In de opera Wozzeck vertelt Alban Berg het verhaal van een soldaat, die door oorlog, armoede en maatschappelijke vernedering psychisch ontwricht en uiteindelijk tot geweld gedreven wordt. Honderd jaar na de première van Wozzeck blijven de thema’s oorlog, geweld en ontmenselijking brandend actueel. Wat doet oorlog met de menselijke psyche? En hoe kunnen vluchtelingen hun trauma verwerken wanneer ook de samenleving waarin ze terechtkomen niet altijd veiligheid en erkenning biedt? Geertrui Serneels, verbonden aan de VUB en directeur van Solentra, licht toe.
De Munt brengt in november 2026 een gloednieuwe uitvoering van Wozzeck.
Honderd jaar na de première van Wozzeck is de onmenselijke behandeling van kwetsbare mensen nog altijd herkenbaar. Zijn de psychologische mechanismen van oorlogstrauma vandaag nog dezelfde?
Geertrui Serneels: “Ja, ik denk dat die mechanismen eigen zijn aan de mens en dus van alle tijden. Trauma ontstaat bij een levensbedreigende gebeurtenis: iets onverwachts waarbij je de controle verliest en gevaar ervaart. Ons stresssysteem schakelt dan automatisch over op vechten, vluchten of bevriezen. Bij posttraumatische stress blijft dat systeem als het ware voortdurend aanstaan. Herinneringen blijven heel acuut en zintuiglijk aanwezig en dringen zich op onder meer via flashbacks en nachtmerries.
In traumatherapie proberen we die zogenaamde ‘hot memories’ opnieuw om te vormen tot ‘cold memories’: herinneringen die een plaats en een tijd krijgen en die je zelf kunt oproepen wanneer je dat wilt. De neurobiologische stressreactie is universeel, maar de manier waarop posttraumatische stress zich uit, kan cultureel verschillen. Vluchtelingen brengen bijvoorbeeld eerder lichamelijke klachten naar voren. Daardoor komen ze vaak eerst bij een huisarts of pediater terecht, terwijl er onderliggend sprake kan zijn van posttraumatische stress.”
“Oorlog tast het basisvertrouwen in de medemens en in de wereld aan”
Ontwikkelt iedereen die oorlog meemaakt ook een posttraumatische stressstoornis?
“Neen, het is niet omdat je oorlog of andere traumatische gebeurtenissen hebt meegemaakt dat je noodzakelijk PTSS ontwikkelt. Wat oorlog wel bij iedereen raakt, is het basisvertrouwen: het vertrouwen in jezelf, in andere mensen en in de wereld. Dat is iets universeels en vormt de basis om je verder te ontwikkelen, initiatieven te nemen en relaties aan te gaan. Oorlog kan dat fundamentele vertrouwen ernstig ondermijnen.”
Kan de samenleving waarin vluchtelingen terechtkomen dat herstel bemoeilijken?
“Zeker. Ik denk dat dat vandaag een van onze grootste problemen is. Als mensen na hun vlucht opnieuw geconfronteerd worden met vijandigheid en uitsluiting, blijft hun omgeving onveilig aanvoelen. Niet alleen wordt het oorspronkelijke trauma moeilijker verwerkt, ook nieuwe kwetsuren kunnen ontstaan.
Herinner je je de Chileense vluchtelingen die na de val van Pinochet hier aankwamen? Zij werden als helden onthaald, tot in het parlement toe. Dat creëert een heel ander klimaat, waarin mensen zich welkom en erkend voelen en meer ruimte krijgen om hun trauma te verwerken. Dat is een fundamenteel verschil met een samenleving waarin vluchtelingen te horen krijgen dat ze een gevaar vormen, dat ze moeten terugkeren of dat ze onze jobs afnemen. Het maatschappelijke klimaat kan het herstel dus sterk bevorderen, maar evengoed in de weg staan.
Tegelijk moeten we opletten dat we vluchtelingen niet uitsluitend vanuit hun slachtofferschap benaderen. Het is niet omdat je oorlogstrauma hebt meegemaakt dat je niet kunt werken of naar school kunt gaan. Integendeel, deze activiteiten bieden structuur aan je dag en helpen je opnieuw perspectief op te bouwen. We moeten samen met de vluchteling gaan kijken naar wat er nog wél nog mogelijk is. Het is belangrijk dat we hen helpen hun identiteit opnieuw te verruimen zodat ze zich niet uitsluitend met hun kwetsuren blijven identificeren.”
“Trauma wordt niet automatisch doorgegeven”
Trauma kan ook doorwerken in gezinnen en volgende generaties. Hoe groot is die impact?
“We maken een onderscheid tussen intergenerationeel en transgenerationeel trauma. Intergenerationeel trauma gaat over van ouders op hun kinderen, via opvoeding, gedrag en hechting. Bij transgenerationeel trauma werkt die impact door over meerdere generaties.
