat die combinatie steeds populairder wordt: vorig jaar namen meer dan 550.000 reizigers hun fiets mee op de trein - een groei van 14 procent ten opzichte van 2024. Een verdere groei van dat cijfer is evenwel niet wenselijk.
Wie al eens de fiets heeft meegenomen op de trein, weet dat de ruimte voor fietsen beperkt is. Tijdens de spits is het plaatsgebrek - voor zowel fietsen als passagiers - het grootst, vandaar dat de tickets dan duurder zijn dan in de daluren. Nog meer fietsen vervoeren wordt fysiek onmogelijk als de ruimte voor fietsen op de trein niet ook toeneemt. Die ruimte kan maar gecreëerd worden door zitplekken weg te nemen, wat zeker geen positieve ontwikkeling is voor de dienstverlening.
De fietscompartimenten worden ook gedeeld met mensen met een beperkte mobiliteit of ouders met kinderwagens, die hun plek geblokkeerd zullen zien door fietsen. Daarbij duurt het in- en uitstappen van passagiers met een fiets langer dan van passagiers zonder, zeker bij de oudere treintoestellen zonder ingang op perronhoogte. De stiptheid van de NMBS zal daardoor verminderen. Zo wordt de trein geen alternatief voor de auto: welke automobilist zal een trein nemen die vertraging heeft en waarop geen vrije zitplaatsen zijn?
Treinrit naar Nederland
We hoeven het warm water ook niet opnieuw uit te vinden. In Nederland - fietsland bij uitstek - is het niet toegestaan fietsen in de trein te vervoeren tijdens de spits, precies omdat er geen ruimte is en het in- en uitstappen te lang duurt. Bij onze noorderburen is het ook niet nodig om je fiets mee te nemen op de trein, aangezien er aan ieder station deelfietsen staan die je naar je bestemming brengen. Je kunt in Nederland dus met je eigen fiets naar het station fietsen, zonder fiets op de trein stappen, en bij aankomst met je vervoersbewijs een deelfiets nemen om naar je bestemming te fietsen.
Als de federale regering écht mensen uit de auto en op de trein wil krijgen, dan zijn er efficiëntere manieren om dat te doen. Voer rekeningrijden in: daarmee belast je het autogebruik en niet het autobezit, waardoor mensen automatisch minder kilometers gaan rijden. De opbrengsten van het rekeningrijden kunnen dan weer geïnvesteerd worden in alternatieven zoals beveiligde fietsparkings en deelfietssystemen. De Kamerleden zijn maar een treinrit naar Nederland verwijderd om te zien hoe het wél kan. Ze mogen ook gerust hun fiets meenemen, maar dan alleen buiten de spitsuren.