In de laatste aflevering van de documentairereeks "Het bestaat" komen vooral de plegers van seksueel kindermisbruik aan het woord. Dat zij op televisie over hun daden spreken, roept weerstand en vragen op. Waarom krijgen plegers een platform? Verdienen slachtoffers niet in de eerste plaats onze aandacht?

Lees hier het originele artikel in De Morgen 

Die vragen zijn begrijpelijk en verdienen een ernstig antwoord. Voor slachtoffers kunnen getuigenissen van plegers bijzonder confronterend zijn. Wie jarenlang vergeefs op erkenning door de pleger heeft gewacht, ziet nu iemand anders verantwoordelijkheid opnemen. Wie werd gemanipuleerd, kan in de woorden van de plegers pijnlijke echo's herkennen.
Voor de emoties die dit bij slachtoffers en omstaanders oproept, moet ruimte zijn in het publieke debat. Maar de discussie raakt ook aan twee bredere vragen: durven we als maatschappij over plegerschap te praten? En zijn we daadwerkelijk bereid plegers een tweede kans te bieden?

Gerichte aanpak
Een deel van het ongemak bij het horen van de getuigenissen zit in de herkenbaarheid van de plegers. Het gaat immers niet noodzakelijk over personen met een psychiatrische stoornis, zoals een pedofiele stoornis of een persoonlijkheidsstoornis, maar over personen die kampen met problemen waarmee we soms zelf worstelen. Denk aan eenzaamheid, problemen met intimiteit, het worstelen met eigen trauma's, het niet kunnen controleren van eigen emoties en impulsen of het vluchten in verslavingen.
Ook de reflex om schadelijk gedrag goed te praten, zodat we de eigen verantwoordelijkheid niet onder ogen hoeven te zien, is menselijk. Uiteraard zijn dit geen excuses en verklaren deze kwetsbaarheden op zich geen misbruik. De overgrote meerderheid van mensen die eenzaam zijn of zelf mishandeld werden, pleegt geen seksueel misbruik.

Toch moeten we durven erkennen dat bij bepaalde personen een samenspel van zulke kwetsbaarheden, omstandigheden en keuzes wel tot misbruik leidt. Niet om het misbruik goed te praten, maar wel om de oorzaken gericht aan te kunnen pakken.
Daarnaast leeft de overtuiging dat wie eenmaal dader is, dat altijd zal blijven. De roep om plegers simpelweg jarenlang in de cel te laten wegrotten, klinkt luider dan de bereidheid om na te denken over de rol van begeleiding en behandeling in het voorkomen van nieuwe slachtoffers.

Nochtans leren zowel wetenschappelijk onderzoek als onze dagelijkse praktijk ons dat ook mensen die bijzonder ernstige feiten hebben gepleegd, hun gedrag wel degelijk kunnen veranderen. Sommigen beginnen hun gedrag zelf in vraag te stellen, anderen hebben daarvoor een straf al dan niet in combinatie met gespecialiseerde zorg nodig. We zijn hier evenwel niet naïef in: niet elke pleger kan of zal veranderen.

"Maar als we aannemen dat zij niet willen veranderen of hulp zoeken, verhogen we de drempel voor wie dat wel overweegt"

Bovendien kan maatschappelijke uitsluiting de problemen en aldus het risico op het plegen van feiten net verder verhogen. Want wat mogen we nog verwachten van iemand die geen hoop heeft en vreest uitsluitend als monster behandeld te worden?

Verantwoordelijkheid opnemen vraagt dat iemand de feiten onder ogen ziet en de gevolgen van zijn gedrag erkent. Daarvoor moet er dus ook een perspectief bestaan op wat iemand vervolgens kan doen om te veranderen en hoe die persoon vervolgens terug in de maatschappij kan worden opgenomen. Dat perspectief is er vandaag onvoldoende.

Goedpraten
Praten over plegerschap neemt de verantwoordelijkheid van de pleger niet weg. Het biedt ons wel inzichten in hoe misbruik ontstaat, welke factoren eraan bijdragen en hoe herhaling kan worden voorkomen. Het bestaat biedt dan ook een opening naar een maatschappelijk debat dat ons vooral confronteert met de ongemakkelijke, harde realiteit dat kindermisbruik bestaat.
En net daarom moeten we erover praten: om het taboe en de stilte te doorbreken, om signalen beter te leren herkennen, om mensen die geweld plegen of vrezen dat te doen aan te moedigen tijdig hulp te zoeken en vooral om nieuw slachtofferschap te voorkomen.

BIO

Manon Cop is advocaat seksueel strafrecht.
Kasia Uzieblo, Vlaams coördinator van Hulplijn 1712 en professor forensische psychologie aan de VUB.