Getraumatiseerde ouders kunnen het moeilijker hebben om hun kinderen de veiligheid en voorspelbaarheid te bieden die nodig zijn om goed te hechten. Ze zijn soms prikkelbaarder, trekken zich terug of zijn door hun depressieve toestand minder beschikbaar. Ook de manier waarop ze over hun trauma communiceren speelt een rol: sommige kinderen krijgen te veel details te horen, andere groeien op in een moeilijk te begrijpen stilzwijgen. Ook dat kan een invloed hebben op het gedrag en de ontwikkeling van het kind.
Trauma wordt niet automatisch doorgegeven. Kinderen zijn veerkrachtig en er spelen verschillende factoren mee. Maar onbehandelde PTSS kan wel gevolgen hebben voor volgende generaties.”
Geertrui Serneels
Welke rol speelt Solentra in die ondersteuning?
“Solentra is ongeveer twintig jaar geleden ontstaan vanuit de kinder- en jeugdpsychiatrie van het UZ Brussel. We merkten dat kinderen met een migratieachtergrond moeilijker hun weg vonden naar de geestelijke gezondheidszorg. De belangrijkste drempels waren taal, culturele verschillen, het stigma rond psychotherapie en de complexe hulpvragen. Naast oorlogstrauma spelen immers ook verlies, rouw en de uitdagingen van een nieuw leven opbouwen.
Vandaag werken we met meer dan 30 psychologen op 4 locaties in Vlaanderen en krijgen we jaarlijks meer dan 1.500 doorverwijzingen. We combineren gespecialiseerde, transculturele traumabehandeling met een communitygerichte aanpak. Daarbij betrekken we ook scholen, hulpverleners en andere maatschappelijke actoren, zodat zij trauma- en cultuursensitief leren werken en samen met de vluchteling helpen bouwen aan een veilig toekomstperspectief.”
“We verliezen vaak de mens achter de vluchteling uit het oog”
In het publieke debat worden vluchtelingen vaak voorgesteld als één grote, anonieme groep. Wat doet die beeldvorming?
“De dehumanisering van vluchtelingen ligt vandaag op de loer. We zien niet langer de mens achter het label en gooien bovendien verschillende groepen, zoals arbeidsmigranten, mensen zonder wettig verblijf en erkende vluchtelingen, op één hoop.
Zoals ik mijn vluchtelingen ken, zijn het ongelooflijk moedige mensen. Ze hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt en vinden toch de kracht om veiligheid te zoeken, vooral voor hun kinderen. Ze willen opnieuw beginnen en iets bijdragen aan de maatschappij. Maar het dominante verhaal is vaak dat ze onze jobs afnemen of komen profiteren van de sociale zekerheid. Zo verliezen we de mens achter de vluchteling uit het oog."
Welke rol kunnen kunst en literatuur spelen bij het verwerken van oorlogstrauma?
“Kunst kan op twee manieren helpen. Therapeutisch kunnen creatieve activiteiten zoals schilderen, tekenen en theater de emotieregulatie bevorderen. Mensen ervaren opnieuw dat ze iets kunnen, krijgen meer grip op hun emoties en kunnen afstand nemen van hun ervaringen.
Daarnaast heeft kunst een belangrijke maatschappelijke rol. Ze kan verhalen vertellen en de mens achter de vluchteling zichtbaar maken. Zo helpt ze dehumanisering tegengaan en geeft ze een gezicht aan de anonieme massa. Dat is vandaag bijzonder belangrijk."
Hebben we honderd jaar na Wozzeck überhaupt iets geleerd?
“We begrijpen alleszins de mechanismen van oorlogstrauma veel beter en hebben intussen ook betere manieren ontwikkeld om trauma te herkennen, te behandelen en mensen in hun herstel te begeleiden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog lag de focus vooral op ‘shell shock’, aanvankelijk toegeschreven aan de fysieke impact van granaatontploffingen. Later bleek dat ook soldaten zonder directe blootstelling aan explosies dergelijke klachten konden ontwikkelen. Het ging dus vooral om de psychische impact van oorlogservaringen. PTSS werd pas in 1980 als diagnose erkend. Vandaag beschikken we over wetenschappelijk onderbouwde behandelmethodes en weten we veel meer over de impact van trauma op lichaam en geest.
Toch mogen we trauma niet uitsluitend individualiseren. Een traumareactie, zeker oorlogstrauma, is een normale reactie op een abnormale gebeurtenis. We moeten dus ook de maatschappelijke context meenemen. Herstel vraagt niet alleen een individuele behandeling, maar ook verbondenheid en erkenning. Mensen moeten opnieuw een plek en betekenis kunnen vinden in de samenleving. Dat kun je niet alleen, daar heb je anderen voor nodig."
BIO
Geertrui Serneels is verbonden aan het Brussels Interdisciplinary Research Centre on Migration and Minorities van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en is directeur van Solentra, een organisatie die gespecialiseerde psychotherapeutische ondersteuning biedt aan vluchtelingen met oorlogstrauma.