Het gerommel in de Schengenzone is treurniswekkend, maar leerzaam voor de situatie waarin de EU en haar lidstaten zich bevinden, schrijft Merijn Chamon in De Standaard. 

Een korte recapitulatie. Marokko organiseert een overrompeling van de Spaanse enclave Ceuta als vergelding voor het bezoek van de Spaanse premier aan Algerije. De meeste personen (van migranten kan moeilijk worden gesproken, aangezien er geen intentie was om te migreren) begaven zich kort nadien terug naar Marokko. Toch staan de andere EU-lidstaten op hun achterste poten. Dat is opmerkelijk: Ceuta maakt weliswaar deel uit van Spanje, maar niet van de Schengenzone. Spanje heeft bij de oprichting van Schengen immers aangegeven identiteitscontroles te blijven uitvoeren voor verplaatsingen tussen Ceuta en Spanje of andere EU-lidstaten. Voor de rest van de EU is er dus weinig gevaar. De prioriteit zou moeten zijn om een duidelijk signaal namens de gehele EU aan Marokko te geven.

Desalniettemin kondigde de Italiaanse regering met veel borstgeklop grenscontroles met Spanje aan. Een mooi stuk politiek theater, temeer daar Italië niet daadwerkelijk elke vlucht uit Spanje lijkt te controleren. Niettemin schendt Italië de Schengenregels, aangezien interne grenscontroles enkel kunnen worden heringevoerd bij een daadwerkelijk risico voor de openbare orde, quod non.

Dat is niets nieuws. Al meer dan tien jaar voeren verschillende lidstaten opnieuw grenscontroles in op basis van vage risico's, onder andere als gevolg van de Syrische burgeroorlog, de oorlog in Oekraïne en recent het conflict in Iran. Dat die conflicten een concrete bedreiging zouden vormen voor de interne veiligheid en grenscontroles noodzakelijk maken, is op zijn zachtst gezegd ongeloofwaardig. Bovendien moeten dergelijke controles uitzonderlijk en tijdelijk zijn. Het Hof van Justitie herinnerde Oostenrijk daar in 2022 nog aan. De Schengengrenscode werd in 2024 weliswaar versoepeld, maar het uitgangspunt van uitzonderlijke en tijdelijke interne grenscontroles blijft overeind.

Commissie kijkt toe

Spanje reageerde vervolgens door Italië een ultimatum te stellen en op zijn beurt grenscontroles met Italië in te voeren. Daarmee schendt ook Spanje het EU-recht, en wel op twee manieren: er is geen concreet risico aantoonbaar én vergeldingsmaatregelen tussen lidstaten zijn in het EU-recht, in tegenstelling tot in het internationaal recht, verboden, zoals het Hof van Justitie meermaals heeft bevestigd.

EU-lidstaten bevinden zich dus in een spiraal van performatieve politiek, waarbij de rechtsstaat wordt opgeofferd in de hoop gemakkelijk punten te scoren.

Dat nationale politici enkel de korte termijn voor ogen hebben en voor hun nationale achterban handelen, is op zich natuurlijk niet nieuw. Het is zelfs een belangrijke reden waarom de EU onafhankelijke instellingen heeft gekregen die het algemeen belang en de lange termijn moeten bewaken. Maar ook hier loopt het fout. De Europese Commissie kijkt al een decennium toe hoe lidstaten de Schengenzone ondermijnen, zonder daadwerkelijk in te grijpen. Geen enkele lidstaat is voor het Hof van Justitie gebracht wegens een schending van de voorwaarden voor de herinvoering van interne grenscontroles.

De reden is niet ver te zoeken: in het huidige politieke klimaat zou de Commissie er door populisten onmiddellijk van worden beschuldigd de nationale soevereiniteit te ondermijnen en een 'opengrenzenbeleid' op te leggen. Bijgevolg beperkt ze zich tot kritische adviezen aan de lidstaten die nutteloze en dure grenscontroles invoeren.

De crisis in Schengen is daarmee symptomatisch voor onze tijd. Politici hopen populariteit te winnen met openlijke schendingen van het recht en met (de aankondiging van) ineffectief en duur beleid. De instelling die boven het politieke gewoel zou moeten staan, is intussen zelf verlamd door de collectieve hysterie over migratie. De burger slikt het graag.

Bio

Merijn Chamon is professor Europees recht aan de VUB. Zijn onderzoek richt zich op het grondwettelijk en institutioneel recht van de Europese Unie en de externe betrekkingen van de EU.