De crowdfunding voor het gezin van de veroordeelde Grégory Lenoci roept bij Joyce Albrecht de vraag op waarom de naasten van gedetineerden niet op meer steun kunnen rekenen.

Lees het volledige opiniestuk hier

Meer dan 80.000 euro. Zoveel werd in enkele dagen tijd ingezameld voor de vrouw en kinderen van Grégory Lenoci, die vorige week werd veroordeeld tot zeventien jaar gevangenisstraf voor poging tot moord. Meer dan 9.000 mensen droegen bij aan de crowdfunding. De initiatiefnemer stelt dat Lenoci's vrouw en kinderen over onvoldoende financiële middelen beschikken om hun rekeningen te betalen en eten op tafel te zetten. Mensen voelen zich duidelijk aangesproken en tonen zich solidair met de gezinsleden, die als onbedoelde slachtoffers uit de zaak komen.

Over de zaak-Lenoci is al veel inkt gevloeid. Over de zwaarte van de straf. Of zijn straf terecht is. Over de steun die hij krijgt van het volk. Daarover wil ik het in dit stuk niet hebben. Want wat je ook van de zaak vindt, de solidariteitsactie legt iets bloot dat verder gaat.

Wanneer iemand naar de gevangenis moet, ondervindt niet alleen de persoon zelf daar de gevolgen van. Het leven van de naasten verandert, in het bijzonder het leven van zijn of haar gezin. Een partner verliest een inkomen en moet de opvoeding van de kinderen alleen dragen. Kinderen moeten naar school, soms na een mediastorm, en worden geconfronteerd met verschillende meningen over de zaak. Vaak worstelen ze met gevoelens van verdriet, boosheid of zelfs schaamte. En wie contact wil houden met de gedetineerde moet zich schikken naar de strakke, weinig kindvriendelijke gevangenisregels.

Dat is de realiteit voor veel gezinnen van mensen in detentie. Alleen krijgen zij zelden de erkenning noch de solidariteit die we vandaag rond het gezin van Lenoci zien. Nochtans heeft onderzoek de laatste jaren aangetoond hoe gezinnen zonder steun lijden onder de verregaande gevolgen.

De meeste betrokken kinderen krijgen geen financiële steun of horen niet expliciet de boodschap dat zij “er zelf niets kunnen aan doen”. Er leeft geen brede verontwaardiging over hun financiële situatie die plots onder druk staat. Integendeel, families dragen vaak mee het stigma dat de gedetineerde zelf draagt. Sterker nog, soms worden ze als mededaders gezien.

Solidariteit verbreden

Maar kinderen kiezen hun ouders niet, en ook niet hun gevangenisstraf. Ze kiezen er niet voor om getuige te zijn van een arrestatie of een huiszoeking. Ze kiezen niet voor een bezoek in de gevangenis. Waar kinderen vaak wél voor kiezen, is om te zwijgen en een groot geheim te dragen. Uit voorzorg, om niet gepest te worden. Uit angst om vrienden te verliezen. Uit schrik dat ze anders behandeld zullen worden. Onderzoek leert dat kinderen van wie ooit een ouder in de gevangenis zat, dat jarenlang meedragen, ongeacht wat de feiten of de omstandigheden waren.

En dat wringt. Want we kunnen iemand verantwoordelijk achten voor wat hij of zij heeft gedaan en tegelijkertijd erkennen dat de kinderen dat niet zijn. We kunnen een gevangenisstraf terecht vinden, en ons afvragen wat dat doet met de naasten van gedetineerden. Het ene sluit het andere niet uit. We kunnen nadenken over hoe we hen kunnen steunen en hoe we kunnen zorgen voor hun welzijn. Of ze nu beslissen om contact te houden met de persoon in de cel of niet, detentie laat sporen na.

Daarom vind ik de crowdfunding voor het gezin Lenoci betekenisvol. Niet omdat de ene familie meer steun verdient dan de andere, wel omdat ze toont dat mensen in staat zijn de gevolgen voor gezinnen van mensen in detentie te erkennen.

Joyce Albrecht

Joyce Albrecht

De steun voor dit gezin hangt duidelijk samen met de grote publieke verontwaardiging over de zaak, maar dat hoeft niet zo te zijn. Kunnen we als maatschappij de nu ontstane solidariteit verbreden? Naar andere kinderen die wekelijks door de metaaldetector gaan, in plaats van buiten te spelen met hun vriendjes? Naar kinderen die wegblijven van de voetbalclub, omdat hun moeder geen tijd meer heeft om hen te brengen? Naar de grootouders die plots de zorg voor hun kleinkinderen op zich moeten nemen? Naar de tienerdochter die worstelt met de vraag of ze het contact met haar ouder moet verbreken?

Elk kind met een ouder in detentie heeft recht op ondersteuning omdat het een kind is, niet omdat we begrip kunnen opbrengen voor de daden van zijn ouder. Misschien is de belangrijkste vraag bij de zaak-Lenoci daarom niet waarom meer dan 9.000 mensen geld geven aan dit specifieke gezin. Maar wel waarom zoveel andere gezinnen het zonder die solidariteit moeten stellen.