Dave Sinardet is professor politieke wetenschappen (VUB/UCLouvain). Zijn column verschijnt tweewekelijks op dinsdag.
En opnieuw, en opnieuw, en opnieuw. Opnieuw schuift Bart De Wever een nota over tafel die verdacht veel lijkt op de vorige. Opnieuw vangt Georges-Louis Bouchez de zwartepiet met een brede glimlach, speldt hem op als een ereteken en paradeert ermee langs elke microfoon. Opnieuw roepen voorzitters op tot verantwoordelijkheid. Opnieuw sneuvelen deadlines. Opnieuw strompelt de regering verder.
Iedereen bezweert dat het zo niet verder kan, waarna het precies zo verdergaat. We kunnen het federale begrotingsritueel stilaan laten beschermen als nationaal politiek erfgoed.
Al dienen we die aanvraag beter niet in bij Caroline Gennez. De Vlaamse cultuurminister richtte net een kaalslag aan in de erfgoedsector. Bovenlokale musea verliezen 30 procent van hun Vlaamse subsidie, archieven 50, landelijke erfgoedbibliotheken 100. Niet dat ze hen opzettelijk wil treffen, maar zodra cultuur moest inleveren, viel het mes opvallend snel dáár.
Een restaurator weet dat onder een schilderij soms een ander schuilgaat: een weggewerkte figuur, een omgegooide compositie. Vlaamse cultuurministers werken minder discreet. Ze schilderen gretig over hun voorganger heen, het liefst nog voor de verf droog is.
Gennezs voorganger Jan Jambon had de zorg voor het verleden royaal in de verf gezet. Tijdens een cultuurdebat dat ik kort voor de verkiezingen van 2024 in de Bourla modereerde, vroeg ik zijn kabinetschef Joachim Pohlmann naar het pronkstuk van hun beleid. Hij hoefde niet te zoeken: de forse erfgoedinvesteringen en het bijbehorende nieuwe decreet.
Dat hij daar zijn vlag plantte en Gennez daar de bijl zet, is geen toeval. Onder de begrotingscijfers schuilt een ideologische scheidslijn: rechts eist het erfgoed op, links de levende kunsten.
Dat schemerde door in Gennezs verdediging van haar keuzes. Ze kiest voor de 'makers van vandaag': acteurs, schrijvers, schilders, regisseurs... Die ze overigens geregeld bestempelt als 'kritische stemmen'. Ze kiest daarentegen niet voor 'instellingen'. In de begrotingstabellen blijkt dat vooral een synoniem voor erfgoed.
De N-VA schilderde tijdens de vorige legislatuur eenzelfde tweeluik, maar liet het licht op het andere paneel vallen. Jambon begon met forse besparingen op projectsubsidies, juist het kanaal voor jonge artiesten, alternatieve stemmen en experiment.
Hij draaide die uiteindelijk terug, maar in Antwerpen schrapte ook N-VA-schepen Nabilla Ait Daoud de projectsubsidies. Om jonge makers de les te lezen, riep ze in een interview zelfs Rubens op als kroongetuige: echte kunstenaars lieten zich niet remmen door een gebrek aan subsidies. De vorsten en andere machtige opdrachtgevers die de facturen van de Antwerpse meester betaalden, konden helaas niet meer worden verhoord.
Zo organiseren N-VA en Vooruit hun eigen kleine cultuuroorlog: oude meesters worden rechts ingelijfd, nieuwe makers links. Bewaren wordt conservatief, creëren progressief.
Het is een absurde politieke verkaveling die zowel de praktijk als de essentie van cultuur ontkent. Een archief kan subversiever zijn dan een podium: het maakt terugvindbaar wat machthebbers graag vergeten, families verzwijgen of naties gladstrijken. Een museum kan tonen hoeveel vreemde handen aan onze vermeende eigenheid hebben gewerkt. Het verleden houdt zich zelden aan een partijprogramma. Of is de geschiedenis van de arbeidersstrijd doorgeven ook al conservatief?
Omgekeerd kent vernieuwing evenzeer vaste repertoires. Geen theater vindt elke avond de toekomst uit. Nieuwe kunstenaars lenen, bevragen en verbouwen wat voorgangers achterlieten. Onder hun werk schemeren oudere lagen door. Wie bewaren en scheppen van elkaar loskrabt, beschadigt het hele doek.
Elders in Europa is het vooral (radicaal-)rechts dat een frontlijn trekt tussen nationaal erfgoed en de linkse kunstkliek. Het verleden is vaderland, de levende kunst vijandig gebied. Zo wil het Franse Rassemblement national de middelen voor erfgoed verdrievoudigen, ten koste van volksvijandige hedendaagse artiesten. Gennez beweert die kritische stemmen juist te willen beschermen. Maar ze neemt de vijandelijke stafkaart over: makers hier, erfgoed daar. Zo verankert ze de rechtse ideologische verkaveling in haar begroting. Alsof links de toekomst alleen kan winnen door rechts het verleden cadeau te doen.