Een invloedrijke studie in het toonaangevende tijdschrift Nature stelde drie jaar geleden dat wetenschap steeds minder vernieuwend werd. Die conclusie haalde wereldwijd de media en vond haar weg naar het wetenschapsbeleid, ook het Vlaamse innovatiebeleid. Maar nieuw onderzoek van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en KU Leuven toont nu aan dat die conclusie grotendeels berustte op fouten in de onderliggende gegevens. Volgens de onderzoekers is er vandaag geen overtuigend bewijs dat wetenschappelijk onderzoek minder baanbrekend is dan vroeger. En dat kan belangrijk zijn voor hoe onderzoek wordt gefinancierd en geëvalueerd. 

De oorspronkelijke studie uit 2023 analyseerde miljoenen wetenschappelijke publicaties en patenten en concludeerde dat de disruptiviteit van onderzoek sinds het midden van de vorige eeuw sterk is afgenomen. De studie kreeg wereldwijd veel aandacht omdat ze een fundamentele vraag leek te beantwoorden: slagen wetenschappers er nog wel in om echte doorbraken te realiseren? De boodschap dat innovatie zou vertragen, werd meer dan 300 keer opgepikt door de internationale pers, meer dan 1.000 keer geciteerd in de wetenschappelijke literatuur en verwerkt in verschillende beleidsdocumenten. Een onderzoeksteam onder leiding van de VUB ontdekte nu dat die conclusie grotendeels werd veroorzaakt door onvolledige gegevens in wetenschappelijke databanken. Vooral oudere publicaties bevatten vaker ontbrekende referenties, waardoor ze ten onrechte als uitzonderlijk baanbrekend werden geclassificeerd. Dat creëerde een vertekend beeld alsof recent onderzoek minder vernieuwend zou zijn.

"Wanneer we die fouten corrigeren, verdwijnt bijna de volledige daling die in het oorspronkelijke onderzoek werd gerapporteerd," zegt professor Vincent Ginis (VUB), die het onderzoek leidde. "Dat betekent niet dat we nu kunnen besluiten dat wetenschap juist méér baanbrekend wordt. Wel dat de eerdere conclusie daarvoor geen betrouwbare basis vormt."

Grafiek onderzoek VUB

De gemeten daling in baanbrekende wetenschap (a) verdwijnt grotendeels na correctie voor foutief geclassificeerde uitschieters (b).

Van krantenkoppen tot wetenschapsbeleid 

Volgens de onderzoekers reikt het belang van de studie verder dan een academische discussie. Als beleidsmakers geloven dat wetenschappelijke doorbraken steeds zeldzamer worden, kan dat immers gevolgen hebben voor de manier waarop onderzoek wordt gefinancierd en geëvalueerd.

"Onze studie toont hoe belangrijk de kwaliteit van onderzoeksdata is," zegt eerste auteur Vincent Holst (VUB). "Zelfs kleine fouten in grote databanken kunnen leiden tot conclusies die wereldwijd het debat beïnvloeden."

De Belgische onderzoekers dienden hun kritiek al in 2023 in bij Nature. Pas na bijna drie jaar verscheen de wetenschappelijke correctie. Intussen bleef de oorspronkelijke studie wereldwijd invloed uitoefenen. Terwijl de kritiek voorlag ter beoordeling, wijdde Nature zelf nog een redactioneel artikel en een nieuwsartikel aan het oorspronkelijke artikel. 

“Terwijl de softwarefout binnen enkele maanden verholpen was door de opensource-gemeenschap, duurde het jaren voor de wetenschappelijke correctie werd gepubliceerd,” zegt professor Ginis. ‘En al die tijd verhinderden de richtlijnen van het tijdschrift ons om met de pers te spreken zolang onze kritiek in behandeling was.’

De onderzoekers zijn tevreden dat de correctie er nu komt en benadrukken vooral een positieve boodschap. "Wetenschap beschikt over een ingebouwd systeem van zelfcorrectie," besluit Ginis. "Nieuwe analyses, onafhankelijke controles en kritische onderzoekers zorgen ervoor dat eerdere conclusies voortdurend opnieuw worden getoetst. Dat is precies hoe wetenschap vooruitgaat."

Publicatie en contact

Vincent Holst, Andres Algaba, Floriano Tori, Sylvia Wenmackers en Vincent Ginis, "Dataset artefacts can partially drive the measured decline in disruption", Nature (2026), https://www.nature.com/articles/s41586-026-10787-y

Dr. Vincent Holst, vincent.thorge.holst@vub.be

Prof. Dr. Vincent Ginis, vincent.ginis@vub.be